2020-04-09 Witte donderdag

Liturgie in tijden van digitale viering
9 april 2020 – Witte Donderdag
De teksten zijn ook beschikbaar als PDF

Inleiding door ouderling bij wijze van welkom
Op witte donderdag vieren we vanouds de maaltijd van de Heer.
Deze avond breken wij brood, en heffen wij de beker op tot God.
Met het delen is het vanavond anders.
Want wij mogen en kunnen niet allen bij elkaar zijn.
Graag zouden wij met elkaar een deel van het brood eten, en een slok van de wijn of de druivensap dringen.
Dat delen verbindt ons met elkaar.
Maar vanavond gaat het anders.
Hier, in de kerk, zullen wij de matze breken en opheffen tot God.
Wij zullen wijn schenken in de beker, en die beker opheffen tot God.
U en jullie kunnen thuis dat ook doen.
Hier, in de kerk, zullen wij geen brood eten – want jullie zijn niet hier.
Wij zullen geen slok wijn of druivensap drinken – want jullie zijn niet hier.
Maar met ons gebaar reiken wij naar u, naar jullie.
Opdat jullie vrij kunnen zijn om thuis te beslissen of je dat gebaar meeviert.
En of je zelf wél een stukje matze eet, een slokje wijn of druivensap zult drinken.
Als er matze wordt gegeten is dat thuis.
Als er een slok wordt gedronken is dat thuis.
Elk van ons is daarin vrij voor God.
Wij zullen hier de matze heffen, de beker heffen en het lied aanheffen.
Opdat jullie vrij zijn om thuis de keuze te maken die bij je past, en bij je omgang met God.
Vieren wij zo met elkaar, en beginnen wij met het lied van de liefde: Ubi caritas zingen we nu 3x.

Komen
Lied 568a (Ubi caritas et amor) 3x
Openingsgebed

V Richten wij ons op de Bron van leven
A NAAR U, GOD ZOEKEN WIJ,
OP U IS ONS VERTROUWEN!

V vragen wij om Gods nabijheid:
A WEES ALS EEN LICHT
HIER IN ONS MIDDEN!

Gezegend de Ene,
die ons opdraagt
het licht te ontsteken.

Bemoediging en groet
Stilte
Ter overweging / (gebeds)tekst rond de nood van de wereld
Lied 568a (Ubi caritas et amor) 3x

Woord
Gebed om Gods licht
Lezen: Exodus 12: 18-20 (Ouderling)
Overweging

Geen zuurdesem zal er zijn in je huis.
Zeven dagen lang.

Geen zuurdesem – dat is iets anders dan een recept.
Wat aanvankelijk noodzaak was wordt hier, in het verhaal reeds, omgevormd tot liturgie.
Liturgie die de lezer over tijd en plaats heen verbindt met deze oude geschiedenis.
Liturgie die ons verbindt met de tafel der armen.

Het ontbreken van zuurdesem is symbool.
En dat symbool zegt: je laat je niet door het oude bepalen, dat wat je gevangen zet, slaaf maakt.
Dat symbool zegt: laat je steeds weer stilzetten bij onrecht.
Overal waar de tafel der armen wordt geschonden worden we op weg geroepen, in verzet, weg uit de gewoonten die zomaar kunnen groeien.
Waar het zuurdesem niet mag zijn, daar wordt je voor de vraag gesteld hoe je trouw bent aan elkaar, aan de ander, aan de arme, en aan wie in weelde zwelgt maar van niets weet.

[…]
Desem is gegist deeg, oud deeg.
Een oude cultuur die van dag op dag meegaat.
Het gaat eindeloos door.

Uittocht hangt samen met nieuw.
Het is geen ritme, geen cadans.
Anders groeien dan je gewend bent.

Pesach is: het oude en vertrouwde het huis uit.
Juist omdat er zomaar onrecht in kan groeien.
Want als je steeds op dezelfde manier naar elkaar kijkt, dan valt wie daar niet in past buiten de boot.

In menig Joods gezin wordt symbolisch bij kaarslicht elke kast in huis doorzocht.
Het laatste stukje oud brood moet eruit.
Al het oude eruit – want niet het oude bepaalt je leven.
Nee: uittocht, een onbekende weg vóór je – dát is wat voor de gelovige het leven vormt.
Dat is wat jouw levensverhaal verdicht.
Op weg – deze aarde vernieuwen.

Uittocht is dan ook niet iets van lang geleden.
Het is niet iets dat we herdenken, een oude geschiedenis.
Nee: we gedenken uittocht.
Vandaag zijn wij slaven klinkt het aan de seidermaaltijd.
En daarom gedenken we uittocht.
Want ook vandaag nog moeten wij worden uitgeleid.

Het oude verhaal verdicht je leven hier-en-nu.
Uittocht waarvoor God ruimte maakt.
Uittocht die onrecht openbreekt.

[…]
Wij schrijven, wij dichten niet ons eigen levensverhaal.
Wij wórden gedicht.
Dat is wat uittocht met je doet, dat je dat leert zien.

Ons levensverhaal wordt gedicht.
Door anderen, die tussen wal en schip kunnen komen, onrecht moeten ondergaan.
Door de Ander met een hoofdletter.

