2021-03-28 liefde

Vieringen in het licht van bemoediging 28 maart 2021 – Palmpasen
Onderstaande teksten, inclusief de mededeling over het aanvaarden van het beroep naar Nieuwendijk, had ik voor mij liggen. Deze zijn er ook als PDF.

Welkom (ouderling)

Komen
Lied 118: 1 (Laat ieder ‘s Heren goedheid prijzen)
Woorden van bemoediging
(Elke dag is een uitnodiging – Marinus van den Berg)
Instrumentale muziek
Ontsteken van licht (lichtje op de kaarsenboom)

Op de drempel
Genade en vrede voor u en jullie allemaal, van God onze Vader en van Jezus Christus onze heer – AMEN
Onze hulp is in de naam van de Heer
DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT

Wij roepen om kracht en volharding, God.
Voor de mensen die zoveel te dragen hebben.
Voor wie oog in oog staat met vijandschap en geweld.
Voor wie het leven onveilig is geworden.

Wij roepen om elkaar, God.
We worden zomaar tegen elkaar uitgespeeld.
Ieder voor zich maakt het leven koud en kil.
Maar ook het hoge ideaal kan ons tegenover de ander stellen.

Om de geweldenaar
die kwetsbaarheid ontwijkt.

Om wie de ander verraadt
uit wanhoop, angst of om winstbejag.

Om wie vals beschuldigd,
schuldeloos veroordeeld wordt.

Hier zijn wij, God.
Uw mensen, 40 dagen onderweg.
De weg die Jezus ons voorging brengt ons ook bij de drinkbeker.
Brengt ons bij de veroordeling.
Brengt ons bij de dood.
Hier zijn wij, zegen ons op onze weg.
Kome wat komt.

Allen: AMEN!

Opmaat naar lied en kindermoment
Over de palmpasenstokken die de kinderen deze zondag maken

Lied 570: 1, 2, 3, 4 (Toen Jezus had gebeden)
Met de kinderen – film en lied
bijbellezingen

Psalm 118 vervolg – gezongen en gelezen:
– Zingen Lied 118: 7 (Ontsluit, ontsluit nu voor mijn schreden)
– lezen Psalm 118: 22-23
– zingen Lied 118: 10

Evangelielezing: Johannes 18: 1-14

Lied 561: 4, 5 (O liefde uit de eeuwigheid)

Overweging

Jezus maakt een moeilijke en beangstigende tijd door.
Maar als Petrus voor hem opkomt spreekt Jezus over het drinken van een beker.
Wat zou hij daarmee kunnen bedoelen?

Jezus staat onder grote druk.
Mensen om hem heen begrijpen hem steeds minder.
Degenen die het niet met hem eens zijn vallen hem steeds feller aan.
Eén van zijn vrienden, Judas, is weggegaan om hem te verraden.
En zijn andere vrienden raken meer en meer in de war.

Daar staat hij, in een donkere tuin.
Er komt een legertje soldaten op hem af om hem gevangen te nemen.
Een situatie waarin denk ik veel mensen op de vlucht zouden slaan of zouden gaan vechten.

Maar dan gebeurt er iets raars.
Als de soldaten zeggen wie ze zoeken antwoordt Jezus: “Ik ben het”
Maar hij zegt ook letterlijk “Ik ben” – zo heeft God zich ooit genoemd toen Mozes hem vroeg hoe hij heet.

Na die woorden deinzen de soldaten achteruit én vallen op de grond.
Het lijkt erop dat ze niet anders kunnen.

Jezus verkeert middenin een crisis, een situatie die angst oproept.
Maar hij straalt iets uit wat die angst overstijgt.
Hij heeft iets van een koning.
Zo komt hij ook op voor zijn leerlingen: “als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan”.

Wat is de kracht die Jezus hier zo laat optreden?
Hoe kan hij op een zó koninklijke manier handelen in deze angstige situatie?

