2020-01-05 Beginnen bij zegen

De nieuwjaarsviering stond in het teken van het thema “Beginnen bij de zegen”. Alle vier de pastores van Noord werkten aan deze viering mee, parallel aan elkaar in de kerkzaal en (een interactieve vorm) in de Chagall-ruimte. In de kerkzaal had ik onderstaande teksten voor mij liggen (PDF), die afwisselden met die van de Buurtpastor.

Komen
Lied vóór de dienst: lied 224: 1 (elke dag vertelt over God de Heer) – canon
Welkom
Lied 103e: 1 (Bless the lord my soul) – daarna 4x herhaald met aangegeven gesproken tekst door vgs.
Bemoediging en groet (Zijsporen, p. 5, Ans Kits)
Psalm van de zondag: lied 8b: 1, 2, 3, 4 (Zie de zon, zie de maan)
Gebed – Laten we stil worden en bidden (Vrij naar: Zijsporen, p. 6, Marianne Schulte Kemna)
Lied 657: 1, 2, 3, 4 (Zolang wij ademhalen)

Woord
Moment met de kinderen, gebed, Lied met de kinderen: lied 398 (Steek je hand uit) 3x: 1e voorzang , 2e middenblok, 3e allen
KND naar de nevenruimten
Bijbellezing: Numeri 6: 22-27
Lied 362 (Hij die gesproken heeft een woord): 1, 2
Bijbellezing: Matteüs 28: 16-20
Lied 362 (idem): 3
Preek – afgewisseld met inbreng van de Buurtpastor

Gezegenden van de Heer,

Als kind leerde ik: voor het eten bidden we.
En na het eten danken we.

Voor een boerderijgezin is dat een passend ritme.
Je weet hoe kwetsbaar de inkomsten soms kunnen zijn.
Hoe de natuur grillig kan zijn – en daarmee de opbrengst van het land.
Dat je bidt voor het eten heeft ook alles te maken met een besef van je tekort.
We hebben Gods hulp nodig om ook het meest eenvoudige voedsel aan te wenden ten goede.

Bijbelverhalen wijzen ons echter ook een andere weg dan eerst bidden, daarna danken.
Vooral de broodverhalen in de evangeliën wijzen daarbij richting.
Zeker als het gaat om de broodverhalen waarbij Jezus een grote schare mensen voedt.

Het zijn sterk beeldende verhalen.
Duizenden mensen, 5 broden en 2 vissen.
Maar Jezus neemt het brood, heft de ogen op en spreekt zegen…
Nu eens zegent Jezus God, dan weer het brood.

Jezus bidt niet, niet om leiding, niet over wat hem te doen staat.
Hij handelt zoals hij is opgegroeid, bij Jozef en Maria thuis: hij begint met zegenen.
Zegenen betekent: goed spreken, dankbaar spreken, vol verwachting spreken.
Ook in onze maaltijdvieringen volgen we die weg: nog voor we hebben ontvangen, zegenen we God, en danken we.

[… buurtpastor]

Dankbaar willen we dit nieuwe jaar binnentreden.
Een jaar dat niet veel anders zal zijn dan het vorige jaar.
Ook het komende jaar kent vreugde en verdriet, vredesbesprekingen en oorlogsverklaringen.
Hongersnood onder miljoenen kinderen en veilingen die voedsel doordraaien.
Enkele rijken en vele, vele armen.
Klimaatsverandering, bureaucratie, politiek, boeren en ambtenaren.
Je hoeft geen profeet te zijn om dat te zien aankomen.

Maar we gaan gezegend dit nieuwe jaar in.
Dankbaar.

Is daar dan reden toe?
Voor sommigen wel, voor anderen niet.

De één zoekt de zegeningen van moderne techniek en wetenschap.
De ander zoekt de zegeningen van natuur en een economie van het genoeg.

De gelovige staat daar niet buiten of tegenover, doet daar ook aan mee.
Maar zoekt zegen in nog iets anders: het zegenwoord van Jezus.

In dit zegenwoord van Jezus zit een ander vertrekpunt.
Niet in wat we zelf kiezen, maar in de relatie.
Het vertrekpunt is voor Jezus het zich toevertrouwen aan de ander.
Het afhankelijk van de ander durven zijn.
God spreekt het goede door zichzelf toe te vertrouwen aan zijn mensen.

Je kunt discussiëren over de vraag of de kerk politiek en wetenschappelijk actief moet zijn.
Je kunt discussiëren over de vraag of we wel een groene kerk moeten willen zijn.
Maar de kerk die gaat discussiëren over de vraag of God ons zegent – die dwaalt.
We zíjn kerk met de zegen in de rug.
Mét de toezegging van de Ene: ik ga met je.

Dat hangt niet ervan af of wij met God willen gaan.
De toezegging van Jezus stáát – ongeacht onze bereidheid of onze onwil.
Het fundament daarvoor zit in het weerbarstige Oude Testament.
Velen hebben moeite met dat deel van onze Bijbel – maar het was wel de Bijbel van Jezus.
En hij zegt vanuit die heilige Schrift:
ik ben – met jou, alle dagen…

In zijn voetspoor zegenen we elkaar.
Kleiner – want wie van ons kan zeggen: “alle dagen…”? – maar wel zegenend.
Goed spreken tot elkaar, elkaar trouw beloven.

[… buurtpastor)

Hoe we beginnen met het nieuwe jaar?

Dankbaar – want jij bent er.
En jij en u en jij.

En we beginnen met goed spreken.
En dat goede spreken wordt in de liturgie tot zegen.

Hebben we niet eerst te bidden om onze voet te laten richten?
In weerwil van mijn opvoeding zeg ik steeds meer: nee, we beginnen met zegenen.

Gezegend zijt Gij,
God van hemel en aarde,
die ons nabij bent,
die ons zegt: ik ben

Dat voorop.
En alsof dat al niet genoeg zou zijn leren we zeggen:

Gezegend ben jij
mijn reisgenoot
mijn metgezel
jij, die mij wordt toevertrouwd
jij die mij zegt:
leef het leven met mij,
gezegend jij
omwille van de Gezegende…

[… buurtpastor]

En in dat voetspoor zullen we inderdaad bidden:

Gij gezegende, die ons gezegend hebt

richt onze voet
richt ons oog
richt onze hand
richt onze tong
richt ons oor.

Vandaag is niet anders dan gisteren.
En morgen zal deze wereld verder gaan met vieren en wenen, met vrede en oorlog, met rijkdom en hongersnood.
Soms zou je wanhopig worden van onmacht om de cirkel van het kwaad te doorbreken.
Ook in jezelf.

Maar we treden deze wereld gezegend tegemoet.
In elkaar, in de Ene die ons zegent.

En die ons in Christus – gezegend is hij – zegt:

Ik ben –
met jou

al de dagen
tot de voleinding
van de wereldtijd.

Amen.

Antwoord
Lied 981: 1, 2, 3, 4, 5 (Zolang er mensen zijn op aarde)
Inzameling gaven; allen in kerkzaal
Speech voorzitter kerkenraad
Voorbeden – ALLE PASTORES

Gaan
Lied vóór de zegen: Baruch hashem adonai – Piano en accordeon 4x, 1e voorzang, 2e hoge stemmen, 3e lage stemmen, 4e allen
Gezongen zegen GvL 344 – Olijftakbundel 161
Lied 426 (God zal je hoeden) – 3x: 1e keer zonder gebaar, 2e handen open, 3e naar elkaar toegewend met zegengebaar

(interim)predikant