2019-10-20 Kreupele genade

Met op het leesrooster II Samuël 5: 6vv werd het een themaviering over de vraag hoe Bijbel en kerk omgaan met mensen met een handicap of beperking.
Onderstaande teksten lagen voor mij (ook als PDF beschikbaar).
De viering is ook met beeld en geluid terug te zien en te horen op Kerkomroep.

LITURGIE B
KOMEN
Lied voor de dienst: Lied 934: 1, 2, 3 (Ik ben)
Welkom
Aanvangslied: Lied 276: 1 (Zomaar een dak boven wat hoofden)
Moment van stilte
Begroeting en bemoediging
Psalm van de Zondag: Lied 276: 2, 3 (Woorden van ver…)
Gebed, drie intenties, met 3x acclamatie Lied 367k (Hoor ons bidden)
1x zingen lied 367k

Bent u hier, God?
In dit kwetsbare bestaan?
Muren van huid, ramen als ogen…
Kent u ons, zoals we hier zijn?
Dit lichaam, deze adem, onze traan, onze glimlach?
Zo bidden wij…

Spreekt u ons aan, God?
In deze wereld vol ruis en herrie?
Woorden van ver, vonken verleden…
Wie spreekt wie aan als wij bidden?
Deze monden, deze tong, deze klank, deze roep?
Zo bidden wij…

Deelt u met ons lichaam en ziel, God?
Zo broos als ons bestaan is?
Elkaar gegeven, wonder van God, mensen in vrede…
Wie schenkt wie, wie ontvangt?
Wie hindert, wie neemt hindernissen weg voor voeten, handen, ogen, oren?
Zo bidden wij…

Leefregel (Leviticus 19: 9-18)
Zingen lied 943: 1, 2, 6 (God gaat zijn ongekende gang)

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Verhaal met de kinderen Sleutelring p. 30
Lied met de kinderen: Lied 398 3x (Steek je hand uit)
De kinderen gaan naar de nevenruimte – er is ook Tienerdienst
Bijbellezing: II Samuël 5: 6-16
Instrumentaal intermezzo
Bijbellezing: Lucas 18: 35-43
Zingen: Lied 948: 1, 2, 3 (Als Gij er zijt, wees dan aanwezig)

Preek

Gemeente van de Heer,
zusters en broeders,

Els gaat dagelijks naar de plaatselijke christelijke basisschool.
Ze zit in groep 6.

Elke dag vertelt meester een Bijbelverhaal.
De klas luistert ademloos, want meester is een goede verteller.
En hij kan ook goed een verbinding leggen tussen het oude verhaal en de moderne tijd.

Op een dag vertelt hij over Jezus die een mens die doof is laat horen.
Aan het eind van het verhaal kijkt meester Els aan.
En hij zegt met milde stem:
Zo zal het in de hemel ook voor jouw vader en moeder zijn, Els.
Dan zullen zij genezen zijn, en kunnen zij horen.
Waarop Els ad rem reageert:
Nee, meester.
In de hemel spreekt God gebarentaal.

[…]
In ons dagelijks leven staat handicap in de beleving van veel mensen vreugde en geloof in de weg.
De Engelse theoloog John Hull werd blind op middelbare leeftijd.
Hij leert mij dat ook de bijbel een moeizame relatie heeft met blind-zijn.
En zo geldt dat ook voor mensen die verlamd zijn of doof.

David geeft er bijvoorbeeld uiting aan.
Priesterteksten tonen dat er moeite was met mensen met een handicap.
Ze worden uitgesloten van de tempeldienst.

Jezus neemt mensen met een handicap of beperking serieus.
Hij spreekt met ze, raakt ze aan, spreekt ze aan.

Tegelijk voelt het voor mij al geruime tijd ingewikkeld dat al die mensen worden genezen.

Als er al leerlingen van Jezus blind waren, dan zijn ze genezen voor ze hem konden volgen, zegt John Hull kritisch.
En dat vertellen de evangeliën ook over doven, verlamden, en verwarden.
Terwijl er vele, zeer vele mensen op aarde zijn, voor wie leven met een handicap dagelijkse werkelijkheid is.

[…]
Ik schrijf deze preek in een tijd waarin ik leer van emancipatiebewegingen.
Er is een poster van de Johan Kruyff-foundation die mij al maandenlang bezig houdt.

Voor wie ‘m niet kan zien: het beeld toont een sporter in een rolstoel in een sportzaal.
De tekst zegt: This is not a wheelchair, this is space.
Dit is niet een rolstoel, dit is bewegingsvrijheid, ruimte.

Mensen die niet invalide zijn zien vaak als eerste de rolstoel op de foto.
Terwijl mensen die verlamd zijn vertellen dat zo’n rolstoel voor hen mogelijkheden biedt.
Die rolstoel betekent voor hen bewegingsvrijheid, ruimte.
In het Engels: space.

