2020-01-26 licht in het duister

Zondag 26 januari 2020 – Hoeksteengemeente te Benthuizen.
Onderstaande teksten lagen voor mij – ook beschikbaar als PDF.

Orgelspel
Welkomstwoord en mededelingen

VOORBEREIDING
Moment van inkeer
Aanvangslied Lied 66: 1, 2 (Breek aarde uit in jubelzangen)
Bemoediging en groet
Lied 195 (Klein Gloria)
Gebed van inkeer
Lied 836: 1, 4 (O Heer die onze Vader zijt)

DIENST VAN HET WOORD
Gebed bij de opening van de Schriften
Schriftlezing Jesaja 8: 23b-9: 6 (vanaf “Zoals het land van Zebulon…”)
Lied 139a: 1, 2, 3 (Gij kent mij, Heer, leer mij U kennen)
Schriftlezing Matteüs 4: 12-22
Lied 139a: 4 (Ik draaf als een paard aan uw zij, Heer)
Preek

Hoe je de Bijbellezing ook precies vertaalt, het was daar in Galilea, in het land van Zebulon en Naftali, niet pluis.
Geen beste buurt.
Als keurige burger of als vrome gelovige wilde je daar niet gaan wonen.
Een plek waar je liever om heen loopt.
En misschien wel een plek waar je liever niet alleen rondloopt in het donker.
Want het was een duistere buurt.

Volk dat in duisternis ronddoolt…

En laat het nu juist dáár kerst worden.
Middenin januari vieren we kerst.
Lichtfeest.
Matteüs verbindt het niet met een klein en kwetsbaar kind, maar met een volwassen man.
Een zoon van een timmerman.
Maar soms denk je ook wel eens: het lijkt wel of hij een zeer grondige orthodoxe opvoeding heeft meegekregen – al weten we daar verder niets van.

Timmerman was geen onaanzienlijk beroep.
En als de zoon van een timmerman in de orthodoxe traditie is opgegroeid, zal zo het één en ander zijn verwacht.
En laat nu juist die zoon, als volwassen mens, nog dieper gaan wonen in dat verachte Galilea…!
Matteüs schrijft het bewust op: Jezus gaat van Nazareth naar Kafarnaüm, dieper het Galilese gebied in.
Nazareth was al niets.
Johannes tekent de woorden van Natanaël op: kan er iets goeds uit Nazaret komen?
En nu trekt Jezus niet naar het zuiden, richting Jeruzalem, maar juist nog verder naar het noorden, weg van tempel en cultus, naar Kafarnaüm.

Land van Zebulon en Naftali, schrijft Matteüs.
Om toe te voegen: aan de weg naar de zee.
Dat is naar de woorden van Jakob – maar zee heeft voor de Israëlieten ook de betekenis van dreiging en dood.
Als om dat te benadrukken haalt Matteüs Jesaja instemmend aan: Galilea van de heidenen.

Maar het is evangelie.
Goed bericht.
Geen soap.

Nee, het is goed bericht.
Want Jesaja zegt het al: juist dat gebied heeft de aandacht van God.
Juist daar breekt God de ijzeren wet van geweld.
Juist daar laat God zien dat niet oorlog en bloedvergieten het laatste woord hebben, maar licht en leven.

Dit is kerst volgens Matteüs.
Dáár spreekt Jezus woorden van hoop.
Dáár verkondigt Jezus koninkrijk van de hemel.
En juist rond die zee, rond die dreiging, vindt Jezus zijn eerste leerlingen.

Waar komen jullie vandaan?
Galilea.

Later zal Petrus het ontkennen.
Als een dienstmeisje uit het huis van Kajafas tegen hem roept: “Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!”
Dat is méér dan alleen een plek op de kaart.
Dat is een etiket: “Je accent verraadt je” roept één van de omstanders tegen Petrus.

Die Petrus dus, wordt geroepen uit dat gebied.
Waar een vroom gelovige liever niet kwam, en een brave burger liever aan voorbijliep.

Daar begint Jezus zijn werk.
En daarmee zet hij de toon voor zijn werk.

En het is meer dan de toon zetten.
Het is, wat Jesaja noemt, de ijver van God die hem daartoe drijft.
Van al die grote namen die daar klinken: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst – zegt Jesaja:

Daarvoor zal hij zich beijveren,
de Heer van de hemelse machten.

Dat is iets anders dan wat wij er vroeger van maakten, toen we een cijfer voor ijver op ons rapport hadden staan.

IJver van God – dat is Gods hartstocht.

God ijvert voor heidenen!
Zijn zoon geeft daaraan handen en voeten.
En diens leerlingen volgen Jezus op die weg.
Zo ook wij.

Wij, kerkmensen die zovele eeuwen later ons soms afvragen:

En nu, waar gaat het nu op aan?
Nu we niet meer groeien, maar kleiner worden?
Nu we veel dingen over God en geloof niet zo zeker meer weten als toen we jong waren?
Nu we soms meer vragen hebben over God, dan dat we een belijdenis paraat hebben?

De heidenen!
Niet: daar komend heidenen!
Maar: ga tot de heidenen!
Daar zijn we geroepen.

