2021-03-21 voeden

Protestantse Hoeksteengemeente Benthuizen
Veertigdagentijd 2021: De zeven werken van barmhartigheid
Zondag 21 maart 2021 – 5e zondag van de veertigdagentijd: Hongerigen voeden
De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Luisterlied: Wat in stilte bloeit – Kooruitvoering,
Welkom

Komen
Woorden van bemoediging

De Heer is mijn Zorger
aan aandacht van hem
ontbreekt het mij nooit
hij brengt mij tot rust
als aan vredige oevers
van geurig groen gras

Geestkracht geeft hij mij
op alle wegen van leven
en in donkere tijden
is zijn licht dichterbij
geven zijn woorden moed
tegen al mijn zorgen in

als een gastvrij gedekte tafel
waar ik voor ieders ogen
van harte welkom ben
als zalf op een wond die schrijnt
als olie op een huid die brandt –
zo is zijn zorg er voor mij

als een glas vol verrukkelijk vocht
als twee warmende armen om me heen
als twee handen van harte gehund geluk –
zo is de Heer Zorger voor mij
bij hem kan ik volkomen mezelf zijn
bij hem mag ik onbeperkt thuis zijn

Uit: Rein Algera, Al het goede

Luisterlied: Tienduizend redenen (Opwekking 733)
Ontsteken van licht
Op de drempel

God, wij ontvangen elkaar vandaag
met een extra gevoel van dankbaarheid.
Om het weer samen-zijn.
Om het lied dat we weer samen zullen zingen.
Om de groet in de ogen boven ons mondkapje.

God, wij ontvangen in gebed en lied
met dankbaarheid uw zorgende liefde.
Wij geloven dat die er altijd is,
maar ons samenzijn doet hem eens te meer ervaren.
Zegen ons hier en thuis, verbonden door uw Geest.

Om uw zorgende liefde roepen wij
om de nood in de wereld.

Om de hongerigen en de naakten,
de gevangenen en de dorstigen.

Om de zorgende helpers in nood.
Om volharding en dankbaarheid
als we de ander in de ogen en in het hart mogen zien.

Om de gemeente
en degenen die haar gaande houden
Om de bidders die elkaar dragen.
Om de stillen in den lande.

Hier zijn wij, God.
Uw gemeente.
Klein maar verbonden.
Stukwerk in uw wereldwijde kerk.
Houdt ons bij de weg die Jezus is gegaan.
Dat we ons laten voeden en inspireren.
… als hij brood breekt.
… als hij dankt.
… als hij breekt.

Amen.

Samenzang: Lied 561: 1, 4, 5 (O Liefde die verborgen zijt)
Bevestiging ambtsdragers
Samenzang: lied 970: 1, 2, 3, 4, 5 (Vlammen zijn er vele)

Woord
Bijbellezing: Johannes 6: 5-13
Gesproken – Lied 556: 1, 4

Overweging

Vijf broden, twee vissen.
Duizenden mensen.
Je zou zeggen: pure armoede.
Maar Jezus dankt eerst en breekt en deelt.
Dat is de grootsheid van Jezus.

Soms kunnen mensen dat ook.
Soms gebeurt het ondanks hen zelf.

Vasili Grossman was Russisch journalist en romanschrijver.
Hij beschrijft in het boek “Leven en lot” de slag om Stalingrad.
Als duitse troepen zich overgeven worden zij als krijgsgevangene aan het werk gezet.
Enkelen van hen moet omgekomen Russische inwoners uit een kelder naar boven brengen.
De bevolking kijkt toe.
Je voelt in de tekst verdriet, verslagenheid, leegte, woede en ook niet weten wat je ermee aan moet.
Als een omgekomen kind naar boven wordt gedragen, verwacht je dat de bevolking zich op de krijgsgevangen stort.
Maar een oude vrouw grijpt in haar tas.
Ze pakt een stuk brood en geeft het aan de krijgsgevangene die het kind draagt.
En ze bijt hem toe: Hier, eet!
Later kon ze niet verklaren wat er was gebeurd, waarom ze dat gedaan had.

[…]
Vijf broden, twee vissen.
Duizenden mensen.
Jezus ontvangt in dankbaarheid – en deelt.

