2020-12-13 blijven bewegen

Liturgie in tijden van digitale viering voor 13 december 2020 – 3e zondag van Advent. De teksten zijn ook als PDF beschikbaar.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 85a: 1 solist, 2 allen gesproken, 3 en 4 solist (Nu mag uw land onder uw glimlach liggen)
Openingsgebed
Ontsteken van licht (adventskaars)
Bemoediging en groet
Stilte
Ter overweging / (gebeds)tekst rond de nood van de wereld
Lied 293: Gebed wordt uitgesproken in 3 intenties, elke intentie wordt besloten met als acclatie het refrein uit lied 293, steeds eerst gezongen door vg, en vervolgens gesproken door allen.
Lied 463: 1 solist, 2 vg gesproken, 6 solist, 7 allen gesproken, 8 solist (Licht in onze ogen)

Woord
Gebed om Gods licht
Met de kinderen de liturgische kleuren: groen (leven), wit (geluk / feest), rood (geest / spirit), paars (we staan even stil bij de dingen die niet goed gaan), roze (we staan stil bij wat niet goed gaat, maar zien ook dat er wat licht bij komt).
Film Zandtovenaar
Bijbellezing: Jesaja 9: 1-6 (lector)
Lied 454: 1 solist, 2 vg gezongen, 3 solist, 4 en 5 door allen gesproken (De mensen die gaan in het duister)
Verkondiging/overweging – De cursieve teksten zijn passages uit een column van Margot van Schayk in Trouw. Het gedicht waarmee de verkondiging afsluit is van Toon Tellegen.

Gemeente van de Heer,
zusters en broeders,

Het wit dringt door in het ingetogen paars van deze tijd.

Is dat het wit, het licht, de hoop van ‘er komt een oplossing door wat wij doen’?
Is dat het licht, het wit van een vaccin waarvan zoveel wordt verwacht?

Of is het licht van boven?
Goddelijk licht?

Maar wacht even – móet je hier tussen kiezen?
Zijn het twee tegengestelden of liggen ze dichter bij elkaar dan we vaak denken?
Onze verantwoordelijkheid en die van God?
God is toch een God van mensen?

Soms helpen verhalen je dan verder.

Zoals het verhaal van Margot van Schayk.
Ze is 46.
Ze overleefde kanker als kind maar kreeg de ziekte drie keer terug vanaf haar 34ste. Deze keer is het ongeneeslijk.
Ze schreef een boek met de titel “Ik val niet, ik dans”
Ze schrijft columns in één van de kranten.
Op 2 december verscheen haar voorlopig laatste column in Trouw.

De dag waarop alles veranderde en de termen ‘ongeneeslijk ziek’ en ‘palliatieve chemo’ door een spreekkamer mijn kant op schoten, die dag voelde alsof ik met een rotgang de berg afviel.
De berg waar ik onze route op uitstippelde en waar ik dagelijks vol enthousiasme aan vasthield, met ons kind in mijn kielzog.
Toen ik eenmaal onderaan de berg zat, naast het tranenmeer, merkte ik dat ook hier geluk te vinden is.
Meer zelfs dan bovenop de berg wordt gedacht.

Er is meer geluk te vinden onderaan de berg, dan je denkt wanneer je bovenaan staat.
Ja, het kan er aardedonker zijn.
Er kan zich een tranenmeer vormen.
En… er kan geluk worden gevonden.
De bijbel zou dat misschien iets van ‘zaligheid’ of ‘heil’ noemen.
Maar vandaag houden we het op ‘geluk’ – omdat ik wil meelezen met Margot.

Om bij dat geluk te komen is het belangrijk om tegendruk te geven.
Blijven liggen onder de last die op je ligt is geen oplossing.
Anderen kunnen wezenlijk ook niks voor je doen, behalve vragen hoe het gaat.
Even naast je komen zitten.
Een licht voor je opsteken.
De last voor een ander dragen is onmogelijk, hoe graag we dat ook zou willen.
Tegendruk is daarom nodig, van binnenuit.
[…] Die deken moet iets worden opgetild om ruimte te maken voor beweging.

Tegendruk geven, voorzichtig bewegen.
Blijven bewegen.
Jesaja schrijft:

De gemeenschap van wie voortgaan
in het duister…

Het is duister.
Ja stikdonker soms.
Maar ze gáán.
Ze bewegen.

Weet je, ik heb in deze tekst altijd meteen door willen lezen naar de belofte.

Zij zullen een groot licht zien.

Maar ik ontdek nu pas: er staat nóg iets: Ze gaan.

Van Abraham weten we hoe belangrijk het gaan is.
Van het volk Israël weten we dat gaan de stammen tot een volk heeft gemaakt.
Van Jezus weten dat hij moest gaan, de woestijn in, en later naar Jeruzalem.
Hagar, Rachab, Ruth, Maria – ze gáán.

Jesaja zegt:

wie in duisternis wandelt gáát.

Licht wordt geschonken in het duister.
Maar je moet het ook gaan zien, willen zien, kunnen zien.
En soms zie je het pas omdat je je beweegt.
Blijven bewegen, gaan – het is een bijbels thema.

