2021-02-21 Zieken bezoeken

Protestantse Hoeksteengemeente Benthuizen
Veertigdagentijd 2021: De zeven werken van barmhartigheid

Zondag 21 februari 2021 – 1e van de veertigdagentijd: De zieken bezoeken

Teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Lied: Een mens te zijn op aarde (Oosterhuis) – kooruitvoering, tekst: lied 807

Welkom

Komen
Woorden van bemoediging
Instrumentale muziek: Lied 286 (Waar de mensen dwalen in het donker)
Ontsteken van licht (op de kaarsenboom)

Gezegend de Ene,
die ons opdraagt
het licht te ontsteken.

Op de drempel
Hier zoeken wij
nieuw vuur
in oude woorden

voor onszelf
en voor hen
die alle zoeken verleerd zijn,
voor wie alle vuur gedoofd is,
en voor wie
geen woorden meer hebben.

Hier zoeken wij
de nabijheid van God
die ons met elkaar verbindt
ook nu we niet hier samen kunnen zijn.

Omwille van degene
die lijdt onder geweld en onderdrukking

Omwille van degene
die met een kwetsbare gezondheid van doen heeft

Omwille van degene
die er alleen voor is komen te staan.

Hier zijn wij, God.
Het voorbeeld van Jezus heeft ons geraakt.
Zoals hij leefde met alle mensen, zich liet stilzetten bij onze kwetsbaarheid, opricht wie gebogen ging –
doe ook ons zo leven met elkaar, stilstaan bij de ander, en raak ons in onze medemens.
Hier zijn wij, verstillend in deze veertig dagen.
Maar open ons hart, dat wij oprecht horen.
Doe ons door de heilige Geestesadem als nieuwe mensen op weg gaan,
kome wat komt.
ALLEN AMEN

Acclamatie: Gij die het sprakeloze bidden hoort (Oosterhuis) – kooruitvoering, tekst: lied 197

Woord
Bijbellezing: Matteüs 8: 14-15
Instrumentale muziek: Ich ruf zu dir Herr Jesu Christ (J.S. Bach)

Overweging

De zeven werken van barmhartigheid zijn in onze kerkgeschiedenis gekomen door een verhaal aan het eind van Matteüs.
De zoon des mensen laat aan de volken zien wat zij hebben gedaan met het koninkrijk der hemelen.
En hij zoekt het niet in de hoogte of in het grote, maar in het kleine:
ik had honger en jullie gaven mij te eten
ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.
Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
ik was naakt, en jullie kleedden mij.
Ik was ziek en jullie bezochten mij,
ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.
En hij voegt daaraan toe:
alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.

Jezus noemt in dit verhaal 6 goede werken.
Het zevende werk, de doden begraven, voegde de kerktraditie ongeveer 1000 jaar later aan deze zes uit het evangelie toe.
Ze maken concreet wat het betekent: God lief hebben boven alles en je naaste als jezelf.

Op deze eerste zondag in de 40dagentijd van 2021 staan we stil bij het bezoeken van zieken.

Dat bezoeken van zieken is iets moois.
En het wordt veel gedaan.

Toch kan het ook iets ongemakkelijks hebben.
Zit de ander er wel op te wachten?
Zit je er zelf wel op te wachten?
Wat heb ik te zeggen?
Moet je het wel of niet over moeilijke dingen hebben, over verdriet, over eenzaamheid en pijn?
Dat ongemak is misschien wel van alle tijden.
Maar zeker in onze tijd, waarin we proberen ziek-zijn zo snel mogelijk op te lossen.
Artsen vrezen regelmatig de vraag: “maar u kunt er toch wel wat aan doen?”

In de tijd van Jezus was volgens mij ziek-zijn niet iets wat meer of beter geaccepteerd was of zo.
Sterker nog: menigeen werd om haar of zijn ziekte gemeden omdat het soms werd gezien als een straf van God.

Maar het was wel meer iets van alledag.
Je leefde doorgaans veel korter dan wij.
Ziekte en dood moeten dicht op de huid van mensen hebben gezeten.

Al is dat nog niet zo lang gelezen.
Ik heb zelf nog mensen gesproken die zeiden: toen ik kind was, ging je niet naar de dokter.
Er was geen geld voor.
Je deed het ook eigenlijk bijna niet – pas als het heel, heel ernstig werd, dan pas…
En ziek zijn, sterven – het hoorde er meer bij, toen.