Op het oog een dwaas gebaar.
Maar zo wordt hij mens, zichzelf.
Omdat hij zich richt op de andere mensen.

Het eerste van de zeven werken van barmhartigheid is het voeden van de hongerigen.

Jacobus schreef een brief over praktisch christendom.
Geloof concreet maken is niet vanzelfsprekend.
Jacobus is best scherp, het zou zomaar kunnen dat hij ook een zekere weigerachtigheid is tegengekomen.
Als je weigert je geloof concreet te maken, kan je dat niet aan God wijten.

Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’
Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht.
14 Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept.

En over het voeden van de hongerigen schrijft hij:

14 Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden?
15 Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt,
16 en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’
zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin?
17 Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood.

De verbinding tussen geloof en praktijk is niet vanzelfsprekend.
Alle eeuwen door hebben we daar in de christelijke gemeenten aan moeten werken.

Wat daarbij helpt is wat Jezus doet: in dank ontvangen.
Het in dank ontvangen van wat je te eten hebt gaat bij Jezus vooraf aan het voeden van de hongerigen.

Wij leven – gelukkig! – in een land waar dagelijks voedsel ruim voorhanden is.
Maar we zien ook dat overvloed soms de angst versterkt dat we tekort komen.
In rijkdom en voorspoed kan het slechtste in ons naar boven komen.
Dat gebeurt denk ik als we de dankbaarheid verspelen.
Dat gebeurt zeker als we gaan weigeren te breken en te delen.

[…]
In gedachte zie ik Jezus voor me, als een tegenstem.
Vijf broden en twee vissen tussen duizenden mensen.
Hij dankt en deelt.
Hij laat zien: dit brood, deze vis is niet mijn bezit, niet mijn recht, niet mijn eigendom.
Nee, ik ontvang dit in dankbaarheid.
Van deze kleine jongen – van wie we verder niets weten.

[…]
Leven in dankbaarheid is voor sommigen een hoge lat.
Want soms is het leven je buitengewoon slecht bekomen.
Soms stapelt pech, tegenslag en verdriet, onrecht en oneerlijkheid zich op in jouw leven.

Dan nog, dan nog lees ik in ieder geval in het verhaal: Jezus brak en deelde.
Zoals die vrouw in Stalingrad.
Die deelde niet in dankbaarheid.
Ze deelde in pijn en wanhoop, maar hoe dan ook: ze deelde.

[…]
Als we ons afvragen: waarom zijn we er als gemeente?
Zou het zijn om te breken en te delen?
Om die voorbeelden van verbondenheid en zorg die jullie in de afgelopen maanden hebben laten zien, te doen vermenigvuldigen?
Ik denk het wel.

Wat we hebben is niet ons bezit, niet ons recht, niet ons eigendom.
We hebben het ontvangen – opdat we breken en delen.

Het werk van barmhartigheid gaat open concreet begint met breken en delen.
En de Geest schenkt de dankbaarheid.

Die jongen met zijn broodjes en twee vissen wordt een geschenk.
Die mens die jou in de ogen kijkt wordt een gave van de Geest.

Ik ben dankbaar voor wat er in deze gemeente gebeurt.
Dankbaar om het breken en het delen.
Geloof wordt concreet – God is met je.

[…]
Breken en delen zijn geen vanzelfsprekendheid.
Geloven én het voeden van de hongeren vragen beide soms om een strijd.
De strijd om naast een gezond eigen belang ons ook te richten op de ander.
Maar je weet: als ik die ander laat stikken in de honger, dan stikken we allebei in de eenzaamheid.

Geloven én het voeden van de hongerigen vragen soms om een strijd.
Maar in mij leeft het vertrouwen dat als je als gemeente samen dankt en deelt de Geest van God in ruime mate waait.
En dat we zo oog krijgen voor daden van kleine goedheid en daarvoor God danken.
Moge de Geest des Heren ons daarvoor telkens en telkens weer openstellen.

Amen.

Antwoord
Samenzang: Lied 365: 1, 4, 5, 6 (Wij dragen onze gaven)
Voorbeden, Stil gebed en Gezamenlijk gesproken Onze Vader

Gaan
Zegen en gesproken ‘amen’
Luisterlied: lied 833 (Take o take me as i am)

Predikant