2020-03-01 (ont)haast

Protestantse wijkgemeente Zoetermeer-Noord, Orde van dienst.
Datum: 1 maart 2020
Onderstaande teksten zijn ook in PDF beschikbaar

LITURGIE A
KOMEN
Lied voor de dienst: Aber du weiszt den Weg für mich – oefenen (de Nederlandse tekst, zie uitgave van de Roos van Culemborgse)
Welkom
Aanvangslied: Lied 806: 1, 2, 3 (Zomaar te gaan met een stok in je hand)
Moment van stilte
Begroeting en bemoediging
Psalm van de Zondag: Lied 91a: 1, 2, 3 (Wie in de schaduw Gods mag wonen)
Kyrie – gesproken
Gezongen kyrie: lied 997: 1, 2, 3, 4 (– en vele duizenden)

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Moment met de kinderen – de vele namen van de Ene.
Lied met de kinderen: Lied 934 (Ik ben voor jou een nieuwe naam)
De kinderen gaan naar de nevenruimten – er is ook tienerdienst.

Het boek Genesis vertelt dat stamvader Jacob met zijn familie als vluchteling uitwijken naar Egypte.
Daar is dankzij zijn zoon Jozef nog volop voedsel.

Het boek Exodus volgt erop.
In het Hebreeuws heet het boek ‘Namen’.
Het begint met de namen van alle 12 stamvaders, en vervolgt:

dan sterft Jozef, en al zijn broeders, heel die generatie.

Er komt een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet heeft gekend.
Die vreest de vreemdelingen, die Hebreeërs.
Er komt dreiging en angst en genocide van.

Enkelingen verzetten zich ertegen.
Twee vroedvrouwen weigeren kinderen te vermoorden.
Een moeder laat haar kind niet sterven.
De zus van het kind waakt over het jongetje.
De dochter van farao neemt dat jongetje als pleegkind aan.

Maar al die tijd klinkt de naam van de Ene niet.

Zo groeit Mozes op.
Hij pleegt doodslag op een Egyptische bewaker.
Hij vlucht, en vindt onderdak bij een gastvrij gezin.
Hij trouwt en krijgt een zoon, en noemt hem ‘vreemdeling’, Gersom.
40 jaren gaan voorbij

Lang…
Lang duurt het voor de naam van de Ene klinkt in het boek Exodus.
En pas na lange, lange tijd klinkt het heel voorzichtig:

EXODUS 2: 23-25

En het geschiedt in die vele dagen
dat Egyptes koning sterft;
ze zuchten, de zonen Israëls,
vanwege de slavendienst
en schreeuwen het uit;
hun hulpgeroep klimt
vanuit de slavendienst op tot God.
God hoort hun kermen
en God gedenkt zijn verbond
met Abraham, met Isaak en met Jakob.
God ziet de zonen Israëls aan;
God heeft er wéét van.

Wat duurt het soms lang voor je iets van God merkt, ervaart.

Ik heb de monnik Thomas Quartier eens horen vertellen.
Hoe hij als intredende jongeman aan een oude monnik vroeg of deze wel eens iets van God had ervaren.
De oude man reageerde: mja, wel eens.
De jonge Thomas vroeg enthousiast door: en hoe vaak is dat dan gebeurd?
Waarop de oude man sprak: twee keer, misschien drie keer?
Thomas riep verbijsterd uit: Maar u bidt dagelijks zes keer…
Waarop de oude man zei: Ja, en als ik niet zes keer daags zou bidden zou ik die twee of drie keer misschien over het hoofd hebben gezien…

Het valt niet mee om in je dagelijkse drukte en moeite iets van God te ervaren.
Onze samenleving helpt daarbij niet.
Het beeld van God raakt misvormd door onze haast.
Onze moderne afgoden geven direct antwoord op bijna al onze vragen.
Ze maken ons gehaaste consumenten – en dat raakt ons geloofsleven.
Over God zijn we ongeduldig geworden.

[…]
De bijbel is een traag boek.
Het bestond ooit niet.
Je kon ze niet vastpakken, naslaan, teruglezen.

Dat zien we terug in Exodus.
Twee hoofdstukken lang lezen we al.
In die tijd sterven mensen, verdwijnen namen en generaties.
Maar Gods naam is nog onbekend.

Veertigdagentijd is een cursus in geduld.
In onze tijd zouden we moeten vasten – in haast.

We lezen stap voor stap het boek NAMEN.
We weten nog niet hoe het afloopt.
We weten niet hoe het met God zit – die zwijgt.

Dat is wat vele duizenden, zo niet miljoenen, ervaren.
Dat God zwijgt.
Als wij dan gehaast zeggen: “Ja, maar God spreekt wél hoor!” – dan laten we ze in de steek.

