2019-11-10 wenen

Protestantse wijkgemeente Zoetermeer-Noord, Orde van dienst.
Datum: 10 november 2019
Ook als PDF beschikbaar.

LITURGIE A
KOMEN
Lied voor de dienst: Lied 1003: 1 oefenen (Stil is de straat)
Welkom
Aanvangslied: ONC/Ichthus 88: 1, 2 (Kijk eens om je heen)
Moment van stilte
Bemoediging en groet
Psalm van de Zondag: Lied 98: 1 (Zing een nieuw gezang)
Kyrie gesproken

Een stad met ongeveer 100.000 inwoners.
Zo’n 300 kilometer boven Bagdad en Falluja: noord Irak.
Een opslagplaats voor munitie.
Strategisch gekozen.

Een militaire denktank die alle informatie verzamelt.
Een bom, nauwkeurig geplaatst.
Een veel grotere impact dan verwacht.
Tientallen burgerdoden, gewonden, daklozen, getraumatiseerden.

Pas vier jaar later horen we er meer van.
Schadevergoeding wordt politiek riskant spel.
Maar de slachtoffers verdwijnen in het debat in Nederland naamloos.
Durven we stil te zijn en te wenen om de doden?

[…]

Lied 1003: 1, 2, 3, 4, 5 (Stil is de straat)
Overgangswoorden

Ik denk dat de kerk tot taak heeft om de politiek te beïnvloeden.
Door te doen wat in de politiek vaak ontbreekt: het durven wenen.

De kerk weent met Christus.
Probeert het uit te houden met onze kwetsbaarheid, zonder te grijpen naar het zwaard.
Probeert te blijven roepen in de nood.
Juist ook voor hen die zelf geen woord, geen traan meer hebben.

We wenen en roepen in de stugge hoop dat God ons roepen kent.
In de vaak schurende hoop dat harten van mensen worden veranderd.

Durven we het aan om God groot te maken?
Dan hoort daar onlosmakelijk bij dat we wenen.
Durven we het aan om te wenen?
Dan hoort daar onlosmakelijk bij dat we zijn naam groot maken.

Altijd weer en altijd weer schuurt het kyrie met het daarop volgend gloria.
Dat is zo, en volgens mij moet dat ook zo blijven.
Niet om het kyrie te overschreeuwen.
Maar om in de nood Gods naam groot te blijven maken.
En om het wenen vol te houden.

We zingen het inmiddels bekende Gloria à Dios – straatzang uit Peru.
Je hoort in de blije muziek ook de ondertoon van rouw en verdriet.
Laten we het zacht zingen.

Gloria: Lied 309a (Gloria a Dios)

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Verhaal met de kinderen
Lied met de kinderen: Lied 783: 1, 2, 3 (Voor mij is geluk)
De kinderen gaan naar de nevenruimte nevenruimte.
Bijbellezing: Psalm 126, gezongen en gelezen:
• Zingen Lied 126: 1, 2
• Lezen bewerking Psalm 126 (Lloyd Haft)
• Zingen lied 126: 3

[De evangelielezing begint in onze vertaling met de woorden “Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen…”. Maar Lucas schrijft hier niet dat Jezus “Jeruzalem” zag liggen, slechts dat hij de ‘stad’ zag liggen. Oussoren vertaalt:
Zodra hij nadert en de stad aanziet
weeklaagt hij over haar…
Lucas verbindt nooit de naam Jeruzalem direct met het woord stad.
Terwijl hij dat wel doet met bv. Nazareth en Bethlehem.
Ik krijg de indruk dat ‘stad’ bij Lucas iets met ‘samen-leven’ te maken heeft.
Stad heeft vaak een verband met hoe mensen naar elkaar kijken en met elkaar omgaan.
De manier waarop de stad omgaat met zieken, gehandicapten, prostituees, weduwen is niet hoopgevend.
En de manier waarop mensen omgaan met Jezus die daar verandering in wil brengen is al evenmin hoopgevend.
Ik denk dat dát schuilgaat in het wenen van Jezus over de stad.]