Nu vraagt dat woord ‘heidenen’ wel enige nuancering.
Eigenlijk is het jammer dat onze vertaling nog steeds het woord ‘heidenen’ gebruikt.
Want er staat niet meer, maar ook niet minder, dat het om het Galilea van de volkeren gaat.
Nog steeds een plek in het duister.
Maar het is niet zo dat je in Galilea alleen maar de meest slechte mensen tegenkomt.
Nee, het zijn heel gewone mensen.
Maar ze zitten niet middenin de geloofsvragen.
Zijn er misschien nauwelijks mee bezig.
Gunnen zich geen tijd of hébben door alle dagelijkse sores er geen tijd voor om stil te staan.
Ze spreken God misschien met andere namen aan dan de gelovigen gewend zijn.
Ze zien zichzelf misschien ook vaak niet als gelovige.

Ooit was je een dwaallicht in de kerk als je met ongelovigen omging.
Ik denk echter dat de bijbel zegt dat we daar juist toe zijn geroepen.
Sta middenin de wereld, leg contacten, verbindt je met wat er op het dorp gebeurt.
Wees gastvrij, en zorgzaam.
Zoek op wie vereenzaamt.
Steun wie het niet alleen redt.
Zonder aanzien des persoons.
Deel wat je hebt ontvangen, deel wie je bent.
Vanuit een gedrevenheid die met God van doen heeft.
Want je weet: daar, bij die mens is God al aan het werk – daar zit zijn hartstocht.

Hoe je dat kunt?
Hoe je dat volhoudt?
Door je in je vieringen en in gesprek met elkaar te voeden met verhalen zoals die over Jezus.
Het draait niet meer om de geloofsleer.
Het draait om verbinden en delen.
Het draait erom God te leren zien waar we hem niet verwachten.

We verbinden ons met elkaar.
En met elkaar verbinden we ons – al zingend – met God.
In het vertrouwen dat God zich allang zich met ons heeft verbonden.
En vanuit dat gevoed zijn verbinden we ons met de volken.
Vanuit het vertrouwen dat God zich allang heeft verbonden met die volken.

Je verbindt je met de volken in het vertrouwen daar God al aan te treffen.
Alleen ziet de ander dat misschien nog niet.
Misschien zie je het zelf nog niet eens – hoe gevoed je ook bent door schrift en liturgie.

In toenemende mate denk ik dat wij de liturgie nodig hebben om sowieso iets over God te kunnen zeggen.
De liederen, de gebeden, de stilte en de zegen zeggen iets wat ons in onze verstandelijke praat soms maar moeilijk afgaat.
Maar als we zingen met elkaar, als we samen bidden en stil zijn – dan komt het dichter op onze huid.
En dat hebben we nodig om ons te verbinden met elkaar, met God en met de volken.

Ga dus maar op weg, met vertrouwen.
Ga naar dat adres waarvan vrijwel iedereen zegt: ik zou er maar omheen lopen.
Als je gaat, en je vertrouwt het niet, ga samen.
Want samen zie je eerder iets van God, dan alleen.
En als je gaat, ga dan niet om God te brengen, maar om God te ontmoeten.
Want die is er al, vol hartstocht, vol ijver.

In het Galilea van de heidenen, de volken, de niet-vromen, de zoekers en de dwalers.
Vol verlangen wonen ze daar.
En God is hartstochtelijk om ze bewogen.
Ze wonen aan de weg naar de woeste zee.
In het duister.
Maar kijk, kijk goed – want daar schijnt een groot, een schitterend, een verbijsterend licht.

Zoek dat licht niet in de grote dingen.
Nee het licht maakt je stil, is in die zin groot.
Daarom hult dat licht zich bijna altijd in het kleine.

Licht hult zich de vraag die de ander je stelt, als jij daar naar toegaat.
Die ander zal je vragen: wie ben jij?
En als je die vraag laat staan en beantwoordt, zal dat een wederzijdse vraag worden.
In die vraag hult zich het licht van de Ene, die woont tussen de volken.

Amen.

Lied 362: 1, 2, 3 (Hij die gesproken heeft een woord dat gaat)

DIENST VAN GEBEDEN EN GAVEN
Gebeden
Dankgebed / Voorbeden / Stil gebed / Onze Vader (gezamenlijk uitgesproken)

In de media spelen twee thema’s op, die mensen diep kunnen raken.

Dat is het thema van 75 jaar vrij leven, dezer dagen symbool in het gedenken van de bevrijding van Auschwitz, speelt voor veel mensen.
Er kunnen er ook zijn, onder ons of onder onze bekenden, voor wie al die aandacht dit jaar voor dit thema veel is, misschien wel teveel.
Omdat al die aandacht oude wonden opentrekt, in henzelf of in hun voorgeslacht.

Het andere thema speelt onder de Jehova’s getuigen: een rapport over seksueel misbruik binnen de kerkelijke kring.
En de leidinggevenden die de uitkomsten van het rapport tot voor de rechter bestrijden.
Slachtoffers voelen zich daarmee – opnieuw – in de steek gelaten.

Inzameling van de gaven
(diaken van dienst komt naar voren en vertelt over de doelen)

Slotlied Lied 531: 3 (Christus die door de wereld gaat)

Heenzending en zegen
na de zegen een door de gemeente gezongen Amen (Lied 431c)

Orgelspel

(interim)predikant