2020-08-23 zelfverloochening

Orde van Dienst Ontmoetingskerkgemeente Zevenhuizen-Moerkapelle
Zondag 23 augustus 2020

De gebruikte teksten staan hieronder, ook beschikbaar als PDF.

Voorbereiding

Welkom door de ouderling van dienst;
Beeldmeditatie bij het werk Forgotten Road (Heleen de Lange):

Het bijzondere aan getrouwd zijn met een kunstenaar is dat ik de werken zie groeien.
Al bij het ontstaan greep het werk dat jullie nu zien in bij mij.
Het deed vanaf het begin veel met mij.

Wat zie ik er in?

Ik meen in dit werk een landschap te zien.
Een einder met daarboven de luchten.
Daarin speelt licht en duister.
Komen de wolken aan de rechterzijde op?
Of kwamen ze van links en zijn ze juist aan het verdwijnen?
Met andere woorden: wordt het licht weggenomen of breekt het juist door?

Dat spel van licht en donker is ook op de voorgrond te ontwaren.
Gespiegeld.
Links een gebied dat in grijstinten is geschilderd.
Rechts juist sprankelend wit, dat zorgvuldig laag na laag is opgebouwd.
En in dat lichte deel, geheel op rechts, zijn sporen te vinden.
Zou het een weg kunnen zijn?
Een weg – is die weg al gekend of is die nieuw?
Is zij nog gekend?
Want – het zijn sporen.

En juist als je rechts de contouren van een weg meent te zien zie je ineens op links ook sporen van een weg – ze lijken wel te worden ontdekt.
Zou het donker aan het verdwijnen zijn en onthult zich een oude weg?

Het werk draagt de titel Forgotten road – vergeten weg.
Die titel doet er toe, ik kan er niet omheen.
Bij elk kunstwerk is de titel veelzeggend.
Zelfs als de titel ‘zonder titel’ luidt.
Maar zeker de titel Forgotten road laat je het doek op een bepaalde manier lezen.
Voor mij zit daarin ook een religieuze betekenis.

Niet voor niets heetten de eerste christenen ‘zij die van de weg zijn’.
Jezus heeft het erover dat hij de weg, de waarheid en het leven is.
En er wordt veel gereisd in de bijbel.
Wegen worden gevonden, ontdekt, gebaand en ook: herontdekt.

Vergeten wegen kunnen weer worden hervonden.
Bij licht van de Eeuwige.

Instrumentaal: melodie lied 601 (Licht dat ons aanstoot)

Openingswoorden, Ontsteken van licht, gebed voor de nood in de wereld.
Lied 713: 3 gesproken door allen terwijl melodie klinkt (Al leeft uw volk verschoven, kyrieleison)

Dienst van het woord.
Gebed voor de opening van het Woord.
V: Schriftlezing: Jesaja 51: 1-6
Lied 749a – gesproken door voorganger terwijl melodie klinkt (Op, waak op!)
V: Schriftlezing: Matteüs 16: 21-27
Melodie lied 749a – instrumentaal

Verkondiging

Jesaja begint met woorden die op het eerste gehoor onze vroomheid lijken te strelen:

Luister naar mij,
jullie die gerechtigheid najagen,
jullie die de Heer zoeken…

Ja, we verlangen naar recht en gerechtigheid
Maar de werkwoorden zijn dubbel.
Dat najagen kan ook worden weergegeven met ‘achtervolgen’.

Luistert naar Mij,
gij, die het heil achtervolgt,
die Jahwe zoekt…

Dat achtervolgen van Gods heil is een oude valkuil van de mens.
We willen maar wat graag Gods heil naar ons toetrekken, grijpen en bezitten.
Daarom is er het beeldverbod in de tien geboden.
In een beeld grijpen we naar het heil van God.
Die oude valkuil wordt tegenwoordig modern vertaald door te zeggen dat je je eigen leven en geluk maakt.

