2019-11-24 in het voorbijgaan

Orde van dienst voor zondag 24 november 2019 – Eeuwigheidszondag, Hoeksteengemeente Benthuizen.
Ook als PDF beschikbaar.

Orgelspel
Welkomstwoord en mededelingen

VOORBEREIDING
Moment van inkeer
Aanvangslied Lied 221: 1, 2 (Zo vriendelijk en veilig als het licht)
Bemoediging en groet
Psalm van de zondag: Lied 91a: 1 (Wie in de schaduw Gods mag wonen)
Gebed van inkeer
Lied 942: 1, 2, 3 (Ik sta voor u in leegte en gemis)

DIENST VAN HET WOORD
Gebed bij de opening van de Schriften
Schriftlezingen afgewisseld met liederen
Psalm 138 gelezen en gezongen:
– Lezen Psalm 138: 1, 2 (lector)
– Zingen lied 138: 2 (Ten dage dat ik riep)
– Lezen Psalm 138: 5, 6 (lector)
– Zingen lied 138: 4 (Als ik, omringd door tegenspoed)
Lezen Marcus 6: 45-51 (voorganger)
Zingen Lied 943: 1, 2 (God gaat zijn ongekende gang)

Preek

Gemeente van de Heer,
zusters en broeders,

Jezus stuurt zijn leerlingen, en daarmee ons, de chaos in.
De storm in.
Het water over dat zo diep en niet te peilen is.
Water dat in de bijbel zo vaak de betekenis van chaos heeft.
Daar is de plek van de leerlingen.

Het verbaast ons.
Want we hebben geleerd dat God de chaos niet zou willen.
Dat Jezus de chaos zou hebben overwonnen.
En dat we daarom alles wat ons verontrust en verwart zoveel mogelijk moeten voorkomen of zelfs bestrijden.

Waarom moeten de leerlingen er dan juist naartoe?

Ja, er is ook een strijd tegen de chaos.
In ieder geval iemand door die chaos onrecht lijdt.
Dan komen we op voor die ander.
Maar dat wil het nog niet zeggen dat we om chaos heen moeten proberen te lopen.
Dat we ervoor wegvluchten.

De gemeente van Christus wordt die chaos in gestuurd.
Die kleine huisgemeente van 12 bange, jonge mensen.
Leerlingen van Jezus, die zelf de chaos doorging.
Hoe bang hij ook was.
En dus hebben zijn leerlingen die weg ook te gaan.

God en geloof is er niet om ons te behoeden voor het stormachtige water.
We komen allemaal een keer in dat bootje, op dat stormachtige water.

Dat is wat we allemaal ervaren als het gaat om de onrust en verwarring die er is rond leven en dood.
Je kunt je leven nóg zo goed op orde hebben, vroeg of laat wordt het nacht.
Vroeg of laat kom je in de storm van ziekte, kwetsbaar leven.
Vroeg of laat verdwijnt de grond onder je voeten, als het leven niet meer vanzelfsprekend is.
Als je iemand verliest en je zit middenin de rouw.
Je tobt rond, het stuur werkt niet, de wind waait je alle kanten op behalve de goede.

God zal ons er niet voor behoeden.
Maar wél: God zal ons er niet in verlaten.
God zal ons erin op zoeken.
En onze kijk, onze gedachten, ons hart veranderen.

Daar, in de chaos zien we misschien scherper wie God is, dan als alles goed gaat.
In een flits krijgen we het dan door.
In het voorbijgaan, schrijft Marcus, met het puntje van zijn tong tussen de lippen.
Zo nauwkeurig schrijft hij over Jezus die over het water gaat:

…en hij wilde hen voorbijlopen…

Die vreemde, die anders dan andere God, zien we niet constant.
Deze God is niet alledaags.

Maar dáár is zij: In de chaos.
Onverwacht, onverhoeds en onverklaarbaar.
In de diepte, in het voorbijgaan zien we haar.

Je zou er zomaar overheen kunnen kijken.
En soms doen we dat ook, misschien wel vaker dan we door hebben.
Misschien zien we wel vaker God over het hoofd.
De God die voorbijgaat.

[…]
De chaos in.
Het leven ontkomt er niet aan.
Dáár trekt God aan ons voorbij.
Die vreemde, onalledaagse, God.
Zoals Hagar in een flits God zag, toen alles verloren was in de woestijn.
Zoals Elia God even zag op de berg, in een huiveringwekkend stilworden in het oog van de storm.

Die vreemde God die in een soort spook tot ons komt.
Die je niet meteen herkent.
Omdat God ánders is dan we vaak zelf in ons hoofd hebben.

Maar dáár, wanneer we haar zien, horen we haar zeggen:
Ik ben het…

[…]
De leerlingen raken verlamd van angst.
En schreeuwen het uit.

Wie zijn wij om hen dat te verwijten.
We verstrikken onszelf net zo hard in vaste beelden van God.
We laten ons in het dagelijks leven vaak niet meer zo door Jezus verrassen.
Maar in de diepte kan dat soms ineens gebeurenh.

Voor mij was het, een paar jaar geleden, bijna een schrik, om te lezen:
en hij wilde hen voorbijlopen…
Tot ik me realiseerde dat ook in mijn leven God doorgaans maar heel even zichtbaar is.
Dat ik hem vast ook wel eens over het hoofd zal hebben gezien.
Omdat ik een vast beeld van God had dat niet helemaal klopt.
En dan herken je God soms helemaal niet.

Tot op zeker moment waarop mijn plannen niet meer werkten.
Tot de boekjes die ik had gelezen geen antwoord meer gaven.
Tot alles anders werd.

Achteraf zeg ik: weet het dan maar een poos niet goed hoe het met God zit.
Sta maar met lege handen.
Lege handen kunnen bidden, ontvangen.

Niet dat wat jou overkomt, waardoor je het niet meer weet, ineens mooi is of fijn – integendeel.

Maar dáár doemt onverwachts een spoor op van deze andere God.

Laten we maar stil zijn.
Laten we maar voor God gaan staan.
Met onze tranen in onze ogen.
Met onze lege handen.
Verward misschien.
Vragend, onderzoekend.

Laten we voor God staan – zoals we zijn.
God, hier zijn wij.
Laten we stil zijn – de Ene komt voorbij.

Amen.

Zingen Lied 321: 1, 4, 6 (Niet als een storm als een vloed)

Belijdende tekst

Zingen lied 608: 3 (De dode zal leven…)

DIENST VAN DE GAVEN
Inzameling van de gaven
(diaken van dienst komt naar voren en vertelt over de doelen)
Zingen lied 364: 1, 4 (Hoor Gij ons aan)

DIENST VAN DE GEDACHTENIS EN GEBEDEN
Inleiding
Gebed
Zingen lied 730: 1, 2, 3, 4 (Tekst Kees van der Zwaard)

Gedenken van overledenen
Gedicht Onvergetelijk
Gedenken van gemeenteleden die overleden in het afgelopen kerkelijk jaar.
Gedenken van familieleden, verwanten, reisgenoten onderweg, bij name genoemd of bewaard in onze harten.
Gedenken wie naamloos stierf, ongekend bij ons.
Elk blok wordt besloten met het lezen van liedboek p. 1416c (Menken-Bekius)

Zingen: Lied 444: 2 (De duisternis gaat wijken)

Gebeden – Dankgebed, Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader (gezamenlijk uitgesproken)

Slotlied: Lied 444: 3, 5 (zij die gebonden zaten…)

Heenzending en zegen
na de zegen een door de gemeente gezongen Amen (of een Amenlied)

(interim)predikant