Maar toch is het er ook altijd geweest: zieken bezoeken.
Een werk van barmhartigheid, door Jezus in de gelijkenis zelf genoemd.
En door de kerk, met al die andere werken van barmhartigheid, erkend.

Wat is dat bezoeken nu eigenlijk?
Allereerst gewoon, wat je als buren of vrienden of familieleden ook doet.
Dat is goed, waardevol.

Maar dat gewone kan ook in de verdrukking komen.
Mensen vertellen wel eens, dat ze teleurgesteld zijn.
Degene die het hoogste woord voert, komt nu niet langs, zei iemand een keer.

En anderen vertellen wel eens dat het bezoek ook je machteloosheid als zieke kan benadrukken.

Omdat mensen binnenkomen en de beste adviezen geven.
Of vertellen over wat zij zelf allemaal hebben meegemaakt.
Of troosten met woorden die net op het verkeerde moment worden gebruikt.

Ik heb zelf in het pastoraat echt moeten leren soms mijn mond dicht te houden.
Er alleen maar te zijn, in stilte.
En dat vind ik tot op de dag van vandaag soms nog eens lastig.

Zieken bezoeken.
Wat is het nog meer, dan?
Waarom noemt Jezus het eigenlijk als het al zo vaak gebeurt?

De woorden die Jezus gebruikt worden eigenlijk nog het beste uitgelegd door het verhaal over de schoonmoeder van Petrus.

Het is het enige verhaal in de evangeliën, waarin Jezus zelf initiatief neemt.
Hij gaat naar haar toe.
Hij stapt eigener beweging bij haar binnen.
Bezoeken is bij zóeken.
Actief zoeken.
Hij komt niet binnen omdat het nu eenmaal hoort, maar kijkt zoekend rond.

Maar er gebeurt meer.
Zo zoekend ziet Jezus…

Een zieke echt aankijken.
Dáár begint ziekenbezoek.
Niet over haar heen kijken, niet langs haar heen kijken, maar haar aankijken.

Ze ligt met koorts, schrijft Matteüs.
Neergeworpen, staat er in de Naardense vertaling.

Als je dat gaat zien, dan wordt het het bezoek iets waarin je zelf betrokken raakt.
Als Jezus haar aanraakt, haar hand beetpakt, laat de koorts haar los.
Ze was als het ware gevangen.

De schrijver Henning Mankel zegt over zijn periode direct na de diagnose ‘kanker’: ik voelde me als het ware in een soort drijfzand zitten.
Het neemt je gevangen.

Als een ander je dan raakt – dan heeft dat iets bevrijdends.
Jezus zoekt de ander, ziet de ander en raakt de ander.
Hij zoekt wie wordt ontweken en is haar nabij.

Hij geeft de mens terug aan zichzelf
en maakt van iemand aan de rand weer een mens
te midden van mensen.

En kijk, zegt het verhaal: zij kan weer meedoen.

Er staat in onze vertaling dat zij begon te zorgen voor hem.
Daar staat oorspronkelijk het woord waarvan onze diakenen hun functie kregen.
Zij wordt wakker / en is hem gaan bedienen.

Ziekenbezoek, zoals de zoon des mensen het noemt, is actief zoeken.
Dit werk van barmhartigheid is erop uit dat de ander mee kan doen in het koninkrijk.

Een gesprek hebben waardoor de ander weer kan bidden, zingen, vragen.
Misschien wel een gesprek waardoor de ander ertoe komt om God aan te klagen, zoals Job.
Maar wie God aanklaagt, leeft weer, voelt weer de ruimte om dat te doen.
Een gesprek in stilte misschien.

Dat wordt, denk ik, bedoeld met dit werk van barmhartigheid.
Ziekenbezoek – opdat ieder mens kan staan voor God, temidden van de anderen.

Jezus ging er ons in voor.
En we overdenken zijn weg 40 dagen lang.

Amen.

Antwoord
Lied 647 (voor mensen die naamloos / Jongerius)
Voorbeden, Stil gebed en Gezamenlijk gesproken Onze Vader
Lied 538 (Een mens te zijn op aarde / Barnard)

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Afrondend: Lied 426 (God to enfold you / Bell – Govaart)

Predikant