2020-02-02 Godsroepers

Protestantse wijkgemeente Zoetermeer-Noord, Orde van dienst.
Datum: 2 februari 2020
Ook beschikbaar als PDF.

LITURGIE A
KOMEN
Lied voor de dienst: Lied 218: 1, 2 (Dank u voor deze nieuwe morgen)
Welkom
Aanvangslied: Lied 218: 5 (Dank u voor alle mooie klanken)
Moment van stilte
Begroeting en bemoediging
Psalm van de Zondag: Lied 67: 1 (God zij ons gunstig en genadig)
Kyrie met acclamatie (3x)
Gloria lied 309 (Zing nu verheugd een vrolijk lied) – canon in 3

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Met de kinderen
Lied met de kinderen: Lied 934: 1, 2, 3 (Ik ben voor jou een nieuwe naam)
De kinderen gaan naar de nevenruimte nevenruimte – er is ook Tienerdienst
Bijbellezing: Genesis 4: 23-26
Lied 37: 1, 2 (Wees niet afgunstig op de goddeloze)
Bijbellezing: Matteüs 4: 23-5: 12
Zingen: Lied 833 NL (Neem mij aan zoals ik ben) 3x
Preek

Lieve godsroepers,

Iemand vertelde dat ze, kort na het overlijden van haar partner, voor het eerst weer in de kerk kwam.
En dat ze door collega Rein Algera werd verwelkomd met de woorden:
Fijn dat je er bent. Hier kun je huilen.
En zo is het maar net.
In de kerk is plek voor je tranen.
En die zijn niet meer of minder dan ons gebed, ons lied, onze stilte of lofzang.

Genesis vertelt:
… toen begon men de naam van de Ene aan te roepen…
Toen…
Toen ze de naam van de zoon van Seth uitriepen: Enosj – Sterveling!
Toen begon men de Ene aan te roepen.

Kaïn verwierf zijn nageslacht.
En hij bouwde een stad – maar roepen om de Ene deden ze niet…

De achter-achterkleinzoon van Kaïn, ene Lamech, riep:
Kaïn wordt zevenmaal gewroken,
Lamech zevenenzeventigmaal
Maar roepen om de Ene deden ze niet.

Nee, dat begon toen Sterveling zijn naam kreeg…
[…]

We zijn geloofsgemeenschap.
Om In Godsnaam te roepen.
Midden in onze hachelijke situatie.
Midden in dit kwetsbare en breekbare leven.

Je maakt dit leven zomaar kapot.
Maar juist in dit broze leven roepen we: Ene!

In ons leven zijn werk, carrière en netwerk belangrijk.
Ja.
En je moet kiezen, en zelfstandig zijn, proberen geslaagd te zijn.
Allemaal belangrijk.

Maar ondertussen ervaren heel veel mensen dat er dan iets ontbreekt.
Verstilling, rust.
Toekomen aan je ziel, om het met een oud woord te zeggen.
Stilstaan bij je kwetsbaarheid – en je ontroering en je traan.

Barnard zegt: liturgie is zingen, blijven zingen.
En bidden, zeg, bidden met elkaar.
Stil zijn en zegen krijgen.
Amen zeggen – tussen de tranen door.

In dat licht begin je iets te begrijpen van de drijfveren van Jezus.
Zijn drijfveren om op weg te gaan.
Om de ander tegen te komen, en diens vraag te horen: wie ben jij?
En hij zei: sterveling.
Dat zei Jezus.

Dan beginnen we iets mee te voelen van de hartstocht van Jezus waarmee hij mensen aanraakte die door anderen werden gemeden als de pest.
En ja, dan wordt die vreemde toespraak op de berg ineens iets wat gaat leven.
Begrijpen is nog een te groot woord.
Maar wel: het gaat leven.

Zalig de treurenden.
Gelukkig als je snakt naar gerechtigheid.
En zelfs: gezegend ben je als je wordt vervolgd om diezelfde gerechtigheid.

Jezus heeft zijn woorden gelukkig vooraf laten gaan door daden.
Het is bij hem daden en woorden.

Zo heeft hij dat van zijn vader Jozef geleerd, en zo leerde de kleine Jezus zijn hemelse Vader kennen.
Jozef zul je niet sprekend vinden in het evangelie.
Nee, Jozef is een doener.
Driemaal krijgt Jozef en droom.
En drie maal handelt hij ernaar, doet hij wat hij moet doen.