Johannes vertelt in zijn evangelie regelmatig over de relatie tussen Jezus en zijn hemelse Vader.
Veel zinnen van Jezus gaan daar over.
Het voorgaande hoofdstuk staat eigenlijk helemaal in het teken van deze liefdesrelatie.
Een intiem gesprek, een gebed.
Hij spreekt steeds vol vertrouwen over zijn hemelse Vader.
Hij rekent geheel op hem.

Zou hij dat bedoelen als hij zegt: “Ik ben”?
Dat hij daar niet alleen staat, maar samen met zijn hemelse Vader?
Is dat wat ervoor zorgt dat de soldaten met de verrader samen terugdeinzen?

Misschien dat dat dan ook kan helpen om te begrijpen wat Jezus zegt over een beker leegdrinken.

Petrus wil wel voor hem vechten.
Trekt zijn zwaard, en verwondt een soldaat.
Maar dan zegt Jezus: “ik moet de beker drinken.”

Wat dat dan kan betekenen?
Die beker wordt nogal eens uitgelegd als een beker vol lijden.
Dat lijden moet Jezus dan helemaal doormaken.

Maar ik begin steeds meer te twijfelen of het evangelie dat ook hier zo bedoelt.

Jezus zegt dat het om de beker van zijn hemelse vader gaat.
En over die hemelse vader heeft hij steeds gesproken als inspiratiebron, als bron van liefde.
Je zou kunnen zeggen dat hij telkens laat blijken dat hij uit die liefdesbron drinkt.
Het gaat in Johannes vaak over water dat je dorst kan lessen voor altijd.
Zou het zo zijn dat Jezus zich vol drinkt van de liefde van zijn hemelse Vader?
En als dat zo is, zou die hemelse Vader hem dan aan het eind een beker vol lijden te drinken geven?

Ik denk: Jezus kan boven de angst uitgroeien omdat hij ook nú de liefde ontvangt, indrinkt.

Jezus gaat waar geen ander mens zou gaan, omdat hij wordt gedreven door liefde.
De beker die Jezus drinkt – zou dat niet een beker vol liefde zijn?

Dat betekent niet dat het tot het eind leegdrinken daarvan altijd fijn of gezellig is.
Maar wel dat Jezus vriend en vijand in liefde nabij blijft tot in het eind toe.
Ook als hem dat in een levensgevaarlijke situatie brengt.

Jezus gaat waar geen ander mens kan gaan.
Omdat zijn hemelse Vader hem nabij blijft.
En omdat hij zelf de Vader niet uit het oog verliest.

En hij doet dat ook opdat wij elkaar nabij blijven, terwijl we onze hemelse Vader niet uit het oog verliezen.

De beker van zijn hemelse Vader is de beker van de liefde-en-trouw-tot-het-einde.

Zo kan hij, aangeklaagd en bedreigd, koninklijk stáán.
Zo kan hij zeggen: Ik ben ­- woorden die naar de Ene verwijzen.
Hij staat daar vol van de liefde van God.
Liefde die een keuze is, meer dan een heftig gevoel.
Liefde die ervoor kiest de ander te zien in het licht van God.

[…]
Wat kan dat betekenen voor ons, nu, vandaag?

Voor veel mensen is deze tijd zwaar, een crisis.
We leven in onzekerheid.
En als je om je heen kijkt zie je veel dingen die het leven onder druk zetten.

Waarop richten wij nu ons oog?
Psalm 121 zingt: Ik hef mijn ogen op naar de bergen – van waar zal mijn hulp komen?

We kunnen kijken naar de crisis of de ernstige zorgen.
We kunnen ons oog richten op vaccinatieprogramma’s, klimaatplannen en Europese saamhorigheid of Hollands gepolder.
Allemaal op zich belangrijke dingen.
Maar moet daar dan ook onze hulp vandaan komen?
Richt het oog van de gelovige zich daar op?

Van Jezus leren wij dat dat hij zij weg in vertrouwen op God gaat.
Dat hij zorgt dat hij hemelse liefde blijft indrinken, ook in de diepte van nood en crisis.

Het is de beker van de Vader.
Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?
Okke Jager schrijft: over de rand van de beker ziet Jezus niet de soldaten, maar de Vader recht in de ogen.

