2020-08-16 ontmoeting

Zondag 16 augustus 2020 in de Pelgrimskerk (Zoetermeer)
Twee verhalen over onverwachte ontmoetingen.
Onderstaande teksten had ik voor mij liggen, en zijn ook beschikbaar als PDF.

KOMEN
Welkom
Ontsteken van de paaskaars
Aanvangslied: Lied 139a: 1, 2 (Gij kent mij, Heer, leer mij U kennen)
Moment van stilte
Begroeting en bemoediging
Psalm van de Zondag Lied 139a: 3, 4 (Ik word in uw grond nooit vergeten)
Kyrie met 3x gezongen acclamatie (orthodox, zie dienstboek I, p. 587 nr. 17)
Gloria Lied 713: 3 (Al leeft uw volk verschoven)

WOORD
Gebed om licht van de Geest
Bijbellezing I Koningen 17: 1-16 (lector)
Lied 390: 1 (Het brood in de aarde gevonden)
Bijbellezing Matteüs 15: 21-28 (Lector)
Zingen: Lied 390: 2, 3 (Het brood van oorlog en vrede)
Preek

Geliefden,

Er zijn van die ontmoetingen, die je leven behoorlijk kunnen veranderen.
Juist als ze onverwachts zijn.
Als ze je onverhoeds stilzetten in je dagelijkse gang.
Want dan wordt je ook stilgezet bij jezelf.

Matteüs vertelt dat Jezus vaak zulke ontmoetingen heeft.
En dan ook nog vaak op plekken die voor velen een verrassing zijn.

Hij vertelt bijvoorbeeld dat Jezus zijn werk begint in het land van Zebulon en Naftali.
Dat is vanuit Jeruzalem gezien een soort vreemde en verre streek waar je liever niet komt.
Galilea der Heidenen heet het.
Volk dat in duisternis woont.

Matteüs schrijft voor Joodse lezers, en die spitsen hun oren bij deze namen.
Dat kom je bij hem vaker tegen: zinnen waarbij een goed verstaander zijn oren spitst.
En vaak gaat het over plaatsen, situaties en mensen waar je een leraar niet direct als eerste verwacht.

En nu lezen we bij Matteüs dat Jezus naar het land van Tyrus en Sidon trekt.
Ook daarbij gaat een lampje branden.
Het boek Koningen vertelt immers dat Elia naar Sarphat moest.
En dat ligt in de buurt van Sidon.

De boeken Samuël en Koningen zijn kritisch over het land van Tyrus en Sidon.
Die schrijvers vertellen dat Tyrus en Sidon het land van de Baäl is.
Koning Achab heeft daar zijn bruid Izebel gevonden, en vond het prima dat die de Baälsgodsdienst meenam naar Israël.

Baäl – dat is een godsdienst waarin alleen meetelt wat groot en machtig is.
En Tyrus en Sidon zijn het land van groot-groter-grootst.
Een land waar die ene vrouw en dat ene kind echt niet er toe doen.

In Tyrus en Sidon ben je geen mens, maar een bouwsteentje in de grote plannen van verpletterende goden en koningen.
Daar gaat Jezus heen.
Want… de profeet ging erheen.

Als Jezus het land van Tyrus en Sidon binnengaat, doemt eigenlijk meteen Elia op.
Elia moest daar zeggen: geen regen meer, geen brood meer.
Maar dan is daar één vrouw, en die bakt brood voor hem – haar laatste brood.

En nu gaat Jezus naar datzelfde gebied.
Je verwacht als Bijbellezer bijna dat hij daar Elia tegen zal komen.
Maar hij ontmoet daar die vrouw…

Nee, natuurlijk is het een andere vrouw – maar bijbels gesproken is die vrouw daar weer.

Zij is een vrouw, die bereid is om eerst brood voor de vreemdeling Elia te bakken.
Haar laatste brood, en ook het laatste brood van haar zoon.
Omdat Elia zegt: bak eerst voor mij, geef het mij, en bak dan voor uzelf en uw zoon.
Deze vrouw schenkt het allerlaatste weg dat ze heeft.

Nu komt Jezus in hetzelfde gebied.
Maar dan is daar opnieuw een vrouw, je zou kunnen zeggen: die vrouw.

Zij zet Elia stil.
En ze zet ook Jezus stil.
Ooit schonk zij haar laatste brood.
Nu zoekt zij zijn ontferming.
Zij zoekt de bewogenheid van zijn hart om haar dochter.

Ik vind het tot op de dag van vandaag lastig om te lezen dat Jezus zich afkeert van haar.
En misschien nog wel meer omdat hij vindt dat hij wel iets anders te doen heeft: Het gaat om de kinderen, de kinderen van Israël!
En ik wordt tot op de dag van vandaag steeds weer ontroerd als zij daarop zegt: ja het gaat om de kinderen, én om mijn kind dat geen leven heeft!

En ik denk echt dat Jezus hier door haar reactie van gedachte verandert.
Ik denk dat Jezus door haar antwoord een andere weg in slaat in zijn leven.
Dat haar vraag, en haar gevatte antwoord de situatie voor Jezus verandert in een kruispunt.

Deze vrouw, voor wie de ontmoeting met Elia haar leven in een kruispunt veranderde, vormt nu door haar beroep op Jezus een kruispunt voor hem.

Ik denk dat het hier is geweest dat Jezus besefte dat ook hij de weg van het gebroken brood zou moeten gaan.
Dat hij, net als de weduwe van Sarfat, het laatste weg moest geven om zijn volk te bereiken.
En dat hij dat dan ook doet voor de heidenen.

En we zien het in het vervolg van Matteüs.
Hij beschrijft vier keer dat Jezus zijn leerlingen zegt dat hij zal sterven om op te staan.
Dat hij zal breken.
En ze staan alle vier ná dit verhaal over de Kananese vrouw.

Breken zal hij.
Inderdaad, zoals deze vrouw het zegt: hij zal het de kinderen niet onthouden.
Maar ook niet de heidenen – want die eten al van de kruimels mee.

Ik denk dat Jezus door de ontmoeting met deze vrouw er goed zicht op kreeg wat zijn weg zal zijn, de komende weken en maanden.
En vanuit die geraaktheid zegent hij deze vrouw.

[…]
Onverwachte ontmoetingen kunnen je leven soms voorgoed veranderen.

Elia ontmoet een vrouw – zij breekt haar laatste brood.
Jezus ontmoet een vrouw – zij breekt hém.

Lét er dus op als je iemand ontmoet die je iets bijzonders, iets onverwachts schenkt.
Lét er dus op, op die ander die jouw met stomheid slaat.
Want wie weet, wie weet is het een spoor van Gods weg.

Dat hoeft niet altijd een weg van voorspoed en welvaart te zijn.
We kennen allemaal de Bijbelverhalen over mensen die door een onverwachte ontmoeting veel, soms alles achter zich moesten laten.
Maar al die verhalen staan in het teken van het ontdekken van een spoor van God.
En eigenlijk beginnen al die verhalen bij een onverwachte ontmoeting met een iemand anders.

Tot eer van God, en tot heil van onze naaste met wie wij ons brood delen.

Amen.

Muziek

ANTWOORD
Lied 390: 4, 5 (Dat brood dat wij moeten eten)
Geloofsbelijdenis
Lied 344: 1, 2, 3 (Wij geloven één voor één)
Voorbeden met gezongen acclamaties (Lied 367e, 3x), Stil gebed, Onze Vader

GAAN
Slotlied Lied 806: 1, 2, 3 (Zomaar te gaan)
Zegen beantwoord met gezongen “amen” (= lied 431c)

(interim)predikant