2020-03-15 verzet tegen ontmenselijking

Protestantse wijkgemeente Zoetermeer-Noord, Orde van dienst.
Datum: 15 maart 2020
Deze dienst is in verband met overheidsmaatregelen in kleine kring gevierd. Beelden ervan zijn te vinden op de website van Zoetermeer-Noord. De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

LITURGIE B
KOMEN
Lied voor de dienst: Lied 274: 1, 2 (Wij komen hier ter ere van uw naam)
Welkom
Aanvangslied: Lied 25: 2 (Heer ik hef mijn hart en handen)
Moment van stilte
Begroeting en bemoediging
Lied 195 (Ere zij de Vader en de Zoon)
Gebed van inkeer
Leefregel: Mt. 6: 19-23
Lied 25b – gezongen refrein en gesproken (Houd mij in leven, wees Gij mijn redding)

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Moment met de kinderen: het verhaal voor de kinderen.
We zingen: Lied 218: 5 (Dank u voor alle mooie klanken)

Natuurlijk heb ik deze week, tijdens mijn vakantie, nagedacht over de vraag: hoe geef je een liturgie vorm nu er een virus rondwaart en maatregelen ons dagelijks leven ingrijpend veranderen?

Er zijn gelovigen die zoeken naar betekenis, zoals de kerk alle eeuwen heeft gedaan.
Ze zoeken vanuit hun geloof dat de hand van God aanwezig is in alle dingen, dus ook in deze ziektekiem.
Zij denken na over de vraag of dit een straf van God is, of een teken dat tot bekering moet leiden.
In dat licht vinden zij het moeilijk om de kerkdienst niet door te laten gaan – want juist nu moet je samenkomen voor schuldbelijdenis en verootmoediging.
Omdat alles ons uit Gods hand toevalt, zoals de Heidelbergse Catechismus zegt, moeten we juist nu Gods aangezicht zoeken.

Ik zelf ga een andere weg.
Dan weet u hoe ik tot deze viering ben gekomen.
Ik redeneer: de epidemie is er.
Op de vraag of God deze epidemie heeft gestuurd heb ik geen antwoord.
Daar voel ik mij te klein voor.
Ik voel mij geroepen om na te denken over de vraag: hoe geven we nu, nu dit gebeurt, ons leven zinvol vorm?
Wat betekent nu Gods woord?
Wat is zinvol leven in een maatschappij waarin allerlei activiteiten stilvallen en onderlinge contacten worden ontmoedigd?
Wat betekent het naaste zijn van de ander nu?
Wat betekent het leven met God nu?
Ook ik vind daarom dat we juist nu moeten blijven vieren – en dan vooral om de lofzang gaande te houden.
Om samen, zingend, God ter sprake te brengen in een situatie die velen van ons onzeker maakt.
Daarom ben ik zo blij dat u meeviert, thuis, en dat hier nu een kleine kern van medewerkers is om samen te zingen.
Om samen de bijbel te overdenken, en te zoeken wat de rechte weg is.

Vanuit die invalshoek komend was ik – zoals wel vaker – blij verrast door de actualiteit van het denken van het boek Exodus.
De liturgie lag al een week klaar – die hebben we nagenoeg in zijn geheel kunnen laten staan.

Laten we het er dus maar op wagen: bijbellezen en overwegen.

Als opmaat wijs ik graag naar de bloemschikking en de toelichting daarop:

Kleurloos is het leven van de Israëlieten in Egypte.
Het is overleven tussen de stenen, die zij dagelijks moeten afleveren.
De bloei stagneert, het visioen ontbreekt.
Mozes brengt de belofte van de Ene over aan de Israëlieten, maar moedeloosheid heeft hen in zijn greep.
Ze luisteren niet.
Tussen de stenen zien we kleine groene plantjes, symbool voor de situatie waarin het volk zich bevindt.
Een witte roos verbeeldt Gods belofte.
De klimoptakken wijzen op de inspanning van Mozes om zijn volk te bereiken met het visioen van vrijheid, hen op te tillen naar een nieuw leven.

