2020-09-13 onrust

Liturgie in tijden van digitale viering voor 13 september 2020 – 13e zondag van de zomer
Lied 831 omkranst lezingen en overweging – een aangrijpend lied dat ons op andere wegen brengt dan we zelf zouden kiezen.

Onderstaande teksten lagen voor mij – ook beschikbaar als PDF.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 274: 1 solist, 2 acclamatie door allen op muziek, 3 gezongen door allen (Wij komen hier ter ere van uw naam)
Openingsgebed
Ontsteken van licht (bovenste lichtje van de kaarsenboom)
Bemoediging en groet
Lezing: I Koningen 18: 20-40
Gebed met 3x gezongen acclamatie

Heer, laat onze wereld niet vallen uit uw handen,
houd het uit met ons, uw mensen.
Ook al strijden wij om voorrang.
Ook al leggen wij beslag op geloof, hoop en liefde, en maken er strijd, oorlog en geweld van – tot op de dag van vandaag.
Zo bidden wij zingend: …

Heer, ga uw mensen niet voorbij,
houd het uit met uw mensheid.
Ook al gaan wij aan u voorbij.
Ook al jagen we elkaar op om schenken, ontvangen en ruimte geven te veranderen in nemen, grijpen en voordringen.
Zo bidden wij zingend…

Heer, zie om naar uw kinderen,
houd het uit met ons, groot en klein.
Wees in het bijzonder daar, waar een vluchtplek tot hel is geworden.
Waar politieke angst ervoor zorgt dat de aller-allerarmsten in hun wanhopige razernij te horen krijgen dat ze zich toch echt wel aan wet en regel moeten houden.
Waar een verhaal te vertellen is waarvoor geen woorden zijn.
Zo bidden wij zingend…

Stel ons niet gerust, God.
Sus ons geweten niet.
Roep om ons, klaag uw mensheid aan.
Laat niet verstommen uw aloude vraag: Adaam – mens, waar zijt gij?
En open onze ogen en harten voor wegen van gerechtigheid.
Amen.

Lied 831: 1 en 3 solist (Gestuurd op wegen ongedacht)

Woord
Gebed om Gods licht
Met de kinderen – wat weten we nu écht over God? (naar een verhaal van Leo Tolstoi)
Lied met de kinderen: Lied 934: 1 allen, 2 solist, 3 declamatie vg op muziek (Ik ben voor jou een nieuwe naam)

Bijbellezing: I Koningen 19: 1-4 (Lector)
Lied 831: 6, 7 (6 solist, refrein allen, 7 solist)
Verkondiging/overweging

Kunnen we het uithouden?
Kunnen we het uithouden met vele bijbeluitleggingen?
Met profeten die tegenvallen?
Met God die anders is dan we dachten?

Dat begint veel dichter bij.
Dat begint bij het uithouden met ons menselijk tekort, en onze grilligheid.
Het uithouden met onze gewelddadigheid, onze verwoesting.
Het ermee uithouden dat we het ene moment ons de overwinnaar kunnen voelen en het volgende moment dodelijk bedroefd kunnen zijn.

Kunnen we het uithouden met elkaar, met de mensheid?

Gaf God opdracht tot de krachtmeting tussen Elia en de priesters?
Het verhaal zegt het zo niet.
God zegtalleen tegen Elia: ga aan Achab zeggen dat ik regen breng.
Het hele spektakel lijkt een keuze van Elia.
Ook het doden van de profeten van Baäl gebeurt niet in opdracht van God.
God lijkt er alleen in het vuur dat neerdaalt.
Maar straks zullen we lezen, dat de Ene niet in het vuur is.

Dit verhaal vraagt van ons dat we het met Elia en zijn volk uit te houden.
Ook in hun woeste moordpartij.
Wijzen we ze af omdat we denken beter, anders, moreler te zijn?
Of houden we het uit?

In dit verhaal zijn vooral mensen aan zet met veel geschreeuw en geweld.
Maar ergens vermoed je, hoop je op de stille adem van God.

Is het een triomfantelijke, minachtende adem van een afstandelijke God?
Is het een ingehouden adem van een zoekende God?
Is het de adem van verdriet van een liefdevolle God?

Ik houd het op een vermoeden dat God het wil uithouden met onze mensheid.

En dan: kunnen wij het uithouden met elkaar?
En ook: kunnen wij dan waken met God?
Eén uur?

[…]
Uithouden.
Dan gaat het ook over het uithouden met onze vertwijfeling.

We roepen wel over God van alles en nog wat.
Maar wat weten we nu eigenlijk helemaal van God?

Kunnen we het ook uithouden met de Elia die zegt: Laat mij maar sterven…?

