2020-11-22 gedenken

Eewigheidszondag 2022

Deze teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Welkom (ouderling)

KOMEN
Lied 730: 2 gesproken door allen (Heer, U weet hoe vaak wij deelden), tekst Kees van der Zwaard – p. 6
Openingsgebed
Lied 219 gezongen door zangers (Licht om te leven)
Bemoediging en groet
Stilte
Gebed
Lied 598 1x gesproken door allen, 2x gezongen door zangers (Als alles duister is = Olijftakbundel 131)

Woord
Gebed om Gods licht
Bijbellezing: Psalm 13, vertaling Bijbel in Gewone Taal (zie p. 7) (lector)
Zangers: Langzaam zie ik hen gaan
Verkondiging/overweging

Geliefden in de Heer,

Moederziel alleen.
Zo kun je je voelen.
En dan heeft een mens geen goede of zelfs vrome woorden nodig.
Nee, dan heeft een mens een andere mens nodig die naast haar of hem staat.
Meevoelt, iets meedraagt aan dat alleen zijn.

Rouwen om een dierbare is een rauw proces.

Tegelijk, als je erbij kunt zijn, als je erover kunt spreken, als je elkaars namen kent…
Dan kan het ook een teer, een teder proces zijn.

Maar ik denk dat vrijwel iedereen die een dierbare verliest tenminste bij vlagen iets herkent van dat ‘moederziel alleen’ zijn.

Heer, vergeet u mij voor altijd?
Hoe lang nog blijft u zich verbergen?
Hoe lang nog blijft mijn hart vol zorgen?
Hoe lang blijf ik dag en nacht verdrietig?

Een roep uit het hart.

Geen uitspraak die zegt dat we weten hoe het zit.
Psalm 13 roept uit de diepte, en klaagt God aan.
God en deze wereld.

Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

De dood is de laatste vijand, zegt Paulus ergens in zijn brieven.
En we ervaren dat tot op de dag van vandaag.
Hoe verschillend we kunnen zijn, als het op de dood aankomt maakt het geen verschil uit wie of wat je bent geweest.

En daarom gedenken we vandaag onze dierbaren.
Met elkaar en voor elkaar.
We staan naast elkaar.

We bewaren de namen in onze harten, in het vertrouwen dat die namen bij God zijn geborgen tot in eeuwigheid.
In het geloof dat God daar is waar onze dierbare is.

Dat geeft mij vertrouwen.
Niet dat ik bij God kom, maar dat God bij mij komt.

Dat geeft vertrouwen in het oog van de dood.
Maar ook in alledag leven.
Als ik hap naar adem.
Als ik ontroostbaar ben.
Als ik niet weet waar ik het zoeken moet, moederziel alleen ben.

Ik hoef niet naar God op te klimmen, maar God komt, is naast mij.
Ademt in mijn adem.

[…]
Toch is daarmee nog niet alles gezegd bij deze psalm.
Wij lezen deze psalm in een veilige omgeving.
Bij alle zorg en angstigheid is ons land zeer veilig.
De namen die wij noemen zijn onze bekenden, onze verwanten, onze dierbaren.

Maar we weten ook van levens die ten onder gaan zonder dat een dierbare erbij kan zijn.
We weten van levens die ten einde gaan zonder dat de namen worden genoemd in een gedachtenisviering.
Mensen gaan ten onder, letterlijk in het water van de Middelandse Zee en op vele andere plaatsen.
Mensen van wie de namen onbekend blijven bij ons.
Mensen worden bruut vermoord, anoniem begraven op plaatsen van grof geweld.

Vele mensen sterven zonder dat hun naam wordt genoemd door een dierbare die bij hen is.
Naamloos gemaakt door degenen die hen met geweld tegemoet treden.

Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord!
Laat het weer licht worden om mij heen,
laat mij niet sterven in het donker.
Want dan zullen mijn vijanden zeggen:
‘Hij heeft de strijd verloren!’
En zij zullen juichen over mijn dood.

Om hen, die voor ons onbekend blijven.
Om hen, voor wie slechts een klein hoekje in onze krant is gereserveerd.
Om hen zullen wij blijven bidden, roepen, de hemel aanklagen.

Verandert dat hun situatie dan?
Niet direct.
Maar door dit lied te blijven bidden, ook met het oog op hen, voorkomen we dat we zelf eronder murw worden gemaakt.
Voorkomen we dat we onverschillig worden.
Of dat we verbitteren.

Daarom zingen we biddend het lied ten einde.
Het is een roep die uitloopt op vertrouwen dat deze God niet onbewogen blijft.
Niet koud en kil is.
Maar geschokt zwijgt bij wat mensen elkaar aan kunnen doen.

Dan en dan alleen kan ons lied ook ruimte bieden.
Voor onszelf, in ons verdriet om een dierbare.
Als we die dierbare bij name noemen en gedenken.

Maar ook voor hen die sterven door onrecht en geweld zonder dat wij de namen kennen.

Dat zij, dat wij gekend zijn bij deze Ene.
Dat de adem van zijn Geest ook daar is, waar het water zich boven de hoofden sluit.
Dat de adem van God fluistert waar mensen sterven door bruutheid, onder vijandschap.
Ook daar – misschien wel juist daar…

Denkend aan hen.
Denkend aan elkaar, of het afscheid onrustig en angstig was, of dat het goed was.

Wij belijden deze God, die bewogen is om ons.

Heer, ik vertrouw op uw liefde.

Amen.

Gedenken
Lied 1005: 1 zangers, 4 couplet gesproken door vg refrein gezongen door zangers, 5 gesproken door allen, refrein gezongen door zangers (Zoekend naar licht)
Gedenken
Lied 730: 1 zangers (Heer, herinner u de namen), tekst Kees van der Zwaard
Inleiding
Gedicht (Koen Jansen, “Alles is nu” [fragment]
De namen, de kaarsen , de rozen
Lied 730: 3 gesproken door allen (Uit het duister van de dalen), tekst Kees van der Zwaard
Boek van bewaarde namen
Lied 730: 4 zangers (God, gedenk de vele aardse / tranen), tekst Kees van der Zwaard

Antwoord

Voorbeden met gesproken acclamatie “Heer ontferm u”
Stil gebed
Gezamenlijk gesproken Onze Vader

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Lied 454: 1 en 2 zangers, 3 gesproken door vg, 4 gesproken door allen, 5 zangers (De mensen die gaan in het duister)

Predikant