Rouwen

De NOS kopte vandaag: “Schrijver Hugo Camps mist in de coronacrisis de hoop.”
In een interview zegt Camps onder andere: Hoe menselijk is dat Europa nog, als niemand het heeft over de eenzaamheid van de burgers. Over het verdriet, over de angst die er door de kieren van ramen en deuren bij de mensen naar binnen kruipt. Die stem kent Europa niet.
Het doet mij denken aan het boek van Judith Butler, Precarious life. Zij stelt in dit boek dat leven hachelijk is – en dat het daarom goed is daarbij stil te staan.

Butler schrijft in de nadagen van 9/11. Ze bekritiseert het hoge tempo waarmee de Amerikaanse overheid indertijd de war on terrorism uitriep. Er werd niet stilgestaan bij wat we – als mensheid – verloren door de aanslagen. En dat verhinderde volgens Butler het Amerikaanse volk om Lees verder Rouwen

Foute openingszin

Trouw bericht op 7 juni over de rechtszitting met Gerson F. als verdachte. En kopt: De angst van elke vrouw. Kennelijk niet de angst van mannen…
Aanleiding voor dit schrijven is echter niet de kop, maar de openingszin van het eigenlijke artikel. “Ze had daar niet moeten zijn.” Inhoudelijk een klassieke poging om een vergrijp kleiner te maken en geweld minder op de voorgrond te laten staan. Even verderop nog zo’n poging: het was allemaal “niet zozeer op haar gericht.” Uiteindelijk reduceert het de ander helemaal tot niets.
De klassieker is een foute openingszin. Het effect ervan op lezers die ooit grof geweld hebben ervaren door een volslagen onbekende is niet snel te overschatten.
Menigeen zal de rest van het artikel hebben gelaten voor wat het is. Met stomheid geslagen, misschien teruggeworpen in de herbeleving. Wellicht verstrikt geraakt in de gedachte dat het geweld mede dankzij eigen schuld plaatsvond – Had je daar maar niet moeten zijn. Er is niet veel verbeeldingskracht nodig om in te denken wat zo’n openingszin teweeg brengt.

Bij mij knaagt ondertussen de vraag: waarom krijgt zo’n bagatelliserende zin – die degene die het geweld trof tot niets maakt – de eerste plaats in het artikel? Om mij verder te oriënteren zoek ik andere persberichten op. En dan dringt zich een tweede knagende vraag op: ís het wel een zin van de verdachte? Ik kom hem tot op heden nog maar één keer tegen in een ander bericht (Erasmus magazine), net even anders verwoord. Maar daar is de context helder: aangehaald als citaat. De overige 15 berichten die ik lees halen deze passage geen van allen aan. Hoeveel zegt deze zin over de verdachte? En nu dus ook: hoeveel zegt deze zin over journalist en redactie?

Als het al een letterlijk citaat is heeft de redactie jammerlijk gefaald bij de opmaak van het artikel. Geen aanhalingstekens. Geen nuancering die duidelijk maakt dat het woorden van de verdachte zijn. Dat gebeurt pas in de derde zin, op een plaats en wijze geformuleerd die de openingszin ongenuanceerd laat.
Als het geen letterlijk citaat is geweest, maar een samenvattende en daarmee interpreterende zin, dan is het een blijk van grove onzorgvuldigheid.

Zoetermeer, 10 juni 2019
ds. Nico de Lange

(interim)predikant