Rolstoelgangers vertellen:
we worden aangestaard.
Dat wil zeggen: onze rolstoel wordt aangestaard.
Maar onze rolstoel ons bewegingsvrijheid geeft en een eigen leven.

Ik herken dat staren wel van mezelf.
Mijn blik wordt bijna automatisch getrokken naar de driewieler of de kruk of het looprek.
Ik ben niet blind, niet doof, niet verlamd of beperkt in mijn bewegingen.
Ik ben wel geen topsporter, maar ik kan, ik kan, ik kan…

Dit kunnen van mij is mij dierbaar.
Ik kan mij niet goed voorstellen hoe ik zou moeten leven zonder zicht of gehoor of mijn bewegingsvrijheid.
Ik kan mij niet goed voorstellen hoe ik zou moeten leven in een rolstoel.

[…]
Maar langzaam leer ik.
Voorzichtig.

De dovencultuur is er één met een hoofdletter.
Iemand die blind is kent een andere wereld dan die ik ken.
Mensen die minder mobiel worden leren mij anders omgaan met kwetsbaar leven.

Ik verheerlijk een handicap niet.
Maar ik leer van degenen die ermee te maken hebben.

Niemand van ons kan los van anderen leven.
Niemand van ons kan zeggen: ik besluit helemaal zelf en alleen wat ik doe.
Niemand kan zeggen nooit met beperking te maken te krijgen.
Het is niet een kwestie van ‘of’ je ermee te maken krijgt, maar ‘wanneer’ je beperkt raakt.

Niemand kan zeggen onafhankelijk van de ander te zijn.
Elk mens komt voort uit een levensfase waarin we totaal afhankelijk waren van anderen.

[…]
Ik vond als kind koning David een dappere held.
Langzaam leer ik hem echter ook kennen als beperkt mens.
Iemand die er geen oog voor had hoe afhankelijk elk mens, en dus ook hij, als kind was.

De bijbel is geschreven vanuit zien, horen en mobiel zijn.
In een tijd waarin eigen werelden van blinde mensen, dove mensen en mensen met een handicap nauwelijks of geen erkenning kregen.

Daarin is veel veranderd door emancipatiebewegingen.
In dat licht mag ik de bijbel niet kritiekloos letterlijk lezen.

Een beperking, een handicap is vaak lastig, en brengt in veel mensenlevens lijden met zich mee.
Maar zou er voor diegenen die het hier betreft er geen andere zin of geloofsvreugde zijn weggelegd dan alleen maar wachten op de eeuwigheid?
Ik geloof dat niet.
En dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee om zorgvuldig te spreken over God.

[…]
Er staat ergens dat God licht is.
Maar als ziende mensen dan zeggen dat God dus alleen maar licht kent en duisternis afwijst, wat zeggen we dan tegen iemand die blind is?
Er staat ergens dat het geloof door het horen komt.
Maar als horende mensen dan beweren dat God dus alleen maar gekend kan worden door het horen, wat roepen we dan voor beeld op bij iemand die doof is?
Er staat ergens dat geloven wandelen voor Gods aangezicht betekent.
Maar als mobiele mensen dan blijmoedig zingen over hoe mooi het is om te pelgrimeren – hoe komt dat over bij iemand die rolstoelganger is of uit bed moet worden getild met een lift?

Hoe komt het over als we tegen iemand met een handicap zeggen, heel goed bedoeld, dat God er ook voor de ander is?

Ik leer, maar o wat gaat dat langzaam.
Mensen met een handicap, zoals we dat noemen, voelen zich vaak pas gehandicapt als hun omgeving hen als gehandicapt ziet.
Als hun omgeving hen niet als mens erkent.
Als hun eigen wereld niet wordt bevraagd.

Ik leer dat langzaam – en dan is het ook wel een troost om het verhaal van John Hull te lezen.
Hij was namelijk al zichtbeperkt, vanaf zijn tienertijd.
Maar tot aan het moment waarop hij blind werd probeerde hij toch ziende te leven.
Hij loste op allerlei manieren zijn zichtbeperking op.
… tot hij blind werd.
Toen ging er pas voor hem een nieuwe wereld open.

Sinds ik dat weet, vraag ik meer nadrukkelijk aan mensen: en hoe doe jij dat nu?
Hoe leef jij met de dingen waar je mee te maken hebt?
En ik wil leren vragen:
kan God ook duister zijn?
Stilte?
Beperking?
Klein?
Mindermachtig?
Beschadigd en verwond?

Ik leer van iemand die doof is een andere woordenschat, of liever: een beeldenschat.
Van iemand die blind is leer ik kijken met mijn lichaam.
Van mensen met een lichamelijke beperking leer ik nieuwe dingen over bewegingsvrijheid.
Door mensen met een verstandelijke beperking leer ik de wereld anders te ervaren.
Van mensen met een onderstroom van pijn, angst en trauma leer ik God op een andere manier te zoeken en haar andere vragen te stellen.

