2021-04-04 one of us

Vieringen in het licht van bemoediging 4 april 2021 Paasmorgen.
De teksten zijn ook beschikbaar als PDF.

Luisterlied: He’s alive / Dolly Parton
Welkom

Komen
Lied 630: 1, 2, 3 (Sta op! – Een morgen ongedacht)
Woorden van bemoediging
Instrumentale muziek
Ontsteken van licht
Op de drempel (gebeden)

Genade en trouw,
stille vreugde om het ongekende van Pasen
mogen ons vervullen en voeden in dit uur
vanwege de Geest van liefde, sterk als de dood
Allen: Amen

Genade en vrede
verbinden u en jou en mij,
verbinden ons allemaal samen
in de naam van de Zoon die over nood en dood heen ons vasthoudt
Allen: Amen

Vertrouwen en geloof
zingen we elkaar toe,
in de eeuwige liefde van God die ons leven draagt
Allen: Amen

Zo ontvangen wij elkaar, God, op deze dag van vreugde.
Omdat het goede bericht ons bereikt.
Sterk als de dood is de liefde.
Vuur kan haar niet verteren, de zee haar niet verdrinken.

In het licht van die liefde zien wij om naar deze wereld, God.
Wat is er veel in tegenspraak met het goede bericht.
Zo vaak smoort de liefde,
zo vaak wordt zij verteerd, verdrinkt zij in bloed.

Om uw mensen, God, úw mensen
roepen wij, uit de diepte.

Om het recht dat geschonden wordt, God,
roepen wij: sta op!

Om al die plekken waar mensen kleine goedheid tonen.
Om uw zegen, uw troost, uw nabijheid, uw getuigenis.
Ziet u het?

Om de gemeente
en degenen die haar gaande houden
Om de bidders die elkaar dragen.
Om de stillen in den lande.

Hier zijn wij, God.
Uw gemeente – in Christus’ naam.
Stukwerk in uw wereldwijde kerk, gewaaid door de Geest.
Houdt ons bij de weg die Jezus is gegaan.
… waar hij opstaat.
… waar hij ons aanziet.
… waar hij ons bij name roept. – Amen.

Lied 657: 1, 2, 3, 4 (Zolang wij ademhalen)

Woord
Met de kinderen – film Palmpasenstokken en samenvatting van projectverbeelding
Bijbellezing: Johannes 20: 1-18
Lied 642: 1, 2, 3, 7 (Ik zeg het allen dat hij leeft)

Tijdens de overweging klinkt het lied ‘what if God was one of us’: wat als God één van ons was.
Enerzijds klinkt in het lied de grootsheid van God door.
Anderzijds de vraag: als God iemand zou kunnen zijn die in de bus zit, op zoek naar thuis, op zoek naar de hemel, helemaal alleen?
Moet je het met Pasen niet vooral over de grootheid van God hebben?
Nou, als je bij iemand ziet, van wie je geen idee hebt wat er in haar of hem omgaat…
Als je bij iemand zit in wier leven alles kapot is gegaan.
Dan ben je nog niet toe aan ‘he’s alive!’, Jezus leeft!
Dat klinkt dan bijna als “Ja maar… Jezus leeft wel hoor…!”
Johannes vertelt op een manier over de opgestane Jezus die niet zo denkt en spreekt, maar voorzichtig is.

Overweging

Wat een mooie beelden en woorden zijn er meegegaan in de afgelopen 40dagentijd.
Je wordt er stil van.
Olie en zeep: goede zorgen en gastvrij zijn.
De deur naar elkaar wagenwijd openstellen.
Kom erin! er is plek voor je vrij gehouden

Een teken van vrede en vriendschapsarmbanden.
Een open hand, saamhorigheid.
Het is veilig hier, we leven van de vriendelijkheid, leven geweldloos.
En we houden elkaar vast.

Wat hebben we dat nodig in deze tijden.
Een deur open, een huis vol ruimte.

Maar in dat licht ook: wat gaat het telkens weer door de diepte en de nood heen.
We kunnen geen Pasen vieren zonder Goede vrijdag en Stille Zaterdag.
We zien het gebeuren en herkennen het.
Vriendschappen die worden verraden.
Een deur die dicht gaat en dicht blijft.
Vrede die word geschonden.
De dood kan je worden aangedaan met geweld.
Een kruis door je leven.
Je kunt er geheel verloren bij staan.

Maria is intens verdrietig die paasmorgen.
Eerst verloor ze door onbegrijpelijk geweld de mens die zo belangrijk voor haar was.
En nu is ook de plek waar ze haar dierbare kan gedenken geschonden, leeggeroofd.
Degenen die met haar mee zijn gekomen laten haar alleen achter.

Ze huilt.
Ze wéént, een diep geladen, hartverscheurend verdriet.

Twee onbekende mensen vragen naar haar verdriet.
En ze vertelt over haar vertwijfeling.

Als ze zich omdraait is er nog een derde onbekende, die haar opnieuw naar haar verdriet vraagt.

