2020-11-29 licht

Eerste adventszondag 2020 – welk perspectief is er? Het thema van dit project is ‘licht’. Onderstaande teksten had ik voor mij liggen – ook beschikbaar als PDF.  Of te volgen op  kerkomroep.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 25b – ‘voorzang’ gesproken door afwisselend vg (1, 2) en allen (3), ‘allen’ gezongen door solist (Houd mij in leven, wees gij mijn redding)
Openingsgebed
Ontsteken van adventskaars

Steek een kaars aan,
het wordt donker.
Zet licht voor je raam,
dan vinden anderen
de weg naar jou
en naar het licht van God.

Bemoediging en groet: Lied 291c gezongen en gesproken
Stilte
Ter overweging / (gebeds)tekst rond de nood van de wereld
Lied 934: 1, 2, 3 solist (Ik ben voor jou een nieuwe naam)

Woord
Gebed om Gods licht
Met de kinderen
Film zandtovenaar
Bijbellezing: Psalm 4(ouderling)
Lied 4a: 1, 2 solist, 3, 4 vg, 5 solist (Verhoor mij als ik roep tot U)
Bijbellezing: Johannes 8: 12-19 (diaken)
Melodie Lied 601

Verkondiging/overweging

Hallo, God, hoort u mij?
Want ik ben de weg kwijt.
Elk jaar zie ik uit naar het feest van het licht.
Maar dit jaar…
Het is net of het donkerder is dan anders.
Dat kan natuurlijk niet, maar toch…
Het is soms net of ik u wat minder hoor dan anders.
Of al het geweld dit jaar meer binnenkomt dan anders.
Komt dat omdat ik minder mensen dicht bij me heb?

Maar dat hoeft toch niet te betekenen dat u dan ook verder weg bent?
U kunt toch dicht bij zijn, juist als mensen ver weg zijn?
Dat zeggen ze toch?

Hoort u mij nu?
Als ik bang wordt van alle verhalen?
Als ik me afvraag of ik wel mag klagen, terwijl zoveel mensen het slechter hebben?

[…]

Hallo, God, ziet u mij?
Want soms is het net of de mensen mij niet meer zien staan.

Ik weet ook wel, ze bedoelen het niet persoonlijk.
Maar als ik op straat loop en de mensen lopen met een boog om mij heen…
Of als ik het benauwd krijg van al die mondkapjes…
Als ik me bedenk dat er mensen zijn die door die kapjes niet weten wat de ander zegt.

Dan denk ik wel eens dat ik een gevaar voor anderen ben.
Of soms denk ik dat van anderen.
Dan denk ik – maar ik houd het stil hoor – dan denk ik: ga toch aan de kant!
Maar ja, dan moet ik ook niet gek opkijken als zij mij niet zien staan.

Ik voel me verscheurd.
Ik zoek licht, maar voel duisternis.
En u, u ziet mij toch nog wel?
U wordt toch niet tegengehouden door al die maatregelen?
U loopt toch niet met een boog om mij heen?
Of om andere mensen heen?

[…]

Wat zegt u, God?
Dat uw licht een weg wijst?
Dat uw licht er vooral is om dingen te laten zien die ik anders over het hoofd zie?
Dat u wilt laten zien waar de breuklijnen lopen?
Is dat wat Jezus deed?

Maar dan moet ik anders over hem gaan denken…
Ik weet ook wel dat er van Jezus van alles is gemaakt.
Nou en of.
En of we hem voor ons karretje hebben willen spannen.
Ja ik weet het.

Maar als Jezus zegt dat hij licht der wereld is…
Dan gaat het over een kritisch licht?
Een licht dat mij laat zien dat ik goed moet weten waar ik mijn voet zet…

Licht dat laat zien dat een stap zetten ook wel eens een conflict kan betekenen?
Dat ruzie niet alleen maar negatief is.

Ja, nou, als ik erover nadenk, en als ik goed lees waar Jezus anderen voor uitmaakt…
En hij zal het niet slecht hebben bedoeld…

Wilde hij laten zien wat zij aan het doen waren?
Kritisch?
Dat licht dus? Dat bedoelt u?

