2020-11-01 kleine goedheid

Liturgie in tijden van digitale viering voor 1 november 2020 – 7e zondag van de herfst. Onderstaande teksten had ik voor mij liggen. Die zijn ook beschikbaar als PDF.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 655: 1 solo en 3 gesproken door allen (Zing voor de Heer)
Openingsgebed
Ontsteken van licht
Bemoediging en groet
Stilte

Als ik mij niet vergis nemen dreiging en geweld toe in ons vrije westen.
Of dat nieuw en anders is, kan ik niet goed beoordelen.
Maar we reageren er meestal op een voorspelbare manier op.
Door extra controle erop te zetten in ons land.
Of door de strijd aan te gaan met de islamisten, zoals nu in Frankrijk.
Ik kan me er alles bij voorstellen, zeker als het bloed vloeit in een kerk of synagoge.
Als ik lees over weer een voor mij onbegrijpelijke vorm van geweld kan ik me voorstellen dat je naar de wapens grijpt.

De Bijbel kent die reflex ook.
Niet voor niets hebben veel mensen moeite met het geweld in het Oude Testament.
Maar waar vaak overheen wordt gelezen is dat er juist in dat deel van onze bijbel er ook tegenstemmen klinken.
Eén van die tegenstemmen vormt het Bijbelverhaal dat vandaag centraal staat.
Het is het verhaal van Naäman, een Aramese generaal, geslaagd en gevierd, maar getroffen door een ernstige huidziekte.
Onder zijn leiding heeft zijn land oorlogen gewonnen en buit binnengehaald.
Die bestond uit mensen die gevangen worden genomen, dwangarbeid moeten verrichten, slaaf en slavin worden.
Juist één van hen toont dat het ook mogelijk is om anders te reageren op redeloos geweld waar zij zelf slachtoffer van is geworden.
Een onbekende jonge vrouw toont wat goedheid is.
We lezen het begin van dit verhaal als opmaat naar ons gebed.

Lezen: II Koningen 5: 1-5 Bijbel in Gewone Taal
Gebed

God, kent u deze vrouw?
Deze vrouw van wie wij de naam niet kennen?
Kent u haar leven?
Weet u hoe het zit met deze mens, die goedheid schenkt waar ze verder alles verloor?
Deze mens die tegenover geweld het goede zoekt?
Bent u daar met uw adem?

Kent u dan ook al die mensen in deze wereld, die goedheid stellen tegenover onrecht?
Op zoveel plaatsen, ongekend bij ons – zijn zij bij u gekend?
Luistert u daar, fluistert u daar, zegent u daar?

Wij geloven dat, klampen ons eraan vast.
Dat niet het geweld en de angst, ja zelfs niet het geweld en de controle van een overheid die het volk dient, het laatste woord hebben.
Vervul in ons de hoop en het vertrouwen dat we door in het klein te werken leven op uw adem.
Laat dát ons licht zijn, in tijden van toenemende onrust en angst.
Licht ons bij, God, licht ons bij, door deze verhalen en door uw Geest.
Amen.

Lied 214: 1 solo, 4 gesproken door allen, 5 solo, 8 gesproken door voorganger (Het licht dat weer opnieuw begon.)

Afscheid en bevestiging van ambtsdragers
Afscheid, overhandiging kaars en roos
Bevestiging, overhandiging roos
Allen spreken Lied 970: 1 (Vlammen zijn er vele)

Woord
Gebed om Gods licht
Met de kinderen
Kijken naar Opwekking kids 258 Hij was een generaal (Naäman)
Tijdens weggaan kinderen: Luisterlied 174 (Naäman woonde in het land naast Israël)
Bijbellezing: II Koningen 5: 6-19 (lector)
Lied 321: 1 solo, 2 door allen gesproken (Niet als een storm)
Verkondiging/overweging

Lieve zusters, broeders, gemeente van de Ene…

Wie de jonge vrouw is geweest in huize Naäman, zullen we nooit weten.
Geen naam, geen afstamming, geen beschrijving.
Maar wat ze deed zullen we bewaren, eren en ons wegen laten wijzen.

Ze was gewelddadig weggevoerd en slavin gemaakt.
Toch schonk zij goedheid aan die vreemde mens die haar eigenaar werd.

We kennen allemaal één van de moeilijkste geboden van Jezus.
Heb je vijanden lief.
Hier, in wat voor Jezus zijn bijbel was, vinden we een voorbeeld.

Toen we deze viering voorbereidden zeiden we: Naäman was vast een goed mens.
Toch geeft de bijbel geen aanleiding om zo over Naäman te spreken.
Nee, het verhaal zegt eenvoudig: een onbekende jonge vrouw, weggeroofd, toont wat goedheid is.
Ze had alle reden om hem in zijn sop gaar te laten koken.
Toch vond ze dat ze voor die mens verantwoordelijkheid droeg…
Laten we ervoor waken dit op conto van Naäman te zetten.
Het lijkt de vertellers om deze onbekende vrouw te gaan die goedheid schenkt waar geweld of haat vanzelfsprekend lijkt.
Kleine goedheid, noemt de Russische romanschrijver Wasili Grossman dat.

