2020-12-27 getuige

Liturgie in tijden van digitale viering voor 27 december 2020 – 1e zondag na kerst
De tekst is ook te downloaden als PDF.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 491 solist (Kind ons geboren)
Openingsgebed
Ontsteken van licht (lichtje op de kaarsenboom)
Bemoediging en groet
Lezing: Matteüs 2: 13-18
Stilte
Gebedstekst rond de nood van de wereld
Lied 713: 1, 3 solist, 4, 5 gesproken door voorganger (Wij moeten Gode zingen)

Woord
Gebed om Gods licht
Bijbellezing: Psalm 150 (ouderling)
Lied 305: 3 solist (Alle eer en alle glorie)
Bijbellezing: Lucas 2: 25-40 (diaken)
Instrumentaal: melodie lied 837
Verkondiging/overweging

Gemeente van de Heer
zusters en broeders

Het jaarthema van onze protestantse kerk is voor dit seizoen: het goede leven.
Dat is juist in de huidige situatie een uitdagend thema.

Wat is het goede leven?

Ik begin bewust niet aan de kant van Psalm 150 of de glinsterende ogen van Hannah en Simeon.
Nee, ik begin bij het verhaal van de kindermoord in Bethlehem.

Het goede leven mag in ieder geval nooit voorbij lopen aan de nood in de wereld.
Dat is de kracht van onze liturgie.
Zelfs als het bijna tot gewoonte wordt.
Elke zondag weer moeten we als gemeente taal zoeken om recht te doen aan de nood.
Enerzijds de hoop niet uit het oog verliezen, anderzijds de nood niet voorbijvluchten.

Dat vraagt wat van een mens.
Het leed aanzien op deze wereld.
Er niet van wegkijken, maar getuige zijn.
Het verhaal van de nood in de wereld blijven lezen.

Hadden we vandaag, de zondag na kerst, ervoor kunnen kiezen om Matteüs 2 níet te lezen?
Het stilzwijgend voorbij lopen?

In het licht van kerst kunnen we die keuze niet uitleggen.
In deze viering, direct na kerst, móet het elk jaar over de kindermoord gaan.
Want het verhaal van kerst zegt: God wil in het donker, in de nood, in de armoede erbij zijn.
En ook het verhaal over de kindermoord zegt: God loopt daar niet van weg.
Dus wij ook niet.

In de stilte na dit verhaal horen we al die andere tranen.
Die schreeuw uit de diepte die ook vandaag over de wereld gaat.
Als een kind sterft omdat op een andere plaats voedsel wordt vastgehouden.
Of omdat de macht zich bedreigd voelt.
In de stilte na dit verhaal – elk jaar weer – horen we wat God hoort.
Zien we wat God ziet.
Zijn we getuige van waar God getuige van is.

Dat hoort bij het goede leven.
Misschien moet ik het wel zó sterk zeggen: het goede leven begint ermee de nood onder ogen te komen.
Want stel dat je het goede leven laat beginnen voorbij de nood, is het dan veel meer dan eigenbelang?

Misschien is het horen naar dit en de andere verhalen wel de basis voor goed leven.
Als je getuige probeert te zijn doe je de ander recht.
En dan niet alleen in vreugde en voorspoed, maar ook in de nood.

Laat je door de ander stilzetten, aanspreken, veranderen.
Daar begint goed leven.

Van Simeon en Hannah leren we dat dit toch gepaard kan gaan met hoop, geloof, verwachting.
Getuigen begint bij goed kijken en goed luisteren.
Getuigen begint bij zien en horen.
En omdat die twee lieve mensen dat hun leven lang hebben geoefend zien ze wat anderen niet zien.

Ze zullen de nood hebben gezien – jazeker.
Maar ook de tekenen van hoop, telkens weer, bij een nieuw begin in mensenlevens.
In een kind als alle andere kinderen herkennen ze zo Gods nieuw begin.

Aan dat kind zelf kun je niet zoveel aflezen.
Je ziet het er niet aan af wat Simeon er allemaal over zegt.
Maar hij heeft van God geleerd om in het klein te zien.
En dan onthult zich iets.
Dan ga je anders kijken.
Een kind dat heil voor Israël brengt.
En daarin ook licht voor de volken – zeg maar voor ons, heidenen.
Ook daarvan is God getuige.
In dat kleine kind, die kleine verandering.
Niet aan de nood voorbij, maar temidden van de nood.
Een kind.
En in dat kind – een afspiegeling van God.

[..]
En wat is dan onze taak anders dan om zelf te getuigen?
Kijk naar dat kind.
Kijk, en zie dat spoor licht.
Dat kleine, dat God ziet, dat iets over God zegt.
Zien vraagt aandacht.
Zien wat God ziet.
Getuigen van datgene waarvan God getuige is.

Daar hoort ook dat zwaard bij dat volgens Simeon door Maria’s hart zal gaan.
Mogelijk doelt hij erop dat zij getuige zal zijn van de kruisiging.
Maar ik denk eerder dat dat zwaard al door haar ziel gaat als ze haar zoon eigen wegen ziet gaan.
Als hij achterblijft in Jeruzalem om in de tempel te spreken over schrift en geloof.
Als ze moet erkennen: mijn zoon is een vreemde aan het worden.
Als ze het om zich heen ziet gebeuren, dat de één hem heilig verklaart, en de ander hem wel kan vermoorden.
Een struikelsteen én een rots om op te bouwen.
Haar kind – maar het zal haar kind niet meer zijn.

Goed leven is de nood zien, de tekens van hoop onderscheiden én andere, vreemde, wegen gaan.

En dan komt Hannah, en ook zij ziet, herkent.
Dagelijks bidden opent je ogen, opent je hart.
Dan zie je dat God niet ver weg is van verdriet en vreugde, van wanhoop en verwachting.

Dat kan je boven jezelf uittillen, losmaken van de zorg om je eigen belang.
Dan kom je tot de lofzang, zing je met Israël de psalmen – ook die 150e waarop onze viering uitloopt.

Loof God, loof hem overal.

Omdat we in vreugde en ellende niet aan ons lot worden overgelaten.

Goed leven – dat is niet voorbij het hier en nu kijken.
Niet elkaar voorbijlopen, in de steek laten.

Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Gij moet mijn getuigen zijn”.
En vaak hebben we dat opgevat als de deur uit, de straat op en vertellen over God.

Maar er is ook een andere manier van getuige zijn.
Zo’n getuige ben je als je naar iemands verhaal luistert.
Intens luistert, de ander aanmoedigt om te vertellen.
En als je daarbij je probeert in te denken wat de ander allemaal vertelt.
Hoe zou het zijn?
Getuige ben je als je naar iemand luistert en samen met de ander ontdekt waar het in het verhaal om draait.
Wat het belangrijkste punt is.

Wat vreugde brengt.
Of intens verdriet.
Én…: zo samen je openstellen voor wat Gods adem ons wil zeggen.

Daarover spreken met elkaar.
Daar samen stil naar luisteren, lang luisteren.
Daarover zingen.

Zo zoeken we hem, wijd en zijd.

Amen.

Antwoord
Lied 837 1 solist, 2 gesproken voorganger, 3, 4 solist (Iedereen zoekt U, jong of oud)
Voorbeden met gesproken acclamatie (Heer onze Heer, bij bidden u verhoor ons), stil gebed, Onze Vader
Mededelingen en aandacht voor de inzameling van de gaven (ouderling)

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Lied 150: 1, 2 solist (Loof God, loof Hem overal)

Predikant