2020-04-12 Paasmorgen

Liturgie in tijden van digitale viering voor zondag 12 april – Paasmorgen

De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Welkom door ouderling

Komen
Lied 642: 1, 2, 3, 4 (Ik zeg het allen dat Hij leeft);
Openingsgebed
V Richten wij ons op de Bron van leven
A NAAR U, GOD ZOEKEN WIJ,
OP U IS ONS VERTROUWEN!

V vragen wij om Gods nabijheid:
A WEES ALS EEN LICHT
HIER IN ONS MIDDEN!

Ontsteken van licht
Gezegend de Ene,
die ons opdraagt
het licht te ontsteken.

Opmaat naar lied
Luisterlied: “Welkom Thuis” (Sela)
Bemoediging en groet
Stilte
Rond de nood van de wereld
Lied 605: 1, 2, 3, 4, 5

Woord
Gebed om Gods licht
Kinderverhaal
Foto van bloemschikking en toelichting
Exodus 14: 19-29
Luisterlied: Nog één rivier (Matthijn Buwalda)
Matteüs 28: 1-10
Verkondiging/overweging

Paasmorgen.

Vrouwen onderweg naar het graf.
Ze komen niet los van hun dierbare dode, en willen voor het lichaam zorgen.

Soldaten op wacht bij het graf.
Ze moeten dat graf bewaken, want de dood moet het laatste woord hebben.

Dan breekt de engel in.

De engel die bij de uittocht van Israël een nieuwe weg baande.
Net zo baant hier de engel een weg – naar een leeg graf.

De soldaten hielden het lichaam niet vast.
En de vrouwen vonden het lichaam niet.
Want die ene onmogelijkheid hadden ze geen van allen kunnen bedenken: dat de dood zou wijken voor het leven.
Maar de engel kijkt er niet van op.

[…]
Bij de uittocht wendde de engel immers de dood al af.
Zo laat ook in het paasverhaal de engel zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

De engel brengt leven, in een wonderlijk licht – voor vrouwen én bewakers.
Allen worden door angst bevangen.
Maar alleen de vrouwen krijgen te horen:
Wees niet bang.
En de woorden van de engel leggen uit waarom zij dit te horen krijgen:
… ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken…

Zowel de vrouwen als de bewaarders zijn bang voor het licht.
Alleen konden de vrouwen anders tegen de situatie aan kijken dan de bewaarders.

De bewaarders zochten niet de gekruisigde.
De vrouwen wel.
Zij waren de gekruisigde immers al helemaal gevolgd vanuit Galilea…
En zijn wonderlijke woorden kregen hier voor hen een nieuwe betekenis.

Wie Jezus zoekt, die gekruisigd is, díe hoort:
Wees niet bang.

Dat is niet een tekst on onze angst voor ziekte en een ontwrichte maatschappij bezweert.
De bijbel geeft geen oplossing voor onze problemen.

Nee, de bijbel doet iets anders.
Die richt onze blik op iets, op iemand anders.

Niet dat we dan ineens immuun zijn voor angst.
Bang zijn komt in Matteüs een flink aantal keren voor.
Al aan het begin krijgt Jozef te horen:
Wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen.
Want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Met andere woorden: Jozef, omarm het licht van God!
Maar dat neemt niet weg dat Jozef terecht bang was voor koning Archelaus.
Vrees is op zich niet verkeerd, zonder angst zouden we onze complexe samenleving net lang overleven.
Maar Jozef durft in zijn angst zich op iets anders te richten: het woord en het licht van God.

Een ander voorbeeld is er in Matteüs als de leerlingen over het meer gaan.
De storm bedreigt hen – en dan gaat Jezus over het water.
Het eerste dat hij zegt is:
Wees niet bang, ik ben het.
Petrus omarmt het licht, stapt overboord en loopt over water.
Maar dat eindigt als hij naar ándere dingen kijkt: de golven, de wind.
Dan zinkt hij weg.
Tot hij zich richt op de ander, op Jezus – die hem grijpt en redt.

Angst is met geloof niet ineens verleden tijd.
Hier gaat het echter over het licht waar we bang voor kunnen zijn.
Daarvan zegt de engel:
Wees niet bang.
Want ik weet wie je zoekt: de gekruisigde…

[…]
Wij vieren vandaag het licht dat Jezus Christus voor ons is.
Dat licht wordt door de dood niet gevangen gehouden.
Dat licht is er.
En hoe gek dat ook klinkt: juist dat licht kan ons bevreesd doen staan.
Kunnen we het wel vertrouwen?
Maakt het licht van de opstanding mijn leven dan anders?

Het evangelie zegt:
Wees niet bevreesd Gods licht te omarmen.
In een tijd waarin we elkaar niet mogen omarmen, is het omarmen van Gods licht de paasboodschap.
Wees niet bevreesd.
Zoek de gekruisigde – maar niet in het graf.
Omarm het licht van leven.
Koppig blijven we het elkaar doorgeven en aanreiken: niet nood en dood spreken het laatste woord, maar leven – dat is ons licht.

Heb moed, lieve vrienden.
Richt je ogen op dit licht, op het leven.
En leef daaruit.

En dat doe je door je te verbinden met de ander.
Jezus heeft het ons voorgedaan: hongerigen heeft hij gevoed, naakten heeft hij gekleed, gevangenen bezocht.
Zo ook wij – want daar is de gekruisigde te vinden.

Nelson Mandela schreef toen hij op Robbeneiland zat:

We zijn bestemd om te stralen, zoals kinderen dat doen.
…als we ons licht laten schijnen, schept dat voor de ander
de mogelijkheid hetzelfde te doen.
Als we van onze diepe angst bevrijd zijn, zal alleen al onze nabijheid
anderen bevrijden.

Zoek het licht te omarmen.
Niet omdat we het begrijpen, nee, daarvoor is het te groot.
Het is iets dat in een flits aan ons voorbijgaan.
Maar die flits – die helpt ons om te blijven geloven.
Met vallen en opstaan.

God laat zich in een mens zien.
Zij is geen God die we kunnen vastgrijpen en bewaken.
Zij is een God van voorbijgaan – maar zij ís voorbijgegaan, / een steekvlam in de nacht.

Vonken van zijn naam zijn ogen in ons hart.

Uw licht is in mijn bloed,
mijn lichaam is uw dag,
ik hoop U tegemoet
zolang ik leven mag.

Amen.

Antwoord
Lied 607: 1, 2, 3
Gebeden en Onze Vader
mededelingen en ZWO project

Gaan
Zegen
Lied 634: 1, 2 (U zij de glorie)

(interim)predikant