Bijbellezing: Exodus 6: 2-9 en 6: 28 – 7: 7
Zingen: Lied 831 refrein (Stem die ons uitdaag)
Bijbellezing: Johannes 4: 5-10
Zingen: Lied 831 refrein (Stem die ons uitdaagt)
Preek

In 2003 was ik getuige van de zonsverduistering die toen bijna totaal was.
De dag erna bezocht ik een gemeentelid.
Ruim in de 90 was ze toen al.
Ze woonde nog altijd in het huisje waarin zij was geboren, maar kwam niet zo veel meer buiten – dat liet haar lichaam haar niet meer toe.
Ik vroeg: “En, hebt u hier in huis ook nog iets meegekregen van de zonsverduistering?”
Waarop zij antwoordde: “Ach, dominee, als je het al een paar keer in je leven hebt meegemaakt…”

Op leeftijd raken kan je een bepaalde rust en nuchterheid bijbrengen.
Je hebt al veel gezien.
Waar nu druk over wordt gedaan is in dat licht van levenservaring niet zo bijzonder.
Tegelijk kan het ruimte geven om andere dingen te zien dan waar zo druk over wordt gedaan…

[…]
Mozes is 80 als hij naar Farao gaat, Aäron 83.
Bijbels gesproken zijn ze daarmee wijs en oud.
Ze hebben al veel gezien.
Ze hebben geleerd dat je vaak verder moet kijken dan wat je als eerste denkt te zien.

Het Bijbelboek Exodus helpt ons ook vandaag verder te kijken dan wat je als eerste denkt te zien.

In het Exodusverhaal speelt een bepaalde tragiek.
Maar wel een tragiek die moet worden gestopt – want ze maakt mensen tot onmensen.
Dat is wat in Egypte speelt.
En ontmenselijking moet je actief tegengaan, stoppen – want het stopt zichzelf niet.

[…]
Wij hebben er moeite mee als Mozes van God te horen krijgt:
Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert…
Voor veel mensen lijkt het er sterk op dat Farao een speeltje is van een almachtige God.

Maar Exodus is een levensverhaal.
Je moet daarbij heen-en-weer lezen.
Tussen de regels door…
Er staat, iets nauwkeuriger:

ik zal het hart van Farao verharden…

Dat is taal die we al eerder tegenkwamen.
Bijna aan het begin van het boek.

De Egyptenaren laten de zonen van Israël
met bruutheid sloven.
Zij maken hun het leven bitter
met harde slavendienst…

Het harde, het verharden, is niet iets wat God heeft bedacht.
Nee, het verharden begint in Egypte met onderdrukking vanuit angst.

En de tragiek is: wie hard is voor een ander verhardt op den duur zelf.
Wie een ander mens zijn menselijkheid ontzegt, verliest zelf zijn menselijkheid.

Lang heb je dat niet door – tot je met de Ene, de Eeuwige wordt geconfronteerd.
Het licht van de Ene brengt aan het licht hoe vér heen Farao en zijn volk is.

Farao verhardt – daar kom je vaak pas achter als je de Ene tegenkomt, voor wie juist de menselijkheid centraal staat.
De Ene legt het wezen van Farao bloot.

Als je de ander ontmenselijkt onder harde slavendienst – is het dan gek dat als je de Ene ontmoet je ontdekt dat je zelf nauwelijks meer menselijk denkt, en dat je hart is verhard?

[…]
In de Joodse liturgie voor Pèsach, de seidermaaltijd waarvan we deze weken de symbolen langs zien komen, staat te lezen:

Dit jaar zijn we slaven.
Zijn deze woorden wel waar?
Zijn we hier in Nederland met volledige burgerrechten wel slaaf?
Maar slaaf zijn behoeft niet alleen te betekenen dat men slavenarbeid moet verrichten.
Men kan ook slaaf zijn van een bepaalde cultuur of van onze welvaartsstaat…

In die liturgie wordt de weg gewezen van Abraham, die vreemdeling, Iwrie, eenling is geweest.
Die een vreemde God durfde te aanbidden, en daarop te vertrouwen.

Deze vreemde God zegt zijn volk bij monde van Mozes toe:
ik zal je doen opgaan uit slavernij, je redden, je verlossen.
ik omarm je als mijn volk, en ik zal je god zijn.
ik breng je in een beloofd land.

[…]
Zijn wij nog slaven?
Ja, wij zijn slaven als we nu, nu ons land steeds meer in crisis raakt, de ander niet als mens zien, maar als bedreiging.
Eén van de columnisten in Trouw haalt een zin aan van Jean Paul Sartre, die zegt: “In virustijden, de hel dat is de ander.”
Als we zo naar de ander gaan kijken – ja dan zijn we slaven.
Dan is het terecht om te roepen tot de Ene: bekeer ons en leidt ons uit!
Want dan moeten we nog worden uitgeleid.