Zo is Jezus in zijn voetsporen op weg gegaan.
Om te doen – en daarna pas te spreken.
Zo daalde hij af in het water – en pas toen Johannes protesteerde sprak hij een kort woord.
Vanuit dat water ging hij naar de woestijn, volgde de geestesadem, deed wat moest gebeuren.
En hij sprak pas toen de duvel hem daartoe drong.

Zo begon ook onze lezing: hij trok rond.
Hij ging erop uit.
Hij zocht de mensen op.
In zijn daden, zijn aanrakingen liet hij zien wat hij verkondigde: sterveling ben je.
Én: de Ene roepen we samen aan.

Daarom geldt dit ook voor de kerk.
De gemeente is niet bezig met grote woorden, niet met verwarrende angstige gedachten over het grote geheel.
Nee, we gaan op pad.
We doen wat we te doen hebben.
Als het moet met de tranen in onze ogen – maar we doen.
En daarin, en op onze rustmomenten, roepen we de Ene aan.

We gaan erop uit, zoeken de ander op, en zeggen tegen elkaar: sterveling!
En zingen tot God.

Genesis leert ons dat als we ‘sterveling’ tegen elkaar zeggen we ook kunnen opleven, inademen, doorzingen, geloven, bidden, twijfelen en hopen.

Kunnen we dat steeds, zoals Jezus?
Niet altijd.
Soms tuinen we er weer in: de taal van Lamech en Kaïn.
Dan grijpen we toch weer naar de macht.
Bouwen we alsof we nooit zullen sterven.
En dan vergeten we het, vergeten we het dat we stervelingen zijn.

Genesis vertelt kort na dit 4e hoofdstuk hoe dat dan gaat.
Dan wordt ons kwaad groot – zo groot dat zelfs de Ene om zich heen gaat
maaien en er een zondvloed tegenaan smijt – tot dat hij zich met de hand op de mond slaat en verbijsterd is over wat hij teweeg heeft gebracht.
En dan wordt de Ene stil, zo stil als de regenboog…

Genesis is machtig menselijk, groots kwetsbaar, sterfelijk leven.
Zelfs haar God.

Wees daarom zo sterfelijk als je bent en zing.
Zing de naam van de Ene.
Zoek zijn naam, bij alle geworstel en hachelijkheid van het leven.
Zing in je eenzaamheid, verslagenheid en rouw.
Tegen de zinloosheid in.

Want hé – de Zoon van de Ene zegt dat je zalig bent.

En bij alle gebrokenheid weten we dat we gezocht worden – zoals we God zoeken.

Hoe je dan gemeente bent, je taak volbrengt, gelovige anno 2020?
Help elkaar en de gemeente te blijven bij de taal van onze sterfelijkheid.

Want wanneer wordt die sterveling geboren?
Jazeker, ooit als onmachtig kleine mens, hulpeloos.
Iedereen is zo begonnen.

Maar een mens wordt eens te meer en opnieuw geboren als over ons wordt uitgeroepen: “Sterveling!”.
Als je dat samen zegt – dan bloeien we op, dan geloven, hopen en liefhebben we, en roepen we als antwoord “Ene!”.

En dan zingen we, met de traan op onze wang.
Zo zullen we geloofsgemeenschap zijn, ons ambt en onze taak dragen, onze handen vouwen, en doen wat we doen moeten.
Godsroeper zijn.

Maar nimmer, nimmer zullen we opstaan tegen de zachtmoedige en de zwakkere – want dan vervallen we tot zonde.
Dan verstomt de roep tot God.

Nee, met ons is het: opstaan en meedoen met de beweging van Jezus, die sterveling uit Nazareth.
Die oog in oog met zijn sterfelijkheid de Ene aanriep:
Ene, waarom hebt u mij verlaten?
Zing mee, spreek mee met deze sterveling – die we allemaal zoeken.

Amen.

Muziek

ANTWOORD
Zingen: Lied 837: 1, 2, 3, 4 (Iedereen zoekt u jong en oud)
Aan het eind van dit lied komen de kinderen terug uit de kindernevendienst
Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader
(mededelingen en) Gaven

GAAN
Slotlied Lied 416: 1, 2, 3 (Ga met God)
Zegen beantwoord met driemaal “amen” (lied 431c)
Zingen: Olijftakbundel 150 (Spreid uw dragende vleugels onder ons uit) 3x

(interim)predikant