2020-07-12 vruchtbaar

Orde van dienst voor zondagmorgen 12 juli 2020 in de Hoeksteengemeente te Benthuizen.

De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Orgelspel

Welkomstwoord en mededelingen (ouderling van dienst)

VOORBEREIDING
Moment van inkeer
Aanvangslied Lied 84: 1 melodie orgel & vrg. spreekt tekst, 2 en 3 samenzang
Bemoediging en groet
Aanvangstekst: Jesaja 55: 1
Lied 195 samenzang (Ere zij de Vader en de Zoon…)
Gebed van inkeer
Lezing van de 10 woorden
Lied 321: 1 en 2 samenzang, 3 neuriën & vrg. spreekt tekst (Niet als een storm, als een vloed)

DIENST VAN HET WOORD
Gebed bij de opening van de Schriften
Schriftlezing Jesaja 55: 6-13
Lied 65: 1 neuriën, v. spreekt tekst, 6 samenzang (De stilte zingt u toe)

In Matteüs lezen we de oude, bekende gelijkenis over het zaad dat op allerlei plekken terechtkomt.
Die gelijkenis komt niet uit de lucht vallen.
In het hoofdstuk ervoor neemt Jezus het een paar keer op voor kwetsbare mensen.
Ze zijn gehandicapt of in de greep van een boze geest.
Dat wordt hem niet in dank afgenomen.
Hij wordt erom veroordeeld.

Die lading hangt nog in de lucht als hij zijn gelijkenis vertelt.
Ik laat de uitleg van de gelijkenis vandaag liggen.
Ik denk dat die weer een eigen verhaal vertelt.
Deze zondag beperk ik me ertoe na te denken over wat het betekent dat Jezus deze gelijkenis vertelt nadat hij keer op keer te horen heeft gekregen dat hij verkeerd bezig zou zijn.

Schriftlezing Matteüs 13: 1-9
Lied 764: 1 neuriën & vrg. spreekt tekst, 4 samenzang (Een zaaier ging uit om te zaaien)
Preek

Er gaat nogal wat mis in én rond deze overbekende gelijkenis.

In de gelijkenis zelf gaat kostbaar zaad verloren.
Het wordt vertreden, weggehaald, overwoekerd.
Kan dat niet beter, denken we al gauw vanuit onze moderne, westerse blik.

In de geschiedenis zijn er ook dingen mis gegaan rond de uitleg van de gelijkenis.
Matteüs geeft zelf verderop voor zijn eerste hoorders een behoorlijk kritische uitleg van de gelijkenis.
Maar ook de preken door de eeuwen heen logen er niet om.

Menigeen heeft er wakker van gelegen.
Is het geloof bij mij wel bestand tegen zon en onkruid?
Kan ik wel op mijn geloof vertrouwen als ik het moeilijk krijg?

Door dat accent op wat er allemaal niet goed gaat zou je bijna vergeten dat het in de gelijkenis om grote vruchtbaarheid gaat.
En je zou bovendien bijna vergeten dat Jezus de gelijkenis uitspreekt na zware veroordelingen door geestelijk leiders.
Met welk doel spreekt hij deze gelijkenis nu eigenlijk?

Om te beginnen die grote vruchtbaarheid die je bijna vergeten zou.
Gelukkig stemt Jesaja ons vanmorgen hierop af.
De regen daalt neer, zegt hij, en doet eerst zijn werk voor deze weer opstijgt.
De regen zorgt eerst voor vruchtbaarheid voor hij weer in de cyclus wordt opgenomen.

Zo, zegt hij, mag je ook op Gods betrokkenheid rekenen bij de mensen.
Gods nabijheid is als regen die komt en gaat – en bijna ongemerkt zijn werk doet.
Zijn woord maakt mensen vruchtbaar voor recht en gerechtigheid.

En door het lezen van Jesaja zag ik weer nadrukkelijk hoe vruchtbaar het zaad is.
Dertig-, zestig- en soms honderdvoud – het neemt toe, denk ik vreugdevol.

Maar nee, dat zeg ik niet goed.
Goed lezen, Nico.
Het begint bij honderdvoud, dan zestig- en dan dertigvoud.

Wat kijken wij al gauw naar aantallen…!
Jezus’ volgorde lijkt dat tegen te spreken.

Aantallen zijn van onze tijd.
Bij ons moet het altijd meer, altijd beter, altijd groter zijn.
Groei is al 50, 60 jaar het nieuwe evangelie, het liefst horen we 30-60-100.
Maar Jezus werkt meestal in het klein.
100, 60 of 30, dat maakt niet uit, het is vrucht.
Jezus laat zich stilzetten door die éne mens die geen leven had door zijn verlamde arm.
Hij valt stil bij die mens die gegrepen is door een geest van angst.
En dat hij stilvalt, stilstaat, werpt vruchten af.