Als je het Hebreeuws van de bijbel erop na slaat dan gebruikt hij op de Karmel zo’n 10 keer het woord voor God: Elohim.
En het volk roept, brult het uit: de Ene is onze Elohim, de Ene is onze Elohim!
Een razernij die eindigt in het bloedbad van een volksgericht.
Izebel hoort ervan en ontsteekt eveneens in razernij.
Natuurlijk…
Elia ontvangt van haar bericht: de Elohim mogen mij straffen als ik jou niet morgen heb gedood!

Ik vermoed dat Elia totaal verbijsterd is geweest.
Ze lijkt dezelfde taal te gebruiken.
Wat weet Elia eigenlijk over God?

Wat weten wij eigenlijk over God?
Velen zijn vertwijfeld over God, over wat er in deze wereld nu te zien is van deze vreemde Ene.
Houden we het uit met die vertwijfeling?
De vertwijfeling van de ander?
En die van onszelf?

Adem waakt bij onze vertwijfeling.
Zweeft als de Geest boven de chaos-wateren van onze verwarring.

Kunnen wij waken met zo’n God?
Een God die de dingen níet op zwart-wit zet?
Eén uur?

[…]
Het uithouden.
Met deze vreemde God.

Zoals de adem het uithoudt met ons – kunnen wij het uithouden met een God die niet wegholt van woeste en rauwe verhalen uit de bijbel?

Het liefst zouden wij een lievige, vredelievende, aardige en beminnelijke God hebben.
Of een God die correct, keurig, en vlekkeloos is.
Of juist een God die raast en tiert en voor ons het zwaard trekt…

Déze God houdt het uit met een volk dat steigert en stuitert, dwaalt en schopt.
Kunnen wij het met zo’n God uithouden?

De God die in de hof van Eden vraagt: Adam, waar was je?
Of in Jezus aan zijn leerlingen vraagt: kunnen jullie een uur met mij waken?
De Ene die aan Job vraagt: toen ik de mensheid en deze wereld droeg – waar was jij?

Op meer dan één plaats vraagt God, met ingehouden adem, of zijn mensen het uithouden met zijn uithouden.
Als God niet van ons wegvlucht – hoe zouden wij dan van elkaar wegvluchten…

De God die stil luistet naar jouw onzegbare verhaal.
De God die getuige is van wat jou is overkomen, waar je niet over kunt vertellen, maar toch zo wordt gekend…

Kunnen wij waken met deze God?
Ook als die niet wegloopt van het bloedbad onderaan de Karmel?
Eén uur waken?
Met deze God – en zo met onze medemens?
Eén uur?

[…]
Uithouden.
Wat weten we nu eigenlijk van elkaar?

Elia is een vreemdeling.
Een woeste spreker, die inhakt op zijn vijanden.
En het volgende moment een gebroken spreker die zijn profetenmantel aan de wilgen hangt.

En wat weet ik van mezelf?
Wie ben ik?
Wie ben ik voor Gods aangezicht?
Elia wordt een woestijnganger, zeggen de verhalen.
Hij wordt door een engel van voedsel voorzien.
En dan – 40 dagen door de woestijn, naar de berg van God.
Om God daar te ontmoeten.
Gaan we met hem mee door die woestijn?
Of zijn we toeschouwers die toekijken?
Die verwachten, hopen misschien wel, dat daar God wel weer in vuur zal zijn, donder en bliksem en aardbeving?
Als we dat hopen, dan komen we teleurgesteld uit.
Nee, zegt het verhaal nadrukkelijk, daarin is God niet.
Was God dan niet in het vuur op de Karmel?
Het was vuur van de Ene, schrijven de schrijvers.
Hier: in het vuur was de Ene niet.

De Ene houdt het uit in die verwarring.
En hij komt Elia tegemoet in een stilte.
Is het lieflijk geweest?
Of eerder drukkend, vragend: Elia, waar was jij?
Geen vriendelijke stilte maar wel een nabije stilte?

Stilte die doet denken aan de rook die stil boven het vluchtelingenkamp Moria hangt op Lesbos.

Een stilte die vraagt: waar ben jij als ik het uithoud met mijn mensen?

INSTRUMENTALE MUZIEK

Lezen I Koningen 19: 9-13 (Lector)

Lied 831: 9 (solist)

Antwoord
Muziek
Voorbeden met 3x gezongen acclamatie
Mededelingen (ouderling)

Gaan
Zegen van Fransciscus en gesproken ‘Amen’
Lied 806: 1 allen, 2 solist, 3 allen (Zomaar te gaan met een stok in je hand)

(interim)predikant