Bijbellezing: Lucas 19: 41-48
Zingen: Lied 282: 1 (Genesteld aan uw hart)

Preek

Gemeente van de Heer,
zusters en broeders,

Ooit sprak een man die men een groot veldheer noemt:
Ik kwam, ik zag, ik overwon.
Zijn woorden zijn zelfs in het Latijn beroemd geworden
Veni, vidi, vici.
Julius Caesar wordt alom gezien als een befaamde veldheer, een knappe schrijver, en een wijs mens.
Hij bracht volken, stammen en stammetjes onder één bestuur.
En dat allemaal in een tijd waarin alles te voet moest worden geregeld om het leger naar de uithoeken van het rijk te brengen.
Een bekend mens, deze Julius.

Tegelijk schuurt het ook dat juist generaals, commodores en strategen worden gewaardeerd en geciteerd.
Terwijl zij eigenlijk altijd weer met wapens conflicten beslechten, overwinningen boeken en glorie verwerven.

Wapens doden.
Overwinningen in oorlogen kosten altijd weer mensenbloed.
En glorie gaat altijd ten koste van de enkeling.
Zelfs wie geroemd worden om hun geweldloos leiderschap kennen in hun leven meestal ook periodes waarin ze geweld gebruikten.

[…]
Vandaag lezen we over een andere mens, die ook beroemd is – maar niet omdat hij strateeg is, overwinningen boekt of glorie verwerft.
Van hem kunnen we zeggen: veni, vidi, flevi – ik kwam, ik zag, ik weende.

Hij weent niet over zichzelf.
Hij weent over de stad.
Over de manier waarop mensen omgaan met elkaar.
Hij weeklaagt over het onrecht dat mensen elkaar aandoen.

Hij komt – gedreven door een vuur van verlangen dat Gods gerechtigheid gestalte krijgt onder de mensen.
Hij ziet – hoe de mensen die gerechtigheid maar met stukjes en beetjes gestalte geven, en juist de allerkleinsten en allerarmsten daaronder lijden.
Hij weent – om zijn mensen en hoe ze met elkaar omgaan.

[…]
De stad is in de bijbel een plek waar het op goede relaties aankomt.
De plek waar recht en vrede de toon zetten.
Samen-leven is daar de waarheid.

Maar Jezus ziet dat dit vaak niet de praktijk is.
In zijn drie jaar optreden ziet hij zoveel mensen die verloren raken.
Mensen die eigenlijk altijd weer verloren raken in de samenleving.

Het verloren gaan heeft vaak weinig met aanwijsbare zonde en schuld te maken.
De meesten raken verloren door de manier waarop zij in de samenleving aan de kant worden gezet.
Afgewezen.
Doodgezwegen.

Jezus zoekt juist de mensen op die niet meetellen, niet mógen meetellen.
Mensen die niet genoemd, erkend of gewaardeerd worden, zelfs niet mógen worden.

Dat het niet mág blijkt uit het verzet dat Jezus keer op keer tegenkomt.
Het gemor dat hij krijgt als hij tijd maakt voor verloren mensen.
De rechtstreekse dreiging die hij ervaart als hij bij mensen is die veroordeeld zijn als zondaars.

Jezus ziet de stad en weent.
Jezus ziet hoe mensen met elkaar omgaan, en weeklaagt, schreeuwt naar de hemel.

[…]
Anno 2019 hebben hebben we op dat vlak veel gewonnen.
Onze 75 jaar leven in betrekkelijke vrijheid heeft ook vrijheid opgeleverd voor wie anders nog steeds niet zou meetellen.
Het is een periode van veel emancipatiebewegingen.
Daar ben ik dankbaar voor.