En het gaat erom dat we dat láten gebeuren, dat we wórden gedicht.
Dat ons levensverhaal sporen draagt van andere levensverhalen, en sporen van de Ene.
Dat ons levensverhaal wórdt gedicht.

In die traditie leeft en spreekt Jezus.
Hij láát zijn levensverhaal dichten.
Door wat hij moet doen, omwille van anderen.
Door wat hij moet doen omwille van de Ander – met een hoofdletter.
Door wat hij moet doen omwille van de liefde en recht, die menselijke kwetsbaarheid.

In zijn levensverhaal verdicht zich hét leven, óns leven.

Wie verraden wordt en wie zal verraden liggen dicht bij elkaar.
Wie verraden wordt deelt brood met hem die verraden zal.
Trouw en wantrouwen mengen zich bijna onderéén.

Maar hij blijft, hij waakt met ons.
Híj deelt matze, híj deelt de beker met ons.
Zijn leven is hachelijk.
Maar hij staat daar in geloof vrij in – hij láát zijn levensverhaal dichten.

Het lijkt of zijn lot hem overkomt – maar nee: hij staat erin op.
Voor zijn dood staat hij op, en láát zijn levensverhaal dichten.
Op de rijmwoorden van recht en gerechtigheid, liefde en trouw, verbond en genade.

[…]
Als je straks die matze breekt – dan verbindt zich jouw leven met Jezus’ leven.
Als je de matze breekt, dan verdicht dat jouw leven.
Die gebroken matze verbindt je met de ander.
Laat je dat ook gebeuren?

Als je straks de beker heft – verdicht dat jouw leven.
Die beker verbindt je met de ander, zoals deze zich verbindt met God en Jezus.
Laat je het toe als de Geest jouw leven van verdicht met die van de ander?

Wanneer je straks, thuis, niets in handen hebt, niets in handen neemt.
Als je zo op het oog alleen lijkt toe te kijken – kijk je dan ook toe of ben je deelnemer?
De Ene dicht jouw leven.
Laat je dat gebeuren?
En ik, hier in deze kerkzaal, met mijn metgezellen? Laat ik dat gebeuren?
Dat anderen mijn levensverhaal verdichten?

Kan ik zo zingen als ware ik bij jou?
Zing jij zo met mij, als ware je hier?

Delen wij zo – ook al zijn we op verschillende plaatsen – die verdichting door brood en beker?
Delen wij zo – over tijd en plaats heen – de weg van deze mens, die zijn levensverhaal liet dichten?
Delen wij zo – over tijd en plaats heen – de adem van deze mens, de Geest die leven brengt?

[…]
Omdat jullie, lieve mensen, nu hier zijn – in ziel en gedachte, leer ik nieuw kijken naar onze verbondenheid.

Het is dezer weken al één grote leerschool.
Maar deze avond eens te meer.

Ik heb er naar verlangd met jullie samen te zijn, te zingen, en brood en beker te heffen tot God.
In hem kunnen wij elkaar nabij zijn, over tijd en plaats.
In Jezus verbonden zullen we sámen brood en beker heffen tot God.
Ons leven wijden aan de Ene.
De dankzegging uitspreken.
Ons leven laten verdichten door recht en gerechtigheid, liefde en trouw, verbond en genade.
Opdat wij één zijn – in Christus.

Gezegend Gij, ene die ons heeft gezegd het brood te breken, en de beker des levens op te heffen tot U.

Amen.

Lezen: Matteüs 26: 20-29 (Diaken)
Lied 463: 1, 2, 3 (Licht in onze ogen)

Antwoord
Gebeden

Brood en beker
Nodiging

De Heer heeft brood en beker geschonken aan allen die in Hem geloven en Hem liefhebben, groot en klein, hier aanwezig of elders met ons verbonden.

De Bijbel zegt:
“Jezus [nam] een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan[… Zo ook] nam [hij] een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker […] (Mt. 26: 26-27)

Wij nodigen u en jullie allen uit om dit gebaar mee te vieren, en gebroken matze en vrucht van de wijstok over tijd en plaats te ontvangen en te delen.

Gebroken in liefde, geschonken uit liefde.

Zo breken wij ook nu in dankbaarheid aan God de matze, schenken de vrucht van de wijnstok.

Wij heffen brood en beker op tot God, denkend aan Psalm 116:

Lezen: Psalm 116: 13-14

Ik zal de beker van bevrijding heffen,
de naam aanroepen van de HEER
en mijn geloften aan de HEER inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk

Heffen van matze en beker

Ouderling: breken van de matze en heffen van het brood

Gezegend de Ene die ons zegt het brood te breken.
Zo heffen wij het brood op tot God – delen de weg van Christus.
Gebroken in liefde.

Diaken: schenken van wijn en heffen van de beker

Gezegend de Ene die ons zegt de vrucht van de wijnstok te vergieten.
Wij heffen de beker op tot God – wijden wij het leven aan God.
Geschonken uit liefde.

Voorganger zingt: Olijftakbundel 159 (Wat in stilte bloeit) terwijl matze en beker geheven blijven;

Gaan
Gezamenlijk bidden: Het Luthers Avondgebed (tekst: zie lied 202)
Lezen: Matteüs 26: 30-46
Zingen: Olijftakbundel 133 (Blijf bij mij en waak hier met mij) 3x
Na de eerste keer zingen dekken diaken en ouderling brood en beker toe.

(interim)predikant