2020-08-02 brood

Orde van Dienst – Ochtenddienst Wijkgemeente Oude Kerk Zoetermeer
Zondag 2 augustus 2020 (8ste zondag na Trinitatis)

De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Aanvangslied Lied 105: 1, 2
Gods gelofte en groet
Lied 105: 3 (Uw bronnen zenden beken)
Gebed van verootmoediging
Lezing van de 10 woorden en hoofdsom van de wet Mt. 22: 36v
Lied 365: 1, 2, 6 (Wij dragen onze gaven)
Gebed voorafgaand aan de schriftlezing
Schriftlezing Nehemia 9: 15-20
Schriftlezing Matteüs 14: 13-21
Lied 390: 1, 2, 3 (Het brood in de aarde gevonden)
Verkondiging (vanaf kansel)

We zijn het bijna vergeten, hoe het brood tot ons komt.
Het is zo vanzelfsprekend geworden dat we dagelijks uit vele soorten kunnen kiezen.

Weten we het nog, de aanvankelijke zorg die bij menigeen opkwam in maart?
Toen bij het treffen van de maatregelen er ook zorg was of de supermarkten wel voldoende zouden worden bevoorraad?
De angst dat er geen brood en melk zou zijn?

Maar we hadden en hebben het onder controle, zo denken en hopen we.
Die controle is er al vele, vele jaren.
En door die controle weten we vaak nauwelijks meer hoeveel er komt kijken voor het brood op je bord ligt.
De bede ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ spreken we hier, in het veilige Nederland, bijna gedachteloos uit.

Maar hoeveel er komt kijken voor dat dagelijks brood…
Daaraan worden we weer herinnerd als er iemand bij ons komt en zegt: Ik heb niets…
Als Jezus zegt: Geef gij hen te eten…

Er wordt gezegd dat het verhaal van de broodvermenigvuldiging een geestelijke boodschap heeft.
Maar ik ben er ook van overtuigd dat het verhaal pas haar geestelijke betekenis krijgt als we eerst denken aan het concrete brood en de opdracht van Jezus om de ander te eten te geven.
Het verhaal krijgt denk ik slechts een diepere betekenis als we bij de woorden uit dit verhaal onrustig worden.
En er zelf iets van merken in onze broodtrommel en portemonnee.

geven jullie hun maar te eten…

[…]
Ik weet niet hoe het u of jou vergaat, maar ik zie telkens weer wat tegen die zin op:

Geef gij hen te eten.

Want we voelen wel aan: als we de hongerige niet aanzien en haar of hem voorbijlopen, blijft dat levende brood dat Jezus is ver weg.
Zo scherp ligt het bij brood.
Bij dit thema van vandaag, dat het leesrooster ons van eeuwen her aanreikt.

Het evangelie kan alleen betekenis krijgen als het ons ook anders doet leven.
Als het over brood gaat, gaat het ook over oorlog en vrede, over liefde en dood, dagelijks leven.
Dan gaat het ook over inkomen, over rijk en arm, over kloven tussen mensen.
Over dat je sterft als je geen brood hebt en de ander die wél brood heeft het niet wil delen.

Brood kan niet een thema zijn als we niet ook aan het brood denken op onze tafel.
Omdat we dan beseffen dat het op menig andere tafel ontbreekt.
En in de onrust die dat geeft zou wel eens een spoor van God schuil kunnen gaan.

[…]
Het valt mij op hoe diep het thema brood en alles wat daarmee samenhangt in dit deel van Matteüs zit opgesloten.
Want als je even terug bladert…

Matteüs 13, net voor dit hoofdstuk, telt maar liefst 7, en als je wilt wel 9 gelijkenissen.
En vier daarvan gaan er over eten en brood.
Zaad, graan, mosterdzaad en zuurdesem.

Als je langs dat hoofdstuk bent gekomen tot waar we nu zijn, dan weet je weer hoe veel er komt kijken bij die bede
Geef ons heden ons dagelijks brood
Dan besef je hoeveel ons geschonken is en wordt.
En dan besef je ook wat er op je afkomt als Jezus zegt:
Geef gij hen te eten.
Als we ons brood níet durven of willen delen, kán het ook niet in goede aarde vallen, kan het niet ontkiemen en vrucht dragen, kan het niet de wereld doortrekken en veranderen ten goede.

[…]
Het is en blijft een prachtig verhaal over 5 broden en 2 vissen.
Wezenlijk voor de kerk: geef gij hen te eten.
Niet voor niets waren de vroege christelijke gemeentes diaconale gemeentes.
En dat diaconale zit in het weefsel dat onze gemeente nu is.
En ja, ik weet zelf als geen ander dat gebouwen en beroepskrachten vaak de eerste zorg zijn van een gemeente.
Maar zou het werkelijk zó moeten zijn?
Zou de gemeente niet als eerste wakker moeten liggen van de strijd de woorden van Jezus in ons wakker maakt:

geef gij hen te eten.

Wat ik daarbij ook laat meewegen is dat Jezus dit zegt nadat zijn goede vriend Johannes de Doper is onthoofd.
Hij wilde alleen zijn.
Maar de anderen kwamen toch.
En toen het brood op was zei hij: geef gij hen te eten – maar deed het zelf voor.
Hij deelt, terwijl hij leeg, moe, verdrietig is en met lege handen staat.
Hij schenkt, terwijl hij in zijn vriend heeft gezien dat schenken ten koste van jezelf kan gaan.

Maar hij ziet de schare aan en schenkt…
Ook aan de vreemdeling.
Ook aan de vijand.
Ook aan de mens die ons soms bangmaakt omdat die zo anders is dan wij gewend zijn.
Jezus ziet hen aan en geeft het beetje brood dat hij heeft ontvangen weg aan hen allen.

Wij moeten brood eten om niet verloren te gaan.
Daarom delen we het brood.
En waar we dat doen, tegen onze belangen in kiezen om die ander, die vreemdeling, te laten delen in ons kostbare brood – zouden we daar dan een spoor van God kunnen zien?

Wij delen het brood – omdat Jezus het ons aanreikt:

[hij] keek omhoog naar de hemel,
sprak het zegengebed uit en brak de broden;
hij gaf ze aan de leerlingen
en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.

Amen.

Meditatief orgelspel en Lied 390: 4, 5 (Het brood dat wij moeten eten)
Dienst van de gebeden
Slotlied Lied 806: 1, 2, 3 (Zomaar te gaan)
Wegzending en zegen (gesproken amen)

(interim)predikant