Ja, nou, dat is wel een apart licht.
Geen lievig, toedekkend licht.
Maar onthullend licht.

Hoe ik vaak dwaal.
Hoe vaak ik met mijn maat 47 kwetsbare mensen wel eens op hun ziel zou kunnen trappen.
Is dat wat u wilt laten zien door Jezus?

[…]

Maar weet u, God, dat het ook wel lastig is.
Want als ik zie wat Jezus hier doet…

Hij zegt rustig dat de anderen niet goed weten waar ze vandaan komen.
Maar hij wel.
Dat is nogal wat.

Maar misschien zie ik het wel niet goed.
Misschien kan ik het alleen goed zien als u licht geeft…

Probeert hij ze te tackelen?
Of is het nu net andersom?
Dat anderen hem proberen te tackelen en dat hij hen een steun aanbiedt…

Maar dat is dan wel knap lastig voor hen.
Ze moeten iets aannemen van een tegenstander.
Iemand die ze tot vijand hebben gemaakt…
Ik weet niet of ik dat zou kunnen.
Maar ik leer wel wat.
Je kunt denken dat iemand een ander tackelt.
Maar het kan ook andersom zijn.
Dat die ander juist helpt om niet te vallen.
En dat zou dan kunnen betekenen dat als iemand mij ontwijkt, met mondkapje op, mijn niet ontwijkt maar helpt…

[…]

Hallo God, hoort u mij?
Ik heb eens met wat mensen gesproken.
Ik heb naar ze geluisterd.
En zij luisterden naar mij.

Ik kreeg een gebaar van verbondenheid.
Je kunt elkaar raken, ook als je elkaar niet mag aanraken.
En ik voelde me bij de hand genomen.

Maar ik leerde ook iets.
Dat die ander mij op een nieuw spoor zet.
Dat die ander nieuw licht geeft in mijn leven.

En ook: dat ik ook een taak voor de ander heb.
Het gaat er niet allereerst om dat ik van de ander iets krijg.
Maar dat ik me open stel voor de ander.

En dan gebeuren er dingen, onverwachte dingen.
Nieuw licht.
Ander licht.

Niet altijd per sé leuke dingen of lief licht, maar wel dingen die goed zijn, licht dat mij mij verder brengt.
Daarvoor wil ik u bedanken, God.
Dat u iets daarvan hebt laten zien.
Door dat verhaal van Jezus, die zegt: “ik ben licht der wereld”.

Licht – dat is hij voor mij.
Hij wijst mij een weg.
Maar volgens mij gaat het ook over u, God.
Is dat zo’n gekke gedachte?
Dat u zegt: “Ik ben” – en het wordt lichter in mijn leven.

Ik leer van Jezus dat dat licht van u door mensen heen gaat.
Ik kan weer een stap zetten.

Iemand anders keek mij aan.
Was u dat?

Ik mocht een ander even in zijn of haar hart kijken.
Was dat van uw geest?

Dank u wel God.
Ook al is het nog niet helemaal duidelijk hoe het over een week of over een maand moet…

Licht der wereld – nou voor mij is het eerder een klein lichtje, een meter zicht.
Meer niet.
Maar dat wisten we al uit de psalmen: een licht op mijn pad.
Een kaarsvlammetje, meer niet.

Maar toen ik andere mensen dichter bij mij liet komen, met ook hun kleine lichtje, zagen we samen iets beter hoe we verder konden.
En misschien hebben zij wel ervaren dat ik bij hén kwam staan.

Eén stap, twee stappen.
En dan is daar weer wat licht.
Licht genoeg om niet te vallen.

Amen.

Antwoord
Lied 601: 1 solist, 2 gesproken allen, 3 solist (Licht dat ons aanstoot in de morgen)
Voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Mededelingen (ouderling)

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Lied 444: 1 solist, 4 gesproken allen, 5 solist (Nu daagt het in het oosten)

Predikant