2020-01-19 gaan met god

Gaan met God – zondag 19 januari 2020, oecumenische viering in de Taborkerk te Zoetermeer. Onderstaande teksten zijn ook als PDF beschikbaar.

Mededelingen en stilte
Opening: GVL 643 Vol verwachting
Woord van welkom
Gebed om vergeving
Gloria: Glory to God (Melodia)
Kinderen gaan naar de nevendienst
Luister naar het woord van de levende God.
Lezing: Handelingen 27, 18-26, 28, 1-6
Tussenzang: Als gij naar de woorden luistert
Evangelielezing Marcus 16 vers 14 – 20
Allelu

Preek in tweeluik met als tussenzang: Stem als een zee van mensen

Lieve reisgenoten,

Paulus voelt een roeping.
Hij heeft wat te zeggen, tegenover de keizer.
Zo ziet hij dat, en hij is er diep van overtuigd.
En hij gaat met God.

Paulus móet getuigen van zijn geloof.
Daarmee grijpt de schrijver, Lucas, terug op het begin van zijn boek, waar Jezus zegt:
… ge zult getuigen van mij … tot het einde van het aardland!
Daar gaat het op aan – en dus Rome…
En hij kómt er ook – als gevangene, maar met een vrij hart.

Het is wonderbaarlijk hoe Paulus in die tijd zulke enorme reizen heeft gemaakt.
Alles moest per schip, te paard of te voet.

Onderweg naar Rome kiest de schipper om op weg te gaan vanaf Kreta, ook al was het winter met risico van een storm.
En die storm treft daadwerkelijk het schip.
Iedereen is daarbij in levensgevaar: scheepslieden, passagiers, soldaten en gevangen.
Iedereen zit in hetzelfde schuitje.
Hun veilige onderkomen gaat ten onder.

Er volgt een dagenlange onzekerheid – het schip is prooi van de golven.
Maar in alles is Paulus, de landrot, de meest rustige persoon.
Hij geeft geestelijk leiding, aan schepelingen en de hoofdman met zijn soldaten.
En zij vertrouwen zich aan hem toe.

Paulus op zijn beurt aarzelt niet zich toe te vertrouwen aan een droom.
In die droom hoort hij:

God heeft je begunstigd,
met allen die met jou mee zeilen

Paulus móet getuigen van zijn geloof, ook op het einde van de aarde.
Hij ontvangt daarbij een onschatbaar geschenk.
Al zijn reisgenoten.
Ze worden hem geschonken – hij is een begunstigd mens.
Ook al zal hun veilige onderkomen in stukken slaan op de kust.

Waarom Lucas dat zo heeft opgeschreven?
Ter bemoediging aan zijn lezers.

Paulus verliest op het oog alles: huis, haard, heilige plekken, vrijheid en uiteindelijk zijn leven.
Maar hij wint een volk als geschenk van God.

Zo verbindt Lucas dit verhaal met de ervaringen in de eerste gemeente.
Toen er ook velen waren die zoveel verloren: hun plek in familie en dorp, hun vertrouwde godsdienst, hun status, soms hun thuis.

Maar over hun schouders heen lees ik mee, en ervaar ik troost in deze woorden.
Onze kerk verliest veel van wat vertrouwd en veilig was, wat ervaren werd als tot in eeuwigheid – in onze beider tradities zien we dat gebeuren.
Kerkplekken, vaste verbanden, opvolging van generaties – en sommigen verliezen daarmee ook de moed.
Het hoort er allemaal bij, en lijkt op dit moment nauwelijks stoppen.

Maar ik hoor – vandaag – Lucas tegen ons zeggen:

Geroepen ben je om te verkondigen.
Getuig van Jezus’ leven, en van zijn geestesadme.
En door al je verliezen heen zijn je reisgenoten je daarbij geschonken.
In je reisgenoten begunstigt God je.

Zo maakt Lucas concreet wat Jezus aan zijn leerlingen beloofde:

…ik verzeker jullie:
iedereen die huis of vrouw, broers of zusters,
ouders of kinderen heeft achterlaten
om wille van het koninkrijk van God,
zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen
en in de tijd die komt het eeuwige leven. (Lucas 18: 29v)

We hebben Gods genade en gunst te verkondigen – die gaat ons voor.
En spreekt tot ons, in een zee van mensen om ons, door ons heen.
God begenadigt ons door die ander, die ons vraagt: wie ben je?
Woord dat aanhoudt, / God die mij vasthoudt.
Zo zullen wij gaan met God.

Lied 282 Stem als een zee van mensen

preek deel II

Lied 1005: Zoekend naar licht
Geloofsbelijdenis: Ik geloof (Melodia)
Kinderen komen terug
Woordje met de kinderen
Lied alle wegen zijn nog open (Melodia)
Voorbeden
Vredegroet
Ubi Caritas (Cantabor)
Collectelied: Jezus, U bent het licht in ons leven (Cantabor)
Slotwoord
Zegenbede (GvL 344)
Slotlied Lied 423: Nu wij uiteengaan (Melodia)

(interim)predikant