2021-04-11 klokkenluider

Vieringen in het licht van bemoediging 11 april 2021
De teksten zijn ook als PDF beschikbaar.

Welkom (ambtsdrager)

Komen
Woorden van bemoediging: Hans Bouma, Onderweg naar Emmaüs – 92
Instrumentale muziek
Ontsteken van licht (lichtje op de kaarsenboom)
Op de drempel – Bundeling gebeden, in beurtspraak voorganger-ambtsdrager

voorganger: Genade en vrede voor u en jullie allemaal,
van God onze Vader en van Jezus Christus onze heer –
ambtsdrager: AMEN
voorganger: Onze hulp is in de naam van de Heer
ambtsdrager: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT

voorganger:
Laat ons uw stem horen, God.
Ook als uw stem ons nieuwe wegen wijst.
Doe ons op weg gaan, in het vertrouwen dat u ons tegemoet komt.
Ook als wij in het duister tasten, als er grote verwarring is.
Laat ons uw stem horen, God.

ambtsdrager:
Deel uw liefde uit, God.
Zoals wij brood uitdelen, de beker delen.
Jezus vroeg dat van ons, en naar zijn stem proberen wij te luisteren.
Ook als wij in de war zijn over alles wat niet goed gaat.
Deel uw liefde uit, God.

Voorganger:
Om de mensen die geen woorden meer hebben
voor al het leed dat hen wordt aangedaan.

ambtsdrager:
Om de mensen die niets meer hebben om te delen,
omdat hen alles wordt ontnomen.

Voorganger:
Om de mensen die er alleen voorstaan,
aan hun lot overgelaten.

ambtsdrager:
Hier zijn wij, God.
Uw mensen, onderweg met Pasen in de rug.
Mensen die zien dat ook na Pasen nog zoveel niet goed is.
Maar spreek ook nu tot ons.
Schenk ons uw Geestesadem.
Opdat wij leven – kome wat komt.

Allen AMEN

Lied 24: 1, 2 (De aarde en haar volheid zijn…)

Woord
Met de kinderen
Lied 454: 1, 2, 3 (De mensen die gaan in het duister)

A Bijbellezing: Jesaja 6: 1-8
Beeld 10 (tafel/stoel)

Je weet toch wat er met klokkenluiders gebeurt?
Zou er ooit een klokkenluider zijn geweest die met plezier ervoor koos om onrecht aan de kaak te stellen?
Het is altijd weer een hoop ellende, als je daaraan begint.
Ellende voor jezelf.
Als je “verstandig” kiest, dan kies je er niet voor om klokkenluider te worden.
Die stoel bij die tafel zou leeg blijven.

Je weet wat ze met je zullen doen.
Degenen die onrecht begaan zijn eigenlijk ook altijd degenen die een hoop te verliezen hebben.
Want kun je het onrecht noemen als iemand een brood steelt omdat anders zijn gezin sterft van de honger?

Bezitters begaan onrecht, als zij steeds maar meer willen…
Zij zijn het die zich verschuilen achter een rookwolk door te zeggen: ja maar iedereen doet onrecht.
Maar niet iedereen heeft zoveel te verliezen.
De bezitters wel.
Macht, aanzien, geld.
En dat laten ze zich niet zomaar afnemen.
Ook, juist niet door klokkenluiders.

Klokkenluider worden?
Mij niet gezien…
Je weet wat er met klokkenluiders gebeurt.

Ondertussen…
Ondertussen kun je zelf je ogen er niet meer voor sluiten.
Voor al dat onrecht en voor de slachtoffers ervan.
Je hebt allang door dat dingen die heilig zijn worden geschonden.
Dingen?
Ménsen vooral.
Juist als het over zogenaamd heilige dingen en zaken gaat worden juist mensen geschonden.

Mensen die heilig zijn omdat God voor ze in staat.
Ze zouden onschendbaar moeten zijn.
Maar ja, je weet wat er met mensen gebeurt…

Iemand moet iets zeggen.
Kijk maar: een stoel, een tafel – hier is je pen.
Nou, mij niet gezien.
Je weet wat er met klokkenluiders gebeurt.
En zelf ben ik ook niet een heilig boontje hoor…
Die machthebbers hebben vast gelijk als ze zeggen: “Iedereen doet onrecht, jij ook!”

Maar dat besef van onrecht dan?
Die mensen van wie het diepste wezen wordt geschonden?
Die mensen die vertrapt worden – en daarmee God?
Ja, je weet wat er met mensen gebeurt…

En dan ineens… sta je op.
Stom stom stom, blijf nou onder de radar!
Maar nee hoor, jij moest zo nodig weer op staan…

Want het brandt in je.
Het vreet aan je.
En ineens gaat je mond open.
Want je kijkt je medemens in de ogen, die vertrapt wordt.
En voor je het weet hoor je jezelf zeggen:

Hier ben ik, stuur mij…

Beeld 10 (tafel/stoel)

B Bijbellezing Jesaja 6: 9-10
Beeld 35 (woestijn)

Ineens loop je de klok te luiden dus, zal ik maar zeggen.