Als je zo gaat lezen, lees je ook het vervolg anders.
Naäman meende dat hij met geld, goed, grote spullen en dure brieven dingen kon regelen.
En hij verwachtte daarom ook een groot gebaar, een magische behandeling.

Maar nee: een profetenjongen wiens naam we evenmin kennen komt naar buiten.
Een klein gebaar: ga je baden in de Jordaan!
Volgens Bijbelkenners was dat als het erop aankomt een soort modderbad.
Naäman blaast hoog van de toren, vindt dat hij meer verdient dan dat.
Maar zijn soldaten van wie we ook de naam niet kennen laten het zien:

Meester, als die profeet u iets moeilijks had gevraagd, had u het vast en zeker gedaan.

Weer: mensen die kleine goedheid tonen.
Zo verandert het leven van Naäman.
Die denkt nog steeds in grote dingen: Elisa moet een geschenk aannemen, vindt hij.
Maar die weigert:

Ik zal niets van u aannemen.
Dat is zo zeker als de Heer leeft.

[…]
Iedereen die opgroeide met de bijbel en de kinderbijbels weet dat er nog iemand in het verhaal een rol speelt.
Gechazi, de knecht van Elisa.
Zíjn naam is wél bekend, in tegenstelling tot de jonge vrouw in Aram, of de soldaten van Naäman.

Juist Gechazi, met naam en toenaam gekend, valt voor het grote.
Hij wil het grote, het rijke wél.
Hij gebruikt Gods naam zoals Elisa die gebruikt om een geschenk af te wijzen:
Mijn meester wilde niet één geschenk aannemen van die Naäman uit Aram.
Zo zeker als de Heer leeft, ik ga hem achterna.
Want ik wil zelf iets van hem hebben!

Gechazi gáát en krijgt meer dan hij hoopte.
Maar Elisa vraagt hem bij terugkomst:
Is dat jouw manier om geld en kleren te krijgen?
En olijftuinen en wijngaarden, schapen, geiten en koeien, en slaven en slavinnen?
Daarop treft Gechazi de huidziekte waarvan Naäman is bevrijd.

Een dramatisch slot dat ongemakkelijk maakt.
Gechazi komt overigens later terug in een ander verhaal.
Je kunt op grond van de Bijbel niet zeggen: eens een dief, altijd een dief.

Maar de kern is: draait het om Naäman en Gechazi?
Ik vraag het me steeds meer af.
Ik denk dat de kleine goedheid het centrale punt is – de jonge vrouw wijst ons de weg.

Ik hoor het verhaal zeggen: hoe meer wij onze hoop stellen op rijkdom, macht en overwicht, hoe meer de angst ons op de huid zal komt te zitten.
Slechts het geschenk van kleine goedheid biedt een tegenstem.

[…]
Ik houd mijn adem in bij de toename van macht en geweld.
Ik zie mensen extreme posities innemen, doof voor de ander.
Velen kiezen voor groot-groter-grootst, en velen vertrouwen daarop.
Maar het lijkt de angst alleen maar groter te maken.

Ik houd mijn adem in – maar houd ook moed.

Want ik zie ook dat er op vele plaatsen dingen gebeuren die de media niet bereiken.
Mensen die niet worden genoemd in kranten en nieuwsrubrieken.
Mensen die doen wat onze samenleving leefbaar houdt: kleine daden van goedheid.
Mensen die de ander als mens blijven zien.

Als kerk hebben wij daarbij een taak: oog houden voor kleine daden van goedheid.
En die daden omringen met onze gebeden, ons vertrouwen en onze steun.

Soms hoor ik mensen zeggen: dan kun je alleen nog maar bidden.
Maar juist van dat bidden en de verborgen daden van goedheid zegt Jezus in de bergrede:

je vader die in het verborgene kijkt, zal je ervoor teruggeven.

De kerk heeft de taak de jonge vrouw uit het verhaal te eren met navolging.
Zo houden we de hoop levend dat kleine goedheid iets van God kan zijn.
Dat daarin iets van God ademt.

Laat de kleine goedheid je voet richten op je levensweg.

Een meer eervolle taak kan ik mij eigenlijk niet goed bedenken voor gelovigen.

Een meer waardevolle en ontroerende taak dan in de voetsporen treden van deze onbekende vrouw kan ik mij niet bedenken voor wie het ambt op zich neemt.

Zegen en alle goeds gewenst.

Amen.

Antwoord
Lied 1001: 1 solo (De wijze woorden)
Voorbeden met gesproken acclamatie, stil gebed, Onze Vader

Gaan
Fransciscaner zegen en gesproken ‘amen’
Luisterlied 15 uit de bundel: Het liefste lied van overzee deel 2 (Ga maar gerust…)

(interim)predikant