Dat is het eerste: de gelijkenis gaat dus vooral over vruchtdragen, niet over het tekort.

En dan het tweede: wat kan Jezus ermee voor ogen hebben gehad om het zó te zeggen?

Deze gelijkenis valt niet uit de lucht.
Lees het hoofdstuk ervóór nog eens door.
Dan hoor je in deze gelijkenis ook een droevige Jezus.
Een vermoeid mens, teleurgesteld.

Hij loopt keer op keer tegen verzet, weerstanden, ongeloof en onverhulde haat aan.
En die komt dan met name van degenen die het voor het zeggen hebben.
Juist degenen die geestelijk leiding moeten geven zijn zijn grootste tegenstanders.
Ze omsluiten hem, ze proberen zijn werk vruchteloos te máken.
En we weten hoe dit uiteindelijk zal oplopen.

[…]
Weet je: hij is geen makkelijk mens geweest, deze Jezus.
Hij ging nieuwe paden.
Hij komt uit het niets, en is ineens behoorlijk populair.
En hij neemt geen blad voor de mond, is kritisch.

Maar zoals hij zwart wordt gemaakt, dat staat niet in verhouding.
En niet één keer, maar keer op keer.

En dan volgt die gelijkenis.
Alsof hij lijkt te zeggen: kijk goed – je loopt tegen onkruid aan.
Onkruid dat het kleine geloof bij kleine mensen probeert te verstikken.
Je loopt tegen verharding aan die levende woorden laten afketsen.
Zo worden woorden van eeuwig leven weggehouden bij kwetsbare mensen die ze juist zo nodig hebben.
Jezus lijkt hier te zeggen: mijn kwetsbare woorden verschroeien soms door de hatelijke woorden die anderen er tegenin brengen.

Ik stel mij zo voor dat hij bij het water wat tot rust is gekomen.
En dan klinken zijn woorden in deze gelijkenis.
Als van een vreemde afstand.
Als van verre.
Met een ondertoon van verdriet, van vermoeidheid én van verlangen.

Hij verlangt het woord door te geven.
En hij beseft inmiddels dat zijn verlangen door het gedrag van een aantal mensen soms stuk kan lopen.

Tegelijk laat hij het verlangen niet los.
Zeker, er is onkruid, verharding, hete zon.
Maar dat ontneemt het graan niet zijn kiemkracht.
En mogelijk heeft hij in het licht van Jesaja gedacht: weet je, God is er al mee bezig…

Dan is het geen gelijkenis om kleine gelovigen te veroordelen, maar juist om de tegenstemmen terecht te wijzen.
En om op te komen voor die kleine gelovigen.
Dan zegt Jezus: ja, jullie kunnen her en der een kiem verstikken, verschroeien.
Maar de kiemkracht is er niet minder om.

[…]
Laten we ons er verre van houden om elkaar de maat nemen op ons geloof.
Laat dat maar aan God over.
Die is liefdevol bezig om vruchtbaarheid te schenken.

Laten we samen wel kritisch zijn op de vraag hoe we omgaan met iemands ontkiemend geloof.

Laten we ons er positief door verrassen, of redeneren we het weg?
Maken we het klein door onze ‘ja-maars’?
Richten we ons op wat tekort is, wat niet goed gaat?
Zuchten we over krimp en verlies van Bijbelkennis?

Of bidden we vol vertrouwen?
God is er immers mee bezig – die schenkt vruchtbaarheid.
Brengen we figuurlijk onze handen eromheen, om het te koesteren, de kans te geven?
Kijken we er op onze hurken ademloos verwonderd naar, zoals kinderen alleen dat kunnen?
En voeden en beschermen we waar we kunnen?

Als we zo naar elkaars levensverhaal kunnen luisteren, koesterend, verwonderend, daar worden we uiteindelijk zelf zaad.
Dan worden we zelf gezaaid, zoals Barnard heeft leren dichten.
Wij sliepen en Gij roept ons wakker,
Gij doet ons uit aarde ontstaan.
Amen

Lied 765: 1 melodie orgel & vrg. spreekt tekst, 4 samenzang, 5 neuriën & vrg. spreekt tekst (Gij hebt met uw brede gebaren de mensen gestrooid)

DIENST VAN GEBEDEN EN GAVEN
Gebeden, onze Vader (gezamenlijk uitgesproken)
Inzameling van de gaven
Lied 426 3x: 1x (alleen) neuriën, 1x neuriën & vrg. spreekt tekst, 1x samenzang (God zal je hoeden)

HEENZENDING EN ZEGEN
na de zegen gezongen Amen (lied 431c)
Orgelspel

(interim)predikant