Al het waardevolle in haar leven is weg.
Goede zorg, gastvrijheid, veiligheid, geliefd zijn, thuis – alles weg.
En ze herkent zijn stem niet – nog niet.
Ze herkent de bewogenheid niet – nog niet.
Want wat ze gezien heeft, daar zijn eigenlijk geen woorden voor.

Vertrouwde en kostbare sporen van liefde raken buiten je bereik als er zoveel kapot wordt gemaakt in je leven.

Wat ze ziet kan ze niet vatten.
Wat ze zou kunnen proberen te geloven is te groot voor woorden.

Er zijn veel mensen die net als Maria intens verdriet hebben.
Voor wie alle zekerheid is weggeslagen.
Johannes noemt haar verdriet drie keer.
Dicht bij dat verdriet blijven – dat is wat hier gebeurt.
Dat is wezenlijk voor Pasen.
Stilstaan bij verdriet – eerst twee onbekenden, en dan de onkenbare Jezus.
Het is eigenlijk een schaduw van stille zaterdag.
Dood is niet weg, ook niet op en na Pasen.

In gedachte zie ik Maria met vragende handen staan bij een leeg uitzicht.
En achter haar doemen ze voor mijn oog op: de vrouwen en mannen die geen woorden hebben voor hun leven dat zo stuk is.
Die leven met flarden, soms verwarde verhalen waarvan je aanvoelt: zo verward en tóch-hierin leeft deze mens.
Hoe dichtbij is God dan?
Hoe menselijk-dichtbij kan God in je verdriet komen?
Kent God verdriet – ook mijn verdriet?
Kent hij ook eenzaamheid?
Die eenzaamheid waarbij je eigenlijk niet goed weet waar je naar toe moet met je verdriet?
Zou je God dan willen kennen, als ook hij dat verdriet kent?

Solist B – One of us / Joan Osborne

Mariam!
Er kan kennelijk niet eerder herkenning zijn dan wanneer haar naam klinkt.
Haar naam in haar eigen taal: Mariam.
Zo je wilt: haar échte naam…

In het noemen van die naam kan zij toch, onverwacht, voorzichtig, een beetje thuiskomen.
In die stem komt er verbinding.
Nu die naam klinkt komt er – ja, wat…?
Een overwinning – dat is te groot, te menselijk, te snel voorbij verdriet.

Een opening dan?
Ja, misschien een opening, maar dan door kruis en opstanding heen…

Een nieuw begin?
Maar dan ook ander, vreemd begin.

Na die eigen naam Mariam klinkt niet Jehoshua – Jezus.
Nee, ze antwoordt met Rabbouni – meester!

Dichtbij komt hij.
Intiem in die naam Mariam.
Maar tegelijk ook ánders, op afstand – Rabbouni

Daarom een andere naam voor hem.
En ook: Houdt mij niet vast.
Toch nabij, zó dichtbij dat ze opstaat.
Saamhorigheid, spiritualiteit, geloof.

Ze kan haar levenshuis openzetten bij die stem.
Bij het noemen van haar naam.
En in haar antwoord waarin ze zich wendt tot die nieuwe, vreemde, andere Jezus.
Maar het gaat niet vanzelf, niet stormenderhand.

Ik moest denken aan de buitendeur van een huis.
Het maakt uit of de deur naar binnen draait of naar buiten draait.
Als ik bij iemand naar binnen wil, is het het makkelijkst als de deur van de ander naar binnen draait.
Maar als iemands levenshuis een deur heeft die naar binnen opendraait kan ik ook met de deur in huis vallen, bijna met geweld.

Dit verhaal hoor ik zeggen dat nieuw leven niet binnenvalt.
Nee, nieuw leven zoekt een opening, met respect voor de ander.
In dit tere spel van van namen: Mariam – Rabbouni! wordt duidelijk dat deuren naar harten van anderen naar buiten draaien.

Houd mij niet vast.
Ik doe eerst een stap terug.
Dán kan de ander besluiten of deze de deur van haar of zijn leven – naar buiten toe – openzet.

Zo gaat dat denk ik met Pasen.
Opstanding, leven!
Maar niet overweldigend, binnenvallend.
Niet iets dat voorbij raast aan je verdriet en je pijn.

Eerst je gekend voelen, genoemd weten.
De meester, onze Christus, komt niet met de deur in huis vallen.
Leven uit de opstanding begint bij luisteren, vragen: wat weeklaag je!?, een stap terug.
Houd mij niet vast.

Hij leeft!
En hij wil leven delen met jou.
Wetend dat jij de deur van jouw leven naar buiten opendraait.
Hij doet een stap terug.

En in de ruimte die de naar buiten draaiende deur vraagt, klinkt het paaslied van Gods Geest.
Amen.

Antwoord
Lied 630: 4 (Sta op! – Hij gaat al voor ons uit)
Voorbeden; Stil gebed; Gezamenlijk gesproken Onze Vader
Mededelingen en aandacht voor de inzameling van de gaven

Gaan
Zegen in beurtspraak en gesproken ‘amen’
Lied 634: 1, 2 (U zij de glorie)

Predikant