Nou het is wat om tegen mensen te moeten zeggen: kijk nou toch wat je zelf aanricht!
Maar daar komt dat klokkenluiden wel ongeveer op neer.
Kijk nou toch wat je zelf aanricht…

Ja, er zijn er altijd die dan zeggen dat God het allemaal fout doet.
Dat hij niet ingrijpt of zo…
Er zijn er ook die zeggen dat het God is die oren en harten dichtstopt.

Maar ze stoppen zelf hun ogen en oren dicht!
Ze horen van alles, en steeds meer, en steeds meer – maar verstáán ze ook?
Ze zien van alles in deze wereld en steeds meer en steeds meer – maar kennen ze zichzelf en de ander wel?

Dat snapt iedereen wel zo’n beetje – maar moet jij ze dat dan gaan zeggen?
Onbegonnen werk, je weet hoe ze ermee om gaan.

Dus dan ga je het maar anders zeggen, zó:

Toe maar,
Ga maar door, mensen.
Smeer de boel maar dicht.
Dek het maar gewoon toe.
Laat het allemaal maar mis gaan.

Maar ook als je dat roept krijg je een trap na.
Je weet toch hoe ze met klokkenluiders omgaan?
Met dwarsliggers die het opnemen voor de mensen die tussen de wielen komen?
Je schreeuwt en je roept, ondanks jezelf.
Ook al weet je dat het tegen dovemansoren is gezegd.

Waarom je dan toch blijft roepen?

Iets dringt je, iets dwingt je bijna.
En het is niet alleen die medemens die je in de ogen kijkt.
Het is ook iets groters.
Iets dat je bijna verbrandt, verteert, iets dat je met stomheid slaat – en dus schreeuw je…

Maar ook doe je het om zelf niet afgestompt te raken.
Je blijft woelen, je probeert niet in te slapen, niet weg te zakken in een soort coma.
Ook al kan je het niet tegenhouden, dat onrecht, je kan wel proberen zelf niet in te slapen.
Je weet toch wat er gebeurt als je zelf inslaapt?

Beeld 35 (woestijn) nogmaals + ong. 30″ instrumentaal

C Bijbellezing Jesaja 6: 11-13
Beeld 03 (kleine uitloper)

En op een dag sta je dan ineens in een leeg veld.
Alles dor, alles leeg, droog, doods.
Je handen naar de hemel.
Gebald of wanhopig?
En dan is er niet meer die aanklacht, maar de vraag aan de hemel

Hoe lang nog, Heer?
Moet alles dan stuk?
Móeten mensen dan tussen de wielen komen?
Moeten samenleving en kerk, moet alles maar stuk gaan?

En in de stilte kijk je om je heen.
Kijk je terug op de geschiedenis van de mens.
En dan moet je zeggen: ja zo gaat dat de eeuwen door.
Zo maalt onze cultuur en onze oorlogsmachinerie maar door.
Zo raast het maar door, de mythe van de zelfregulatie.

Mensen bouwen iets fantastisch en machtigs.
Een cultuur, een rijk, een wereldmacht, ongekende welvaart.
De adrenaline en het testosteron druipen ervan af.
We likken het, slikken het, raken eraan verslaafd.

Maar ze storten ook altijd en altijd weer in, die fantastische en machtige rijken.
Omdat ze eigenlijk altijd zijn gebouwd op onrecht.

Doden door onrecht zullen er altijd zijn.
Armen zullen er altijd zijn.
Klokkenluiders moeten er altijd blijven

Maar of dat degenen moeten zijn die moeten proberen deze machinerie tegen te houden?

Of… zijn het klokkenluiders die het oog richten op de kleine rest, de enkeling die recht doet?
Klokkenluiders die een nieuw spoor van leven ontwaren, middenin de woestijn?
Sporen die de geschiedenisboeken niet halen.
Maar wel het leven mogelijk maken.
Die enkeling die de heiligheid van de ander, kind van God, ziet en koestert.

Enkelingen.
Kleine daden van goedheid.
Een jonge scheut van goedheid op een afgemaaide en verbrande stronk.
Als iemand iemand in de ogen kijkt.
En iets van Gods heiligheid in de ander ontdekt.

Man, als de aarde met dat soort kleine daden van goedheid vervult zal zijn – dat is echt heilig!

Het lijkt zo zinloos zo’n daad van goedheid.
Het lijkt zinloos: klokluiden door die kleine goedheid voor ogen te houden.

Maar het gebéurt…

Nee, het is door niemand te organiseren of te plannen.
Het gebeurt – als door de bliksem getroffen.

Je zou bijna zeggen dat de mensen in wiens leven het gebeurt, een stem van God hebben gehoord.

Ineens zeg je, onverhoeds:

Hier ben ik, stuur mij

Amen.

Beeld 03 (kleine uitloper)

Antwoord
Lied 695: 1, 4, 5 (Kom en doorstraal mijn dagen)
Voorbeden
Mededelingen en aandacht voor de inzameling van de gaven (ambtsdrager)

Maaltijdviering
Gebed
Lied: Hemelhoog 527: 1, 9 (Neemt en gedenkt)
Nodiging
Heffen van matse en beker
Stilte
Onze Vader

Lied: Hemelhoog 527: 11 (De gastheer wenkt)

Gaan
Gezongen zegen Olijftak 161 vg – solist

Predikant