2021-05-16 houd vol heb lief

Vieringen in het licht van bemoediging 16 mei 2021 – 5e zondag na Pasen
Onderstaande teksten lagen deze zondag voor mij – ze zijn ook beschikbaar als PDF.

Muziek voor de viering: “De waarheid” van Marco Borsato
Komen
Welkom
Lied 848: 1 en 2 (Al wat een mens te kennen zoekt)
Woorden van bemoediging (Tekst lied 605)
Aansteken van licht (het rode lichtje op de Ichthus lichtjesvis)
Instrumentale muziek
Op de drempel

voorganger: Genade en vrede voor u en jullie allemaal,
van God onze Vader en van Jezus Christus onze heer –
Allen: AMEN
voorganger: Onze hulp is in de naam van de Heer
Allen: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT

voorganger:
Bij u zoeken wij naar licht, God.
Licht in een donkere tijd.
Wij zoeken naar richting.
In een tijd waarin iedereen alle kanten uit vliegt.
Een tijd vol onrust, want wat bindt ons nog samen?
We kennen zoveel verhalen over onrecht – wie wijst ons de weg?

Ouderling:
Wij zoeken bevrijdende woorden, God.
Voor onszelf en voor wie het zoeken moe is geworden.
Wij roepen om bevrijding.
Voor onszelf en voor wie geen stem heeft.
En al zijn wij moe en verward, laat óns roepen niet stilvallen.
Zodat we de ander niet in de steek laten.

Voorganger:
Om wie wordt verwond, gedood, door wapens.
Om wie dat wapen vasthoudt, in opdracht van generaal en regering.

Ouderling:
Om wie zich verzet tegen geweld met geweld.
Omdat er bloed vloeide in familie- of vriendenkring.

Voorganger:
Om wie te midden van geweld hulp biedt.
Om wie in machteloosheid toch goed doet aan de ander.

Ouderling:
Hier zijn wij, God.
Pasen in de rug – en toch is er nog zoveel dat strijdig is met uw bevrijding.
Tussen hemelvaart en pinksteren.
Tussen het koningschap van Christus en de weg van de Geest.
Hier zijn wij, thuis bij u.
Maak ons tot een thuis voor elkaar.
Adem in en door ons uw Geestesadem.
Opdat wij leven – kome wat komt.
Door Jezus Christus onze Heer –

Allen AMEN

Lied 849: 1, 2 (Zoek de wegen naar wijsheid)

Woord
Met de kinderen: Filmopname van het lezen van het verhaal van deze zondag
Bijbellezing Leviticus 19: 15-18 (Ouderling)
Lied 992: 1, 2, 3, 4 (Wat vraagt de Heer nog meer van ons)
Bijbellezing: I Timoteüs 4: 11-16 (Ouderling)
Na tweede lezing: Praat me niet van Paulus [opname; gezongen door het musicalkoor]
Overweging

Kun je het je indenken?
Iedereen, echt iedereen in de stad gelooft.
Jij ook, want je bent ermee opgegroeid.
Je vrienden en je vriendinnen ook.
Echt iedereen gelooft.
Ouders, familie, docenten.
Natuurlijk, er zal er best eens ééntje twijfelen of andere gedachten hebben.
Maar hé, je wilt toch niet tussen wal en schip vallen?

Allemaal geloof je in die ene god.
Die god die alles van je opeist.
Je geld, je goed, je hoop, je geloof, je ziel.
Die god die alleen maar zegt: geef meer, geef meer, koop meer, geef meer uit.
Die god die niets schenkt.
Want schenken dat brengt het systeem in de war.
Dat kunnen we niet hebben.
Die god dus.
Iedereen.
Jij ook.

Maar dan, op een dag, staat er een wereldvreemde op het Raadhuisplein.
Met zeepkist en al.
En hij roept.
Redding, redding voor jou.
Een andere God die iets schénkt.
Nee, geen prijs, geen deal, geen kleine letters.
Een God die zichzelf schenkt.
In zijn trouw en nabijheid.
En hij kijkt jou aan en zegt:
Ja, ook voor jou.
Redding.
Een God die zo dichtbij is dat je de redding al inademt.
Redding door zijn nabijheid.
Een God die zichzelf schenkt om bij jou te zijn.
Die alles voor jou over heeft.
Een Geest die al in jou ademt, al aanwezig is.

