2020-07-05 onrust

Zondag 5 juli 2020, Ichthuskerk Zoetermeer-Noord.
De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Welkom

Komen
Lied 84: 1 (gesproken bij gespeelde melodie), 2 (gesproken bij neuriën melodie), 5 solist (Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer…)
Openingsgebed
Ontsteken van licht (bovenste lichtje van de kaarsenboom)
Bemoediging en groet
Stilte
Ter overweging / (gebeds)tekst rond de nood van de wereld
Gloria-lied Lied 305: 1, 2: gesproken tekst, bij gespeelde melodie (Alle eer en alle glorie / geldt de luisterrijke naam)
Afscheid van ouderling met bijzondere opdracht namens de AK
Lied 305: 3: solist (Alle eer en alle glorie / geldt de Geest…)

Woord
Gebed om Gods licht
Beelden van overstapviering met de oudste kinderen van de kindernevendienst

Bijbellezingen:
In de kindernevendienst staan deze week en de de komende weken verhalen uit het boek Koningen centraal.
We lezen vandaag een paar stukken uit het begin van I Koningen.
Daar staat meestal iets boven dat verband houdt met de opvolger van David, koning Salomo.
En dat is op zich niet verkeerd of zo.
Maar het is ook het slot van het leven van David.
Het is als het ware Davids nalatenschap die hier wordt beschreven.

Je zou zomaar kunnen denken dat het om een soort vaderlandse geschiedenis van Israël gaat.
In onze bijbels heten de boeken ook de historische boeken.
Maar in de Hebreeuwse bijbel vormen de boeken 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen met elkaar de vroege profeten.
Profeten die naar de wereld van alledag kijken, en die in het kritische licht van Gods woord plaatsen.

Je maakt bij het lezen van deze verhalen al gauw een keuze hóe je ze leest.
Als afsluiting?
Als nieuw begin?
Als geschiedenis, lang geleden?
Als kritische profetische boodschap?

De lezing in het schema is te lang, teveel.
Ik lees een paar stukken,

Bijbellezing: I Koningen 1: 1-4

“In die periode grijpt één van de zonen van David, Benaja, de kans en laat zich tot koning uitroepen.
Een regelrechte staatsgreep.
Door ingrijpen van de profeet Nathan, samen met de koningin, Bathseba, komt David als het ware weer tot leven en grijpt in.”

Lezen: I Koningen 1: 28-31 (Nico)

Instrumentaal intermezzo
Bijbellezing: Matteüs 11: 25-30
Lied 1001: 2 solist (Zijn woord wil deze wereld omgekeerd)

Verkondiging/overweging

In de boeken Samuël en Koningen vloeit het nodige bloed door geweld.
Het gaat over macht en gezag, wie heeft het voor het zeggen.
Regelmatig wordt temidden van dat geweld de naam van God aangeroepen.
Dat is dubbel – en hij geldt niet alleen voor Saul en David, maar ook voor vredeskoning Salomo.

De bijbel draait er in deze boeken niet omheen.
De geloofsvoorbeelden die erin naar voren komen hebben vuile handen.
De aanbidding van God weeft zich door een bloedig tapijt van geweld en onlusten.

Hoe geef je daar betekenis aan?

Ik kies ervoor om dit deel te lezen in één adem met de boeken Samuël.
En dan lezen we vanmorgen over de nalatenschap van David.

Anders gezegd: wat laat David na?
Dat is met opzet een dubbelzinnige zin.

David heeft iets door te geven.
Zijn levenservaring, gezag, koningschap, nageslacht: dat is zijn nalatenschap.

Maar David is ook regelmatig nalatig geweest.
Hij keek vaak weg van dingen die formidabel misgingen.
Tot op incest in zijn eigen gezin toe.

Hij verloor zichzelf soms in machtswellust.
Hij liet soms na om zichzelf tot de orde te roepen.

Hij betaalde ook een hoge prijs.
Hij verloor kinderen aan de machtsstrijd.
Werd verraden, was soms eenzaam.

Zijn levensgeschiedenis is boeiende lectuur.
Maar je wordt er ook hartstikke onrustig van, want het gaat wel over de gezalfde koning.
En het wordt gevaarlijke lectuur als we zeggen dat er een verborgen plan van God in deze Israël-verhalen schuilgaat – zeker als we vanuit die gedachte een rechte lijn denken te kunnen trekken naar het Israël anno 2020.

Ik kies voor een andere invalshoek: volgens de Joodse bijbelindeling zijn de boeken Samuël en Koningen profetische boeken.

En profetische boeken omvatten zijn verhalen die kritische vraagtekens zetten.
Ze zeggen niet hoe alles precies zit, zeker niet hoe de toekomst eruit ziet.
Nee, ze bevragen kritisch de manier van leven van de lezer, keer op keer.

Wat ik bedoel is dit: David wordt man naar Gods hart genoemd.
Maar de bijbel doet niet eens haar best om te verhullen dat hij ook een man was met vuile handen.
In één adem gaat het in het vervolg erover dat David aan Salomo opdracht geeft om een aantal politieke rekeningen af te handelen.

