Gods gang met deze wereld

 

Gods gang met deze wereld
Doen kennen heeft de Ene zijn reddende werk / aan de ogen der volkeren heeft hij zijn gerechtigheid onthuld. (Psalm 98: 2)
… zalig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid… (Matteüs 5: 6) – beide Naardense Vertaling.

Een lofpsalm roept vragen op. De wereld staat in brand. Wat zie je van Gods ingrijpen?
Lofprijzing op God is een vreemde eend in onze aardse bijt. De vreemdheid van God maakt de Bijbelse geloofsweg uniek. Het valt niet mee hem te herkennen in ons dagelijks leven, laat staan hem te loven.
In gesprekken over de vraag rond Gods handelen stapelen we meestal eerst ónze kijk op de wereld op. Door angst gevoed zien we alleen ellende in oorlogslanden (en vergeten dat óók tussen de puinhopen in menselijkheid wordt samengeleefd). We maken ons zorgen over een toestroom van vluchtelingen (en vergeten dat onze Europese beschaving door eeuwenlange migraties is verrijkt). We stapelen schrikbeeld op schrikbeeld – en roepen dan teleurgesteld dat we de stem van God niet (meer) herkennen. Geen zicht op een soort koning David die opstaat en alles recht zet.
De Psalm corrigeert ons: het gaat bij deze God om gerechtigheid. Hij ziet het kleine, het onbetekenende, en brengt dáár redding. Dat vergt goed kijken en een gelovig hart. Doen kennen heeft de Ene zijn reddende werk. Uit jezelf zie je het niet.
Geen rollende tanks of revolutie dus. Maar réddend handelen dat moet worden onthuld.
Uit het evangelie weten wij een beetje hoe de Ene bij dat redden te werk gaat: in een timmermanszoon die sterft aan het hout. Iemand die treurenden, de armen van geest en de hongerigen naar gerechtigheid zalig verklaart.
Dát is Gods gang met deze wereld. Het vergt van ons dagelijkse bekering om dat te (leren) zien. Dat wil zeggen: ons afwenden (niet in onverschilligheid!) van de stapels die wij maken van het wereldnieuws. Ook: afzien van onze hoop die we op regeringsleiders en legers stellen – want zij onthullen niet het reddende werk van de Ene.
Het vergt van ons: oog leren krijgen voor timmermanskinderen en kruisdragers, vredestichters en treurenden – vreemdelingen waarin de Ene zijn gerechtigheid onthult.

(interim)predikant