Om je heen schieten er een aantal in een harde lach.

Wat koop je voor nabijheid?
Kan ik met liefdevolle aanwezigheid in de winkel betalen?

Er trekt er één zijn betaal pas en roept:

Vul hem maar, laad hem maar op!

En een ander schreeuwt:
Kan ik met trouw een biertje kopen als het café eindelijk weer open is
Of met geduld een vliegtuig naar Mallorca boeken?

De vreemdeling luistert.

Ja, dat is wat jullie elkaar vertellen.
Dag in dag uit, en dan ga je er steeds meer in geloven.
En de media en de reclames doordrenken je ermee.
Dat je hoop en je geluk afhangen van weer een volgende aankoop.
Of dat je denkt dat je vrij bent als jij kunt bepalen wanneer en waar je een café binnenloopt.
Of je volgende vakantiebestemming zou kunnen kiezen, zogenaamd in vrijheid…

Maar stel je eens voor dat dat allemaal op zekere dag allemaal gewoon niet meer kán.
Wat blijft er dan van jou over?
Wat kun je kopen voor je verloren ziel?

De mensen vallen even stil.
Dan begint er weer één spottend te grinniken, en de groep valt uitéén.

Maar jij, jij blijft staan.
Er is iets in je geraakt.
Zo diep, zo eigen, zo verdrietig-weemoedig verborgen.
Zo flakkerend – maar wel flakkerend van hoop.

Eindelijk krijgt die stille hoop gehoor.
De hoop dat er iemand is die je nood ziet.
Zonder dat er een rekening tegenover staat.
De hoop die weet: ook, misschien wel juist als iets geen geld oplevert, maar gewoon goed is – dat dat je leven zinvol maakt.

Stel je voor, er zijn er misschien nog eens 15, 20 in de stad die stilvallen.
Die geraakt worden door die woorden van die vreemde man.
Door die naam die hij gebruikt: De Aanwezige.
Een paar handen vol mensen die iets herkennen van de Levensadem die in je ademt.

De vreemdeling brengt je bij elkaar.
Vertelt over het leven dat Jezus van Nazareth heeft geleid.
Over de Geest die hem dreef.
Over nabijheid en zichzelf schenken.
Over dat zijn leerlingen omzien naar anderen, zonder dat er een prijs tegenover staat.

En je wordt aan elkaar toevertrouwd om net als de leerlingen te doen.
Want je hebt elkaar nodig, zegt de vreemdeling.
Je kunt niet zonder de ander.

Ook dat brengt kippenvel op je armen.
De god van de handel ontkent het dat je elkaar nodig hebt.
Die wil ieder voor zich laten gaan.
Maar ergens vermoedde je het altijd al: je kunt niet zonder de ander.
En zo wordt je elkaar geschonken.
Maar ook al ben je met een groep medegelovigen, je bent nog altijd de uitzondering, de vreemdeling in je stad.

Je leven verandert niet meteen.
Maar toch – het omzien naar elkaar groeit.

Je praat er nog niet zoveel over, maar op zekere dag begin je er met je vrienden over.
Als ze het horen, over die God die geeft, lachen je vrienden en familieleden je uit.
Als je er nog eens over spreekt, over de helende geest voor gewonde zielen, vinden ze je een zeur.
En als het een derde keer aan de orde komt reageren ze verbolgen.
Weet jij het beter?
Weet jij het beter dan alle anderen, de big five, alle data, internet?
Wie vertelde dat jou nu helemaal, hé?
Een zekere Paulus?
En waar vind ik die warhoofd dan?
Heb je een visitekaartje, een website, een pagina op facebook waar ik hem kan vinden?
Nee?
Dat dacht ik al.

Factchecking jongen.
Feiten, dat hebben we nodig!
En jij hebt niet meer dan woorden?
En wat liefde voor je zielige buurvrouw?