Tegelijkertijd zijn er ook keerzijden aan deze ontwikkelingen in ons land.
Onze relatieve vrijheid en enorme economische welvaart maken ons ook verkrampt.
We hebben teveel om te verliezen – en neigen ertoe om dat te koesteren ten koste van anderen.
We vrezen de vreemdeling, we schieten in de kramp van mensen die soms wat in de war zijn.
We hollen onze solidariteit uit omwille van politieke belangen.

En werkelijk, echt werkelijk recht doen aan de meest kwetsbare mensen in onze samenleving vinden we lastig – we leggen er een kordon aan regels omheen.

In het groot zien we dat gebeuren als we worden aangesproken op onze verantwoordelijkheid bij vredesmissies.
Als we worden geconfronteerd met de effecten van militair ingrijpen.
Als een beroep wordt gedaan op onze overheid in de zorg voor een kind dat er ook niets aan kan doen dat de ouders hebben gestreden voor IS.

Landelijk zien we – bij al het goede dat er gebeurt – in Nederland ook een bureaucratische onverschilligheid voor asielzoekers.
Mensen die hulp bij schulden zoeken moeten door een oerwoud aan regels hun weg vinden.

Juist de mensen met de minste macht moeten steeds vaker aantonen dat ze niet frauderen, hun onschuld bewijzen.
Menige instantie verklaart iemand al schuldig voor er bewijs is.
En dat treft juist de mensen met de minste middelen om in verzet te komen.

Kramp…
Wat de kerk in deze verkrampende samenleving kan bieden?

Jezus ging die stad, waarover hij weende, binnen.
En veegt de handel aan kant in het huis van gebed.

De vloer maakt hij vrij.
En ik denk: hij maakte die vloer vrij voor de weeklacht.
Er staat: voor gebed.
Maar ik vul er stil bij in: en voor weeklacht – denkend aan Jezus’ tranen.

En ik stel aan mezelf en aan jullie de vraag:
Durven wij het aan: om te weeklagen?
Houden we het uit?
Om te wenen, werkelijk te wenen over wie naamloos sterft.
Willen we wenen om wie lijdt onder het stille geweld van machtsverhoudingen, bureaucratie en vreemdelingenangst?

Durven we het aan om vanuit dat wenen anders om te gaan met wat er gebeurt?
Om dwars en vreemd te durven zijn ten behoeve van de meest kwetsbaren?

[…]
Jezus zou in onze dagen beslist zijn ingerekend als een “verwarde man”.
Wie haalt het nu in zijn hoofd om de marktkramen omver ter duwen?
Karlijn Roex laat zien dat in Nederland die term ‘verwarde man’ steeds vaker opduikt.
Naar het zich laat aanzien omdat we het liefst alles in Nederland zo normaal mogelijk willen laten verlopen.

Het stelt de vraag aan de kerk: durven we het aan om af te wijken?
Om voor verward uitgemaakt te worden als we wenen om de mensen die klem komen tussen de wielen van onze moderne samenleving?

Hoeveel ruimte geven wij aan de weeklacht?
Ook, juist als het ons onrustig maakt?

Tranen.
We lazen net hoe Lloyd Haft dicht bij Psalm 126:

en opeens in mijn tranen
zaad zag, zaden,
dacht uw zaai te zien.

In tranen zaad zien.
Dat is gans anders dan “Ik kwam, ik zag, ik overwon”
In tranen zaad zien.
Dat is de weg die de profeten al gingen.
En Jezus gaat ons erin voor.
“Ik kwam, ik zag, ik weende…”

In tranen zaad zien.
De zaai van God.
Dat is de weg van de kerk.
Amen.

Muziek

ANTWOORD
Zingen: Lied 282: 2, 3, 4 (Hier wordt uw woord van kracht)
Aan het eind van dit lied komen de kinderen terug uit de kindernevendienst
Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader
(mededelingen en) Gaven

GAAN
Slotlied Lied 1001: 1, 2 (De wijze woorden en het groot vertoon)
Fransiscaner zegen
Zingen: Lied 1001: 3 (Wie denken durft dat deze droom het houdt)

(interim)predikant