Het ís crisis, daar in de tuin.
Maar in de woorden van Jezus tintelt een ontroerend vertrouwen.
Jezus richt zich door alles heen op zijn hemelse Vader.
Zo blijft hij zijn mensen trouw.
En dat vraagt hij ook aan Petrus – en daarmee aan ons allen.

Jezus is en blijft zijn leven lang de mensen, juist de dwalende en de schuldige mensen, nabij tot het einde.
Dat is onze troost en hulp.

Hij zegt het Petrus: ook nu ben ik jou, Petrus, nabij – ook als je naar het zwaard grijpt.
Hij zegt het de leerlingen: ook nu ben ik jullie, mijn vrienden, nabij.
Hij zegt het de soldaten: ook nu ben ik jullie, met al jullie geweld, nabij.
Hij zegt het Judas, die er maar niet een beetje bij staat, maar met de soldaten terugwijkt en neervalt.

Hij zegt het ons: ook nu ben ik bij jullie, in deze crisis, door mijn Geest – wees elkaar dan ook trouw.
Hij geeft zijn roeping te blijven in de liefde niet op en leeft ons die voor.
Omdat zijn hemelse Vader hem nabij blijft, en hij de Vader niet uit het oog verliest.
Opdat ook wij elkaar nabij blijven, terwijl we onze hemelse Vader niet uit het oog verliezen.

Met Jezus richten wij ons oog op onze hemelse Vader.
Ook wij drinken van de beker van liefde en trouw tot het einde.

De kinderen maken vandaag palmpasenstokken.
Heel de weg van Jezus is erin verbeeld, zijn trouw en zijn liefde.
Met die palmpasenstokken voorhanden kunnen we ons erin oefenen om de ogen te richten op God, en onze hoop ontlenen aan Gods nabijheid.
En we hopen dat als de kinderen die palmpasenstok aan iemand geven, dat die ander daarin iets zal zien van de liefde van de Vader.

Wat staat ons te doen?
Drinken van die beker van liefde-en-trouw-tot-het-einde – met hem, onze herder en leraar.
Niemand in de steek laten die lijdt, wankelt, breekt – dat is wat we samen kunnen doen.
Jezus zegt ergens: Jullie zullen hetzelfde doen als ik, en meer nog dan dat.

Die beker van de liefde vraagt veel van ons, ja, dat is zo.
Maar als we van die beker drinken, richten we de ogen niet allereerst op de omstandigheden of de crises.
Nee, dan slaan we allereerst de ogen op en zien onze hemelse Vader in Jezus Christus aan, door zijn Geest.

Amen.

Antwoord
Lied 665: 1, 4 (Om Christus’ wil zijn wij verblijd)

Lieve mensen,

dank jullie wel voor de betrokken reacties in de afgelopen weken rond het beroep van de gereformeerde kerk in Nieuwendijk.
Die vele en verschillende reacties hebben Heleen en mij goed gedaan.

Ondertussen waren we met regelmaat, soms letterlijk en zeker in gedachten, in Nieuwendijk.
Gesprekken daar hebben ons verder geholpen om tot een beslissing te komen.

Wij hebben afgelopen week het beroep naar Nieuwendijk aangenomen.

Daarmee is voor ons en voor de verschillende gemeenten een nieuwe fase aangebroken.
In onze gemeente zal dat een fase van met name afscheid nemen zijn.

Direct na Pasen zal dat al vorm krijgen.

Het is goed om te ervaren hoeveel er is gegroeid in contacten en verbondenheid.
Dat geeft ook het vertrouwen dat deze nieuwe fase goed zal zijn – ook als het gaat om los komen van elkaar.

Voorbeden, Stil gebed,Gezamenlijk gesproken Onze Vader

Mededelingen en aandacht voor de inzameling van de gaven (ouderling)

Gaan
Zegen in beurtspraak en gesproken ‘amen’
Lied 556: 1, 3, 4 (alles wat over ons geschreven is)

Predikant