Ook wij weten niet hoe het met God zit en met het zwijgen.
Daarom zullen we met hen schreeuwen.
Én handelen alsof God niet bestaat…

Als wij niet in verzet komen tegen geweld en onrecht – wie dan wel?
Zo op het oog doet God het niet voor ons…
Dus verzetten we ons – nu.
Als het om de medemens gaat, dan is haast geboden, kijk maar naar die vrouwen.

Maar in zoverre het ons om de Godsontmoeting gaat, zullen we geduld moeten oefenen, luisteren naar het volgende verhaal.

EXODUS 3: -15
Zingen Lied 319: 1, 2

Van tussen de struik klinkt de stem.
Geen groots licht of tromgeroffel.
De Ene spreekt – eindelijk.

Of nee, eerst verschijnt de engel van de Ene.
Het duurt lang, weten we nog?

Mozes reageert, en denkt: dit ga ik effe uitzoeken.
Dán spreekt de ENE.

Wacht, sta stil, heilige grond, schoenen uit!

Mozes luistert
En dán fluistert de Ene:

mijn gemeente, mijn volk, mijn kinderen.
Gezien, gezien heb ik…
Gehóórd…
Geweten!
Afgedaald ben ik.
Om jou te zenden…

Mozes verzet zich.

Wie ben ik dat ik tot farao zal gaan. (Ex, 3: 11)

Bescheidenheid? – of: herinnert Mozes de Ene aan zijn belofte in Genesis?
Daar zegt de Ene immers tegen Jacob:

Ik zal met jou méé afdalen naar Egypte,
ik zal je weer doen ópklimmen… (Gen. 46: 4)

Hoe het zij, na dit verzet van Mozes klinkt het eigenlijke evangelie van het boek Exodus, het boek Namen.
Dan verbindt de Ene haar naam aan de mens.

Ik zal er zijn

Niet als 24 uursservice.
Niet: u-vraagt-wij-draaien.

Mozes moet zwaaien, handelen, spreken, confronteren, foeteren, wenen, door het zand sloffen, dorst lijden, schelden, razen en machteloos neerzinken.
Maar deze God verbindt zich met de mens – in kwetsbaarheid.

De Ene – ze is afgedaald, heeft gezien.
De mens moet de woestijn in.
De Ene is er.
De mens moet dorsten en hongeren, de duvel wederstaan.

Zo wordt dat volk een voor de klas geroepen kind.
Een kind dat kan vertellen hoe het is, om te leven met de Ene.
Om te gaan met de Ene die afdaalt.
Voor de klas heb je soms je antwoord klaar.
Vaker maak je fouten, ga je af.
Voor de klas weet je het soms – even.
Maar vaker moet je nieuwe dingen leren.

En nieuwe dingen leren kost tijd.
Kost een woestijnreis.
Nieuwe dingen leer je door de leegte en de koude.
Verhalen vertellen en hervertellen, keer op keer.
Geduldig, soms irritant traag.

En dan, eeuwen later – het gaat traag, weten we nog – dan is er één uit dat volk, één jongetje dat voor de klas wordt geroepen.
40 dagen en 40 nachten woestijnervaring.
Leven met God – én leven alsof God niet bestaat…
Want de duvel zit hem op de hielen.

MATTEÜS 4: 1-11
Lied 319: 5

Was dat nou de plek die je wenste, Jozef, zoon van Jozef?
Is dat voor jou dan vervuld zijn van de Geest: hitte en kou, droogte en eenzaamheid?
En waar is jouw God dan in die woestijn?
Niet God, maar juist de duvel vindt je daar…!

Maar hij wacht en spreekt en handelt.
Geen god onder de goden, geen engel en geen dier.

Mens is hij.
Hij gaat ons voor de woestijn is.

God dienen doe je met alles wat in je is.
En afzien man, afzien van de almacht.
En brood? Dat is er zijn voor de ander, want die kan niet wachten.

Met hem zijn we vervreemd van onszelf.
Met hem wachten wij – wij wachten op de Ene.
Amen.

Muziek

ANTWOORD
Zingen: Lied 941: 1, 2, 3 (waarom moest ik uw stem verstaan)
Voorbeden, Stil gebed
(mededelingen en) Gaven

De kinderen komen terug
Project kindernevendienst
Projectlied Bundel ONC/Ichthus 13: 1, 2, 3, 4 (Behoed en bewaar jij ons, lieve God)

MAALTIJDVIERING
Inleiding; Moment van stilte en nodiging
Moment van stilte
Nodiging
Tafelgebed Naar u zijn wij op weg (Dienstboek 32)
Onze Vader
Vredesgroet
Maaltijdviering; tijdens de maaltijdvieringzingen we de liederen
• “Aber du weisst den Weg für mich” – de Nederlandse tekst
• Lied 139d (Heel het duister is vol van luister)
• Lied 681 (Veni sancte spiritus)

Dankgebed

GAAN
Slotlied Lied 536: 1 (alles wat over ons geschreven is)
Zegen beantwoord met driemaal “amen”
Zingen: Lied 536: 4 (Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan)

(interim)predikant