Die deken moet iets worden opgetild om ruimte te maken voor beweging.
Als kind kostte mij dat geen moeite toen ik ernstig ziek was.
Het was uitgesloten dat ik onder die deken zou blijven liggen.
Ik was zonder angst en vol vertrouwen in herstel.
Als volwassene is het moeilijker, weet ik nu.
Meer kennis van de risico’s, prognoses, analyses, het ge-Google, het zelfmedelijden (wat soms geheel op zijn plaats is).
Maar het doet weinig voor je.
Het is veel harder werken om tegendruk te geven als je geen kind meer bent.

Het kind verlangt om volwassen te zijn.
De volwassene kan soms terugverlangen naar de kindertijd.

Er zijn er ook die op volwassen leeftijd moeten zorgen voor het kind in hen.
Omdat het, lang, lang geleden al onder een deken van angst leefde.

Maar ook dan, ook dan kan stil bewegen je helpen.
Als je toch gáát – en je een sprankje nieuw licht ontdekt.

Als jij nu onder een deken ligt en het is voornamelijk donker om je heen: blijf zachtjes bewegen, ook al weet je niet precies welke kant op.
Een stukje vooruit, een stukje opzij.
Met iedere diepe ademhaling wordt jouw ruimte weer iets groter.
En op een dag sta je voor een spiegel of zie je heel even de reflectie van jezelf in een raam en dan ligt deze fase achter je.
Op dat moment wéét je dat.
Zo heb ik het zelf vaak meegemaakt.
De eenzaamheid van een crisis is ook steeds een situatie waarin ik groeide.
In wijsheid en in kracht.
In de overtuiging dat ik nergens echt bang voor hoef te zijn, dat het goed komt.
Zoals het ís.
Ook als het niet ‘perfect’ is. Mijn zoon van zeven jaar laat me deze week weer zien hoe vanzelfsprekend het voor kinderen is om zich niet te laten verpletteren.

Licht dat door het donker breekt kun je niet plannen.
Het licht waarover de bijbel spreekt is niet perfect, af, compleet.
Nee, het is eerder klein, flakkerend, een beetje licht – als een kaarsvlam in de tocht.

Zo gaat het ook met geloof, en hoop – en liefde.

In het dagelijks leven zijn we zelden de helden waarin de de media ons willen doen geloven.
In de meeste films leven de helden een leven dat een schijnwereld vormt.

Geef mij maar alledaagse mensen.
Ik kom ze regelmatig tegen.

Die vrouw die op haar eigen moment besluit dat ze bepaalde dingen niet meer kan.
En daardoor ruimte vindt voor de volgende stap.

Die man die een hele poos zich sterk en krachtig hield.
En daar, verborgen voor de anderen, op zijn eigen manier aan het rouwen was.

De mensen die zich niet laten bevangen door alleen maar corona – maar blijven bewegen.
En juist daardoor nog eens te meer zien hoe broos én kostbaar het leven is.

Licht, het wit dat door het paars schemert, is niet de organiseren.
Is niet perfect.
Is niet gepland.

Het valt je toe.
En zolang je beweegt, je openstelt voor wat er om je heen gebeurt, kun je er een glimp van opvangen en er als een kind op vertrouwen.

Mijn zoon van zeven jaar laat me deze week weer zien hoe vanzelfsprekend het voor kinderen is om zich niet te laten verpletteren.
We maakten een afspraak bij een kinderpsycholoog tegen wie hij eens vrijuit zou kunnen zeggen hoe het is om zo’n zieke moeder te hebben, en al dat gedoe eromheen.
Het leek hem onnodig maar als wij het graag wilden, nou vooruit.
Op school kondigde hij zelf bij de juf aan dat hij morgen iets eerder zou worden opgehaald omdat hij ‘naar een waarzegster’ zou gaan.
Na de afspraak keek hij me aan en zei:
‘ik heb gezegd dat ik me geen zorgen maak om jou.’
Geloven dat je alles aan kunt, wat er ook voor je ligt.
Zijn onbevangen optimisme inspireert me om tegendruk te blijven geven.
Dat is het geluk onderaan die berg.
En dat is wat we voor elkaar kunnen doen in deze tijd.

[…]

Want een kind is ons geboren…

zo zingt Jesaja het – een engelenstem.
Voor de trouwe kerstnacht-gangers zijn het bekende klanken.

Maar let op: nu niet al te snel naar kerst toe.
Niet al te snel nu zeggen: dat kind dat Jesaja noemt – dat zal Jezus wel moeten zijn.

Nog geen naam invullen.
Dat doet Jesaja ook niet.

Nog niet een hoofdletter eraan verbinden.
Daar geeft Jesaja geen aanleiding toe.

Nee: een kind is ons geboren.
Je blijft gaan, in het donker.

Engelen vindt je op de meest onverwachte plaatsen.
In een kind iets van God ontdekken.
In je medemens die jouw ziet, iets van Gods licht zien.

Je valt niet, je danst.
Een toekomst wordt geschonken.

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.

Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-

en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denk ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

(Een meisje – Toon Tellegen)

Antwoord
Muziek
Voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Mededelingen (ouderling) en bedankmoment voor de belichtingsploeg (ouderling-kerkrentmeester)
Kindernevendienstproject (plaatsen symbool op de krans)

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Lied 444: 2 allen gesproken, 5 solist (Nu daagt het in het oosten)

Predikant