2019-12-24 kerstnacht

Kerstnacht 2019 – PWZN
Teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Muziek bij binnenkomst
Liederen zingen vóór de dienst (ongeveer vanaf 21.50)
* Lied 477: 1A, 2A, 4S, 5A (Komt allen tezamen)
* Instrumentaal: “Ich steh an Deiner Krippe hier” (J.S. Bach)
* Lied 479: 1A, 2S, 3A, 4A (Een lied weerklinkt in deze nacht)
Welkom
Lied Liefste lied van Overzee dl1 nr. 23: 1S, 2A, 3A (Een diepe nacht houdt Bethlehem)
Groet en bemoediging (staande)
Lied 96b: voorzang gesproken, refrein gezongen, 1e keer door solist, aan het eind nogmaals door solist (Zing voor de Eeuwige, zing een nieuw lied)
Gedicht
Lied Liefste lied van Overzee dl2 nr. 55: 1, 2, 4, 6 (Waar herders waakten bij hun vee)
Gebed
Lied 480: 1S, 4A (Ik wandel in gedachten)
Gebed om Gods licht
Bijbellezing Jesaja 8: 23b-9: 7
Lied 482: 1, 3 (Er is uit ‘s werelds duistere wolken )
Bijbellezing Lucas 2: 1-20
Lied 503: 1, 2 en 4 (Wij staan aan een kribbe)
Verkondiging

Kwam je terug…?

Elk jaar zien we elkaar weer, mensen tussen de mensen.
Elk jaar weer lezen we dit verhaal.
Het blijft ons bezighouden en keren er steeds naar terug.

Het is goed dat je hier bent.
Met elkaar samen verbonden in gebeden en liederen, stil zijn en langen.
Elk jaar zingen we van een kind.

Tegelijk vragen we ons af: wat zou nog nieuw kunnen zijn?
Dat zoeken we vaak: een nieuw begin.
We zien het gebeuren, om ons heen.
Niet speciaal met kerst, maar alledaags.
Mensen maken een nieuw begin, soms meer dan eens.

Als we hier zijn, vol verlangen, brengt het kind nieuw begin?
Of zijn we al op weg gegaan?
Is er al een nieuw begin, maar zien we het niet?

Het kerstkind is daarvan misschien wel een teken.
Het slaapt onder ons zingen.
Het vertrouwt zich toe aan onze aanraking.
Het is erbij, bij ons verlangen – en het slaapt rustig door.

[…]
Ben jij er ook weer?
Om samen te zingen met de engelen en de herders?

Herman Andriessen vertelt:

Slechts één van de herders moest onderweg aan Maria denken.
Hij draaide zich om, keerde op zijn schreden terug, en vond haar in de stal alleen met het kind.
`Kwam je terug’, zei ze.
`Ja,’ zei hij, `ik moest steeds aan je denken.’
Ze vroeg: `Wat dacht je allemaal?’
De herder:
`Het liet me niet los.
Daarom kwam ik terug.’

Ze keek naar het kind en zei:
`Ik begrijp het niet, het is toch ook mijn kind.
Iedereen bemoeit zich er mee en gaat dan weg.
Maar jij kwam terug.’

`Mijn vader’, zei de herder, `leerde me altijd terug te keren als je iets niet begrepen hebt.’
Maria zag hoe zijn hand op het kleine hoofdje lag, hoe hij het streelde en hoe zijn ziel genas.
En in haar hart rees het eerste begrijpen.
`En wat begreep je dan niet?’
`Je zat er zo stil bij; een hoop volk om je heen.
En soms keek je man ongelukkig.
Dat begreep ik niet.’
Ze zei zacht: `Je hebt het gezien aan ons.
Er is iets mis met het kind.
Mijn nicht heeft me dat ook al gezegd.’
Toen zei de herder, even zacht:
`Met mijn kind was ook iets.’
`Wat dan?’ vroeg zij.
Toonloos zei hij:
`Het werd ziek en ging dood.
Sindsdien zijn alle kinderen voor mij een teken.’
Zij zag hem aan.
Zei toen:
`Streel het maar; en denk aan je kind.’
Hij legde zijn grote hand op het kleine hoofdje en streelde het kind.
Het sliep rustig door onder zijn grote hand.
Maar de wond in zijn hart ging dicht.