Letterlijk zegt hij daarbij: laat die en die niet met vrede afdalen in het graf.
Ondertussen spreekt hij ook over geloven tegen Salomo:
“Houd je aan je verplichtingen tegenover de Heer, je God: gehoorzaam hem en neem zijn bepalingen, geboden, rechtsregels en voorschriften in acht…”

Het verhaal vermengt ongegeneerd staatsaangelegenheden, losse eindjes en onbetaalde rekeningen met een diepe geloofsovertuiging.
Daarin in is de bijbel uniek in zijn omgeving.
Geen van de grote koningsgeschiedenissen van Egypte, Babylon of Perzië erkent dat hun koningen vuile handen maken, tekortschieten, menselijk zijn.

De bijbelse overzichten over de koningen van Israël doen dat wel.
En dát is het profetische gehalte van deze bijbelboeken.

Bijbelse figuren blijken mensen te zijn die proberen te leven met God, maar die God ook voor hun karretje willen spannen.
Mensen die oprecht in God geloven maar ook mensen met vuile handen.
Dat is profetische kritiek.

Je kunt het echter ook andersom zeggen: menselijk leven, ook van messiaanse koningen, is niet schoon, puur, zuiver – en daardoorheen zoeken mensen naar verbinding met God.
Soms misbruiken we de godsdienst om ons eigen tekort, ons geweld, ons misbruik, recht en schoon te praten.
Allemaal waar, maar er is ook dat oprechte zoeken.
Ook dat is profetische kritiek: geloof in God is niet pas goed genoeg als mensen zuiver in hun leven zijn geworden.

Maar er is nog een derde vorm van profetische kritiek in deze verhalen.
Blijkbaar loopt God niet boos, stilzwijgend of gillend weg van dat gerommel van zijn mensen.
Blijkbaar láát hij zich zoeken door mensen met vuile handen.
Of als ik het nog eens anders zou mogen zeggen: blijkbaar geeft hij het niet op om aanwezig te blijven, zodat we ons telkens weer ons bewust worden van die vuile handen.
Profetische kritiek is Gods kritische licht in het leven dat wij leiden.

[…]
Ik zeg bewust ‘we’.
Want hoewel wij hier bij elkaar zijn met volgens mij allemaal brave burgers, zitten we hier ook als mensen met vuile handen.
Wij kunnen nog geen dag leven op onze manier zoals we dat hier in Nederland gewend zijn, zonder dat te doen ten koste van de armste landen en de armste medemensen in deze wereld.

Ja dat verontrust ons.
Dat beklemt ons bij tijd en wijle.
Daar willen we het liefst van af, zuiver en schoon zijn – maar dat lukt niet.
Ik denk dat we daarom zo heftig kunnen reageren op verhalen over beelden van onrecht, en doen velen mee aan een golf van protest tegen discriminatie.
We willen in onze verontwaardiging op dat moment toch minstens het gevoel hebben dat we zelf ons daaraan niet schuldig maken.

We willen beter zijn dan koning David.
We willen minder bevooroordeeld zijn over zwarte burgers.
We willen nuchterder zijn dan politici die spelen met mensenlevens.

Maar dat lukt ons niet – wij zijn mensen met vuile handen.
Nee, we zijn niet openlijk gewelddadig of onrechtvaardig.
Het is veel venijniger: we kunnen ons er niet onttrekken dat ons leven onrecht betekent voor vele anderen.

En juist daarom kunnen we niet zonder die Bijbelse verhalen die ons onrustig maken.
We kunnen niet zonder die verhalen die zo kwetsbaar zijn en zo grondig misbruikt kunnen worden, soms zelfs om geweld te verheerlijken.

Lees ze.
Lees de verhalen die je verontrusten.
Lees ze keer op keer, en láát je rust verstoren.

Lees ook, lees juist de verhalen die de neiging bij je op doen komen om de bijbel maar weg te leggen.
Lees – tussen de regels door hoe ook toen al mensen bezig waren om te zoeken naar een weg met God, met hun vuile handen.

Lees hoe die God – hoe je haar of hem ook noemt – niet gillend wegholt van onze vuile handen.
Hoe die geraakt kan worden door onze vuile handen, er boos over kan worden – maar niet wegholt, maar blijft.
Punt.
Die het uithoudt, er is, ons aanspreekt, ons aanziet in onze naaste – zodát we telkens onrustig worden…

En bedenk ook wat we lazen in dat andere verhaal.
Dat er één was, die het door had: dat achter-achterkleinkind van David.
Die begreep dat spreken over recht, over zuiverheid, oordeel en gerechtigheid, iets is wat verborgen is voor wijzen en verstandigen.
Dat het spreken daarover iets anders vergt: eenvoudigheid van Geest.
Toevertrouwen.
Kwetsbaar durven zijn.
Leren zeggen: ja, ik ben vermoeid, ik ben belast.

Lees ook dat verhaal – over deze koningszoon, die zo klein werd dat de vuile handen dachten het laatste woord te hebben.
Die dachten dat ze daarmee God wel konden verjagen.

Maar dat was niet zo…

Amen.

Antwoord
Muziek
Voorbeden

Brood en beker
Lezen: Psalm 116: 13-14
Tafelgebed
Heffen van matze en beker
Gezamenlijk gesproken Onze Vader

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Lied 424 gesproken en (solo) gezongen: de teksten ‘voorzang’ worden gesproken door de voorganger. Het refrein wordt afwisselen gezongen door solist en gesproken als acclamatie: na 1, 3 en 5 door solist gezongen, na 2, 4 en 6 gesproken door allen als acclamatie.

(interim)predikant