Mijn woorden komen onder kritiek te staan.
Want zodra ik iets een beperking noem, neem ik de ander dan nog serieus?
Het blijft de taal van een mens die niet uit zichzelf weet wat blindheid of doofheid of een beperking betekent.

Maar ik wil leren…

Ook in de kerk hebben we nog een hoop te leren en te ontdekken.
Shane Clifton is een Australische theoloog die op zijn 40e een dwarslaesie opliep.
Hij spreekt door zijn ervaring over een kreupele theologie.
Hij begint daar over na te denken ná zijn ongeluk.
Zo probeert hij het lichaam in te brengen in de theologie, en verrijkt hij die theologie.
Want ook anderen hebben daar baat bij.
Ook wie nu nog niet beperkt of gehandicapt is.

Het lichaam is en wordt in de kerk niet heel serieus genomen.
Het vraagt anders denken om het lichaam een plek te geven in het spreken over God.
Dat wordt alleen maar lastiger als we steeds benadrukken dat God Geest is, onkenbaar, ongrijpbaar.
Om het lichaam in te brengen in de theologie moeten we God uit de hemel halen waar alles perfect en geestelijk is.
En moeten we de bijbel weer als verhalen-boek lezen.

[…]
De bijbel denkt in zien, horen en kunnen bewegen.
Ze kent echter ook de omarming van vreemdheid, verschil en kwetsbaarheid.
David omarmt Mephiboseth, een zoon van Saul, die kreupel was.
De thora komt in verzet tegen het onrecht dat mensen met een handicap kan worden aangedaan.
Aartsvader Jacob gaat letterlijk mank door het leven.
Jesaja zingt over een lijdende en gebroken mens die knecht des Heren is.
Castraten worden door hem genoemd als degenen die voorop gaan in het koninkrijk van God.
De blinde man in het verhaal van Lucas wordt door Jezus serieus genomen.
Omstanders snauwen hem af – maar Jezus staat voor hem stil, vraagt, luistert.
Pas als de blinde man op Jezus’ vraag zegt: “Heer, dat ik kan kijken” zegt Jezus: “Kijk dan…”

En het is net of Jezus dat woord tegen mij zegt…
“Kijk dank…”

[…]
In God zelf komen we soms ook vreemdheid en beperking tegen.
Hij roept zichzelf meer dan eens tot de orde.
De Ene kan wenen in Jezus over het lijden dat mensen moeten doormaken en zo naast hen staan.
Ze kan berouw hebben over almachtige besluiten die juist kleinen en beperkten onder de mensen hard treffen.

Op het eerste gezicht is de God van de Bijbel een ziende, horende God.
Een God die alles kan.

Maar in die verhalen – vooral in het Oude Testament – leert God ook van het broze menselijke leven.
De rabbijnen hebben in al hun wijsheid die sporen niet kunnen of willen uitwissen.

Het verhaal over David, de priesterdienst, en ook de genezingsverhalen over Jezus blijf ik lastig en riskant vinden.
Want als iemand ze vandaag letterlijk toepast schaadt dat veel, heel veel mensen, verwonden die woorden hun ziel.

Maar we hebben als kerk elkaar om kritisch te denken.
En ik wil jullie vragen kritisch met mij mee te denken.

We hebben als gemeente teksten over slaven, vrouwen, homoseksuelen anders leren lezen.
We ontdekten dat een onzuiver gebruik van die teksten mensen kleineert en onderdrukt.
We leren gaandeweg om dat niet meer te laten gebeuren.

In het verlengde hiervan kunnen we ook teksten leren herlezen die mensen met een handicap aan de kant dreigen te schuiven.

[…]
Je bestaat alleen maar in, met en door anderen.
Dat is een geheim van wat er tussen mensen gebeurt.
Dat begint al bij ons allerkleinst begin: nog voor er een ‘ik’ is, is er de ander.
En zonder die ander zou ik er niet zijn.
Als God nu eens in dat geheim, dat oerlichamelijk is, beweegt, ademt, groeit en leert?

Kreupele genade.
Een nieuw woord.

Een uitdaging.
Voor ons allen een oefening in verbeelding.
Een zoektocht waarin we elkaar tot reisgenoot en metgezel zijn.

God spreekt gebarentaal.
Kijkt met het lichaam.
Gaat mank en leert in de onderlinge afhankelijkheid met haar mensen.

Amen.

Muziek

ANTWOORD
Zingen: Lied 973: 1, 2, 3, 4 (Om voor elkaar te zijn uw oog en oor)
Aan het eind van dit lied komen de kinderen terug uit de kindernevendienst
Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader
(mededelingen en) Gaven – Tijdens de inzameling kijk- en luisterlied Stand by me in de versie van ‘Spelen voor verandering’.

GAAN
Slotlied Lied 975: 1 (Jezus roept hier mensen samen)
Zegen beantwoord met driemaal “amen” (lied 431c)
Zingen: Lied 975: 3 (Jezus roept ons tot de ander)

(interim)predikant