Als je bedenkt dat er in het ‘najagen’ ook iets van ‘achtervolgen’ kan zitten, dan is de rest van de lezing uit Jesaja daar een correctie op.
Ik zou Jesaja ongeveer zó willen samenvatten:

Luister, wil je God grijpen, beslag leggen op zijn heling?
Dan heb je niet door hoe het zit.
Want Gods heling komt vanaf de andere kant.
Die wordt je geschonken.

Het wordt niets met Gods heil als je het achtervolgt en probeert te grijpen.
Want heil, heling, komt vanaf de andere kant.
Een geschenk – maar wel een geschenk dat je verrast.
Gods heil is vreemd, onverwachts, een struikelsteen.

Heil, heling, heeft alles te maken met gerechtigheid.
En dat vergt rechtdoen van de ander.
Gods heil, Gods gerechtigheid, verbindt ons met onze medemens.
Scherper gezegd: die verbindt ons met het vreemde in de ander.

Als je die vreemde ander recht doet – dán ontdek je iets van Gods gerechtigheid.
Gods gerechtigheid maakt dat je stilstaat bij iemand aan wie je het liefst voorbij zou lopen.

Gerechtigheid zien we misschien wel het duidelijkst als in uitzichtloze situaties, mensen tóch weten goed te doen.
Als mensen opgroeien in een onveilige omgeving, en tóch van een ander houden en kinderen veiligheid bieden.

Van die gerechtigheid zegt Jesaja:

[zelfs] al vervliegt de hemel als rook,
al valt de aarde uiteen als een oud gewaad
en sterven haar bewoners al muggen,
de redding die ik breng zal voor altijd blijven
en mijn recht zal geen einde hebben.

Weet dus waar je aan begint als je Gods gerechtigheid zoekt.
Want het brengt je op een vreemde, onrustige en vergeten weg.
Zelfs al verlies je alles en iedereen – die gerechtigheid van God laat je dan tóch het goede doen.
Ook al gaat het aan alle kanten tegen je emoties in.

Lied 941: 1 gesproken door voorganger terwijl melodie klinkt (Waarom moest ik uw stem verstaan)

Deel B
Petrus met de andere leerlingen ervaren dat vreemde recht van God aan den lijve.
Hij had iets gezien dat hij niet zelf had kunnen bedenken.
Aan de lezing van vanmorgen is de geloofsbelijdenis van Petrus vooraf gegaan.
U bent de messias,
de Zoon van de levende God.
Een vreemd woord kwam over zijn lippen.
Door God zelf hem geschonken, zegt Jezus daarover.
De zegen van Jezus heeft geklonken:
Jij bent Petrus,
de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen
en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.
Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven,
en al wat je op aarde bindend verklaart
zal ook in de hemel bindend zijn,
en al wat je op aarde ontbindt
zal ook in de hemel ontbonden zijn.

Maar als Jezus dan uitlegt dat deze zegen een weg van lijden en zelfverloochening is, dan herpakt Petrus zich, en vermaant Jezus.
Hij grijpt, hij grijpt het geheim.
Hij jaagt het nu na, achtervolgt het, wil het grijpen en in bezit nemen.
Want het moet vorm krijgen zoals híj wil.
In naam van de God die hem zojuist nog overviel.
God verhoede het Heer!

Controleren, grijpen, bezit nemen van het geheim – het is een strijd om het níet te doen.
Maar Jezus wijst die vreemde weg, die ook Jesaja wijst.
En gaat zijn leerlingen er letterlijk, met zijn leven, in voor.

Wie achter mij wil komen moet zichzelf verloochenen

Kruis dragen.
Dat wil zeggen: zien, erkennen dat ik de neiging heb om beslag te leggen op de ander, op het heil, op Gods gerechtigheid.
Kruis dragen is: dát zien en het op me nemen.
Om mezelf vervolgens te verloochenen.
Met andere woorden: mezelf verloochenen door ervan af te zien om naar Gods heil te grijpen.
Concreet wordt dat in de ander: ervan afzien om die vreemde ander te grijpen in mijn woorden, in mijn kijk op de zaak.

Ik denk als modern mens wel eens dat mijn leven bestaat uit beslag leggen op, grijpen, nemen.
En we worden er nog eens ongegeneerd in aangemoedigd door de 1001 reclame-uitingen en films.