Wat moeten we met die man?
Hij had nogal gekke gedachten over gedrag, over man-vrouw, over je hele leven laten veranderen door die gekke god van jou…
Laat me met rust, ik doe wat ik doe…

En… je zwijgt.
Je aarzelt.
Je twijfelt – ze spreken wel de taal die je overal om je heen hoort.
Die taal waarin je ook leeft.
En het komt in je opborrelen:

Wat moet ik eigenlijk met die Paulus?
Zijn God heb ik niet gezien.
Wat moet ik met zijn tegendraadse opvattingen?
Wat moet ik met die gekke man, die inmiddels niet meer in de stad is?

[…]
Maanden later.
Een brief.
Het handvol lieve mensen dat elkaar nu wat beter kent komt bij elkaar leest de brief. Ademloos.
Wereldvreemde brief – want die God is anders, net als zijn spreker op dat kistje.
Maar toch: de woorden blijven je raken.
Je leest tussen de regels door een nabijheid die je voedt, sterkt, bemoedigt.

Een handvol ben je, een minderheid – dus geef geen aanstoot voor je omgeving.
Niet jij hoeft het allemaal te vertellen.
De heilige Adem is je al voor.
De God die zich geeft is al aanwezig, waar hij nog niet wordt gezien.

Een handvol ben je, en je weet het nog wel.
Maar je weet het nog omdat je elkaar weer opzoekt.
Doe je dat niet, dan zakt het weg, ben je het zomaar kwijt.
Niet zozeer de saamhorigheid geeft de doorslag, maar de herinnerde woorden.

Een handvol ben je – om elkaar te sterken in het geloof.
Je weet het weer als je de ander ziet, of als je zorgt voor de ander.
De heilige Ander heeft je eerst liefgehad.
Nog voor wij het wisten – zo ook de mensen in onze omgeving.

En je koestert met elkaar die brief.
Zo vreemd als hij is.
Want je beseft: geloven in de andere, die levende God, die zichzelf schenkt – dat gaat niet vanzelf.
Daar heb je oefening voor nodig.
Daar heb je elkaar voor nodig.
Niet zozeer om de gezelligheid, maar om die vreemde, die andere God.
Om diens bevrijdende woorden weer te binnen te brengen.

En zo blijf je elkaar opzoeken.
Een klein groepje vreemdelingen ben je geworden in je eigen stad.

Of je zeker weet dat het Paulus was, die daar stond, en die die brief schreef?
Nou nee, niet zekerder dan dat mensen denken te weten hoe het leven is gemaakt.

En of je dan met al die richtlijnen wat kunt?
Nou, zou Paulus of wie dan ook die richtlijnen voor de eeuwigheid hebben geschreven of voor dat moment?
Zou het niet eerder om het centrum van zijn boodschap gaan?

Wees er voor elkaar.
Want God is een Wezer.
Bid daarom, en houdt dat gebed vast, ook in twijfel en verwarring.

Wees aanwezig, want God is de Aanwezige.
Ook voor die anderen die hem afweren.
Houdt daarom van de mensen, ook tegen alle verzet in.

Sámen leven we met de hoop in ons hart en onze handen.
De hoop die zegt dat ons leven zinvol is, als we schenken, zoals God schenkt.
Sta daarvoor, ook al heb je nog zoveel nieuws te leren.

Het duurt nogal, maar leven met elkaar omwille van de heilige Ander werkt vroeg of laat door in de omgeving.
Het duurt nogal, maar leven met de Nabije ga je toch een keer herkennen.
Dan ga je zien dat de Geest van de Nabije er al is voor we het door hebben.

Je hebt elkaar nodig.
En elkaars trouw.
Geloven is nog niet zo simpel.
Houd vol, heb lief.

Amen.

Pianospel River Flows in You, Yiruma

Antwoord
Voorbeden, stil gebed en Onze Vader
Mededelingen
Lied Zijsporen 20 (Ik kan alleen God niet vertolken)

Gaan
Zegen
Lied Zangen van zoeken en zien: 1, 2, 4 (Behoed en bewaar jij ons lieve God)

Predikant