Als wij ons vooral druk maken om wat we nog in huis hebben, en inslaan en opslaan ten koste van de kleine boer, de kleine arbeider, onze arme buurman.

Een oude wijsheid zegt: in crisis kan het beste boven komen, maar ook het slechtste in de mens.
Oefenen om dat laatste te voorkomen moet je al vroeg beginnen.
Het boek Exodus laat zien dat het verharden er al vroeg in zit.
Laten we daarom al vroeg ertegen strijden – opdat we elkaar niet gaan ontmenselijken als de crisis echt ingrijpend mocht gaan worden op den duur.
Laten we vroeg beginnen met oefenen van het zien van het menselijke in de ander.
Het anders-zijn van de ander…
En het weigeren om de ander te zien als risico, als gevaar, als bedreiging.
Dat weigeren we!

Zijn wij nog slaven?
Een vreemde God zegt tegen de slaven in Egypte:

ik zal je doen opgaan uit slavernij, je redden, je verlossen.
ik omarm je als mijn volk, en ik zal je god zijn.
ik breng je in een beloofd land.

Als we ons laten leiden door Gods werkwoorden doen opstaan, redden en bevrijden – dan worden we door iets anders geleid dan angst en risico’s.
Als we daarvoor vreemde wegen moeten gaan, misschien wel tegen overheidsadviezen in – dan zij dat zo.

Als dat zo is – dan helpt het als we dat als gemeente met elkaar doen.
Vreemde keuzes maken, tegendraads leven, niet risico’s maar mensen en hun mogelijkheden voorop zetten, ook in onze corona-tijden.
Als we menselijkheid voorop stellen, en we moeten daarvoor ongewende paden moeten gaan – het zij zo.
Als we op die weg worden uitgelachen, voor gek verklaard misschien – dan is dat maar zo.
Dan helpt het wel als we als gemeente bekend worden als die rare groep vreemdelingen, die eenling die zo anders is dan anderen.
Het zij zo.

[…]
Waar dorst is moet je water brengen.
Dat is beslist zo.
Maar in dat water brengen komt het erop aan om de ander als mens te zien.
Dat is de ware bron, dat is werkelijk dorstlessend.

Al breng je water, maar je ziet de ander niet als mens – dan nog is er geen redding of verlossing.
Dan ben je nog steeds slaaf van je eigen goeddunken, je eigen angst, je eigen vooroordeel.
Dan leer je nog niet van die ander, dan kijk je de ander nog steeds niet ind e ogen.
Dan ontwaar je de Ene niet, die ons al voor is.

Slechts waar die twee samen gaan: concrete hulp en de ander als mens zien – daar worden de woorden van deze vreemde God tot onze werkwoorden.

ik zal je doen opgaan uit slavernij, je redden, je verlossen.
ik omarm je als mijn volk, en ik zal je god zijn.
ik breng je in een beloofd land.

Daar helpt het als we naar de wijze levenservaring van mensen vragen, en daardoor verder leren kijken dan wat we op het eerste gezicht zien.

Als de woorden van de Ene ons vervreemden van ons eigen ideaalplaatje – dan breken ze de tragiek die mensen tot onmensen maakt, tot een gevaar voor ons eigen welzijn.

Daar breken ze ook onze eigen tragiek, en worden wíj vrij gemaakt, uitgeleid, binnengebracht in een beloofd land.

Daar leren we zingen ‘dat wij onszelf gewonnen geven.’

Amen.

Muziek

ANTWOORD
Zingen: Lied 816: 1, 2, 3, 4 (Dat wij onszelf gewonnen geven)
Ontsteken van kaarsjes
Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader
Mededelingen
ZWO-project
Gaven
Project kindernevendienst
Projectlied Bundel ONC/Ichthus 13: 1, 2, 3, 4 (Behoed en bewaar jij ons, lieve God)

GAAN
Slotlied Lied 556: 1, 3 (Alles wat over ons geschreven is)
Zegen beantwoord met driemaal “amen”
Zingen: Lied 426 (God to enfold you) 1x Engels, 2x Nederlands

(interim)predikant