[…]
Kwam je terug?

Het is goed om hier te zijn.
Het is ook goed als je hier weer bent, misschien al voor de tiende of de twintigste keer in je leven.
Het is zo goed.

Veel dingen snappen we niet van het leven.
Veel dingen snappen we niet van deze grote wereld.
We doen vaak wel net alsof.
We hopen dat in ieder geval de deskundigen het snappen.
Of we rekenen vol verwachting op de antwoorden van de wetenschap…

Maar als we eerlijk zijn buitelen de vragen over elkaar heen.
Als we eerlijk zijn worden de vragen eigenlijk steeds meer en steeds groter.
Niet in het minst door je verdriet, je pijn.
De dingen in je eigen leven die je niet begrijpt.
Laat staan in het leven van anderen…

[…]
Misschien heb je in de afgelopen weken gezocht naar de kerstsfeer.
Om vrede te vinden te midden van alle onrust in deze wereld.
Je hoopt dat het komt, die sfeer.

Misschien bij het stille genieten als je de kerstboom optuigt.
Misschien komt die wel als je samen bedenkt wat je maakt voor eten.
Misschien hoopte je in kerstsfeer te komen toen je kerstgroeten verstuurde.

Volgens mij hoopt elk mens een beetje dat je wordt ópgenomen in de sfeer van Kerst door alle voorbereidingen.
Maar ondertussen ontdek je ook dat het best moeite kost om naar Kerst toe te groeien.
Want je moet vaak best wel los komen van het leven van alledag.
Loskomen van werk, nieuws, privézorgen die er zijn.

[…]
Ik denk dat we naar iets diepers verlangen.
Dat we verlangen naar aangeraakt worden en naar heling.
Een stem die tegen je zegt:

Ik ben je niet vergeten.
Ik denk aan je met alles wat in je leeft.
Ik denk aan je, ook als je de dingen niet goed begrijpt.

Kerst zegt dat God deel uit maakt van ons leven, jouw en mijn alledaagse leven.
Dat je bij God niet alleen welkom bent met alleen je aardige buitenkant, maar ook met je kwetsbare binnenkant.
En met je vragen, je niet-weten.

Daarom vertellen we elk jaar weer van het kind.
Daarom zeggen we welkom.
En: “Kwam je terug?”

Jezus – het kind dat zegt: God redt.

In gedachten je hand op het hoofd van het kind.
Het slaapt rustig door.
Maar dat te mogen doen, dat helpt je te leven met je tranen.
Dat geeft troost in een eindeloos en rusteloos zoeken.

En het enige dat we hoeven te doen is terugkeren.
Om het bericht weer te horen, opnieuw.

Juist als we niet zo goed begrijpen wat geloven nu is.
Juist als we niet zo goed snappen hoe het zit met God en zijn liefde.
WE hoeven niet zoveel te doen.

Ga maar terug, klim niet omhoog, maar sta met twee benen op de grond.
Tussen schapen, herders – in de stal met het kind.
Zie Maria met Jozef die op een strootje bijt.
En Jezus.

[…]
Kwam je terug?

Elk kind is een teken.
Elk kind een teken, dat de Adem van God je raakt.
Die streelt jou, zoals je in gedachten het kind streelt.

In elk kind zoekt God je kwetsbare binnenkant waarmee je ‘ja’ kunt zeggen als je wordt gezegd:
Leg maar stil je hand op hem
Steeds weer, een nieuw begin.
Als je het niet begrijpt, ga je terug, je bent altijd welkom in die stal, bij het kind.
En je hart zal helen.

Amen.

Lied 491: 1 2x – 1xS, 1xA (Kind ons geboren, zoon ons gegeven)
Gebeden
Inzameling van de gaven
Lied 483: 1A, 2S, 3A (Stille nacht heilige nacht)
Zegen
Ere zij God

(interim)predikant