Maar juist dát leven van grijpen en nemen moet ik durven prijsgeven om te léven.
Want ieder die zijn leven wil behouden
zal het verliezen,
maar wie zijn leven verliest omwille van mij
zal het behouden.
Niet: omwille van een ideologie, maar omwille van mij – een ander dus.
Weer die ánder, die mij uit mijn dagelijks leven rukt.
Die ander die mij vervreemdt van mijn oer-neiging.

Juist door het onbekende tegemoet te treden, mezelf vreemdeling te laten maken door de ander – juist daar zal er leven zijn.
Geschonken leven.

Lied 941: 2, 3 gesproken door voorganger terwijl melodie klinkt (Gij maakt mij steeds meer vreemdeling)

Deel c (afsluiting)

Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen
als hij er het leven bij inschiet?
Wat is dat leven dan?
Matteüs laat op veel plekken zien dat leven vooral is: de ander recht doen.
Juist degene die niet gehoord, niet gezien mag worden.
Direct na de lezing van deze zondag volgt het verhaal over de verheerlijking op de berg.
Maar ook daar zie je, net als we vandaag hebben gelezen, dat na een hoogtepunt er onderaan de berg die vreemde ander is.
En Jezus laat zich storen door die vreemdeling, die wanhopige vader en zijn zoon in de greep van de angst.

Leven zoals Jezus dat doet is je door een ander laten storen.
Leven betekent dat je degene die jouw dagelijks leven overhoop haalt niet afweert, maar in de ogen kijkt.
Leven is die ander, die vreemde ander, recht doen.
En ja, dat kan niet anders dan door jezelf uit het lood te laten slaan door het verhaal van die ander.

Jezus ging ons voor.
Wij zijn zijn leerlingen.
Zouden wij weglopen voor wat hij trouw en betrouwbaar onder ogen is gekomen?

We leven in een tijd waarin mensen steeds meer op zichzelf worden teruggeworpen.
En die ontwikkeling stoppen we niet, ook niet door erop te mopperen.
De individualisering is een stoomwals die doorgaat, zonder aanzien des persoons.

Maar het is de mens ook nu gegeven om een ander wél aan te zien.
Ons is gegeven om ons te laten stóren door een ander – ook tegen de individuele cultuur in.
En ook op 1,5 meter afstand.
Ons laten storen – door verdraaid goed te luisteren.
En neem van mij aan dat ik uit eigen ervaring weet dat dit heel lastig is.
Telkens en telkens weer heb ik de neiging om in het verhaal van de ander in te breken met míjn kennis, met míjn idee, míjn denken.
Maar als ik inbreek bij de ander dan laat ik mij niet echt storen door de ander.
Nee, dan grijp ik zijn of haar verhaal en neem het in bezit.
En sta zo de heling in de weg.

Me laten storen, dat gebeurt pas als ik werkelijk de ander in de ogen kijk.
Als ik mezelf durf te verliezen.

Een wonderlijke weg die tegen de stroom van onze tijd ingaat.
Maar: de schriften zeggen dat het de goede weg is.
En de zoon van God is hem ons voorgegaan.

Amen.

Instrumentaal intermezzo over de melodie van Lied 941, aansluitend Lied 941: 4 gesproken door allen terwijl melodie klinkt (Spreek Gij dan in mijn hart)
Dienst van het antwoord.
Geloofsbelijdenis
Lied 139a: 1 gedeclameerd door voorganger, 2 en 3 gedeclameerd door allen, 4 gedeclameerd door voorganger (Gij kent mij, Heer, leer mij u kennen)
Inzameling van de gaven vindt na afloop van de viering plaats
Gebeden
Slotlied 841: 1 gesproken door voorganger terwijl melodie klinkt, vers 2 gesproken door allen terwijl melodie klinkt (Wat zijn de goede vruchten)

Wegzending en zegen.
V spreekt zegen uit en de gemeente antwoordt met gezamenlijk gesproken Amen

(interim)predikant